1933 – 1945 de nederlandse overheid

Gebeurtenissen in de geschiedenis zijn achteraf altijd makkelijk te beoordelen. Zo ook de rol van de Nederlandse regering in relatie tot de Jodenvervolging in Nederland. Achteraf is het licht kritiek te geven.
Echter, we zitten in Nederland wel met het hoogste percentage aan vermoorde Joodse landgenoten in West Europa. In een vergelijkbaar land qua grootte en qua ligging als België overleefde 70% van de Joden de oorlog terwijl hier 75% vermoord werd.
Hoe kwam dat verschil? Wat ging er mis in Nederland en wat leidde tot dit feit? Daarin is een verdeling te maken in Duitse acties, Nederlandse nalatigheden en overige zaken.
Een aantal voorbeelden:

Duitse acties:
– het bezettingsregime bestond voor een groot deel uit fanatieke (antisemitische) Oostenrijkse nazi’s,
– de Joden werden door de Duitsers uit het openbare leven verbannen en raakten afgesneden van de morele en fysieke ondersteuning uit het midden van de maatschappij,
– een groot aantal Nederlanders werkten gedwongen in Duitsland, dit leidde tot minder protest bij de deportaties van Joden, die zogenaamd naar werkkampen zouden gaan.
– door de vlucht van de Nederlandse Regering werd de antisemiet Seyss-Inquart door de Duitsers aangesteld.
– de bezetter maakte dankbaar gebruik van het perfecte Nederlandse bevolkingsregister.

bevolkingsregNederlandse nalatigheden:
– er zijn geen aanslagen gepleegd op de transporttreinen of de spoorwegen richting Duitsland,
– het echte verzet kwam op gang na de April-meistaking van 1943, toen was het voor de meeste Joden te laat,
– de Nederlandse overheid was goed georganiseerd, de bezetter maakte hier graag gebruik van,
– in het vlakke landschap zonder grote bossen is onderduik moeilijk,
– het grootste deel van de Joden woonde in Nederland in de steden en vormde daardoor een gemakkelijk doelwit,
– de Joodse leiders kozen – al dan niet gedwongen – voor samenwerking met de bezetter tegen beter weten in,
– de Nederlandse samenleving was sterk verzuild, segregatie en vervolging werd daardoor makkelijker,
– het moderne bevolkingsregister maakte opsporing van Joden makkelijk, de registratie was immers al gedaan,

Overige zaken
– slechts 1 op de 7 Joden probeerde een onderduikplaats te vinden,
– de Joodse Raad werkte verzet van Joden tegen,
– doordat de Koningin vrijwel nooit de Joden noemde in haar radio-toespraken maakte men geen gebruik van deze propagandamogelijkheden.
– men wilde geloven dat het ging om werken in het oosten, ondanks berichten over het tegendeel, ondanks dat ook zuigelingen en hoogbejaarden op transport gingen.

Vooraf
De infrastructuur waar de bezetter graag gebruik van maakte en die leidde tot het hoge percentage aan vermoorde Joodse landgenoten werd al opgezet voor de 2e Wereldoorlog. Ten eerste was er het al genoemde bevolkingsregister. In het bevolkingsregister was keurig opgenomen welke godsdienst men aanhing – voor de Joodse Nederlanders stond er dan ook Israëliet vermeld (afbeelding links). Zolang de bevolkingsregisters in tact waren kon de bezetter eenvoudig de gezinskaarten naslaan. Daarom waren de bevolkingsregisters ook een doelwit van het verzet, een enkele keer lukte een aanslag, zoals in Amsterdam. Daarnaast bestond in Nederland in 1940 ook een fysieke mogelijkheid om de deportatie in gang te brengen.

Vluchtelingen
Hitler kwam in 1933 via democratische verkiezingen aan de macht in Duitsland en dit leidde in 1933 tot een eerste Duits-Joodse vluchtelingengolf naar verschillende Europese landen en dus ook naar Nederland.
De sfeer in het vooroorlogse Nederland waarin de vluchtelingen terecht kwamen was enerzijds een sfeer waarin de Joden geassimileerd waren in Nederland, anderzijds een sfeer van de verzuiling. Wat de boventoon voerde was afhankelijk van de omgeving. In liberale (delen van) steden werden de vluchtelingen niet negatief benaderd, in andere gebieden moest men net zo weinig hebben van deze nieuwkomers als de gereformeerden moesten hebben van de katholieken en dergelijke. Natuurlijk waren er echte antisemieten, maar negatieve sentimenten moet men ook zien in het licht van de verzuiling en het benaderen van de “andere” groepen.
Een van de gezinnen die in deze eerste vluchtelingengolf naar Nederland kwam was de familie Frank en Anne spreekt nooit over antisemitische sentimenten in de vooroorlogse Rivierenbuurt.

2e vluchtelingengolf
In de 5 jaar die Hitler nodig had om in de Duitse samenleving de antisemitische gevoelens aan te wakkeren tot het tot de uitbarsting van 9-10 november 1938, de Kristalnacht, kwam, waren er ook druppelsgewijs vluchtelingen naar ons land gekomen. Het aantal legale vluchtelingen, samen met die van de 1e golf, bedroeg tot het uitbreken van de oorlog ca. 10.000 en daarbij waren er ook illegale vluchtelingen. De houding van de regering naar de vluchtelingen veranderde richting 1940 wel. Naast dat men steeds minder mensen toeliet en terugstuurde bij de grens wilde de regering geen geld uitgeven voor deze mensen, dus de financiering van de opvang werd afhankelijk van particulieren. Vluchtelingen waren overal verspreid in het land, de regering zag wel de problematiek en besloot tot de bouw van een Centraal Vluchtelingenkamp bij Elspeet op de Veluwe. Dat leidde tot veel protest; van omwonenden, van de ANWB én een brief van Koningin Wilhelmina naar de Minister van Binnenlandse Zaken Van Boeyen, waarin de koningin meldde dat zij zo’n kamp niet in de buurt van paleis Het Loo, haar woonpaleis, wenste.
Er werd derhalve gezocht naar een nieuwe locatie en Staatsbosbeheer had nog een groot stuk grond bij Westerbork; een perfecte locatie voor een Centraal Vluchtelingenkamp.
De locatie viel niet in de smaak bij de Joodse gemeenschap in Nederland en dat deze gemeenschap hierin niet gekend werd is wrang, want de regering bepaalde dat zij wel voor de kosten voor dit kamp moest opdraaien. Het Comité voor Joodsche Vluchtelingen probeerde een deal met de regering te sluiten door wel voor de kosten op te draaien wanneer ouderen en kinderen in vriendelijker oorden opgevangen konden worden.
De overheid probeerde het imago van Westerbork aantrekkelijker te maken door voor te spiegelen dat hier frisse barakken met centrale verwarming, eengezinswoningen, een dorpsgemeenschap met mogelijkheden voor akker- en tuinbouw, veeteelt, een kippenhouderij, een smederij, een schoenmakerij, een sjoel, een school en recreatieve voorzieningen zouden komen. De kritieken verstomden en de eerste vluchtelingen kwamen aan op 9 oktober 1939.
Van alle faciliteiten die er zouden zijn waren alleen de barakken er, de eerste bewoners moesten gelijk de handen uit de mouwen steken om het kamp bewoonbaar te maken. Veel vluchtelingen waren er nog niet, op 9 oktober 1939 22 en dit aantal liep op naar 167 eind januari 1940. Daarna ging het wel snel, eind april 1940 woonden 749 mensen in het kamp, doorgaans Duits-Joodse vluchtelingen.
Gelijktijdig was de Joodse gemeenschap niet gerust op de ontwikkelingen rond dit kamp en de politieke situatie in Duitsland en de spanningen in Europa. Duitsland was sinds de inval in Polen in oorlog en voor het geval dat Nederland in de oorlog betrokken zou raken lag Westerbork wel akelig dicht bij Duitsland.

De voornamelijk Duits-Joodse bewoners wisten uit ervaring wat er zou gebeuren wanneer de Nazi’s in Nederland de baas zou worden en er werd dan ook een evacuatieplan opgesteld voor het kamp. De bewoners zouden via Zeeland naar Engeland worden overgebracht.
Toen op 15 mei 1940 generaal Winkelman de capitulatie getekend had kwamen de bewoners bij hun vlucht niet verder dan Zwolle, de brug over de IJssel was opgeblazen en de alternatieve route, over de Afsluitdijk, was ook afgesloten door de heftige gevechten bij de Afsluitdijk.
De vluchtelingen strandden in Leeuwarden; ze werden daar bij gezinnen ondergebracht en keerden mondjesmaat terug naar Westerbork. Daar werd het vluchtelingenkamp onder een strenger regime geplaatst en op 1 juli 1940 aangewezen als Polizeiliches Judendurchgangslager.
In 7 jaar tijd was de sfeer in Nederland veranderd. Waren in 1933 de Joden een onderdeel van de Nederlandse samenleving, in 1940 waren de Joodse vluchtelingen een probleem en bezat Nederland een doorgangskamp en was de sfeer onder invloed van de Duitse buren, de houding van de regering jegens de vluchtelingen en de traditionele verzuiling veranderd. De fundamenten voor een catastrofe waren gelegd.

De oorlog
De oorlog was een feit en de Nederlandse regering was gevlucht en vormde een regering in ballingschap in Londen. De regering was vleugellam, maar ontslaat haar dat van haar verantwoordelijkheid jegens haar volk? Vanuit Londen werd op velerlei manieren getracht om de oorlog in Nederland te beïnvloeden. Engelandvaarders gingen terug als parachutisten en gaven een gedetailleerd verslag van de situatie aan de regering, vaak in de persoon van de Koningin.

Radio Oranje werd een belangrijk propagandamiddel en stak de bevolking menigmaal een hart onder de riem. De toespraken van de Koningin waren essentieel om de bevolking te steunen en wisten de eerdere frustratie over haar vertrek uit. Maar in diezelfde radiospeeches werd nauwelijks gewag gemaakt van de Jodenvervolging. Een oproep vanuit Londen had meer mensen kunnen aanzetten om een onderduikplaats te geven en had levens kunnen redden. Een verzoek van de regering in Londen om de spoorlijn langs Winschoten naar Duitsland, waar het gros van de deportatietreinen overheen reed op weg naar de kampen en de dood, te bombarderen had de deportaties kunnen bemoeilijken en wellicht voor enkelen de dood kunnen vermijden. Niets van dat. Deze bevolkingsgroep, die al honderden jaren in Nederland woonde, stond in de kou.

Weergoedmaking
In 1945 kwamen er Joodse Nederlanders terug uit de kampen. Er kwamen Joodse onderduikers uit hun onderduik. Wachtte hun een warm ontvangst?
Ze waren vaak de enige van het gezin of van de familie. We weten nu hoe groot de impact is wanneer een familielid vermoord wordt, zij hadden te maken met het grootste deel van de familie dat vermoord was. Daarnaast de materiële zaken. Haven en goed waren weg, financiële middelen verdwenen. Onderduikers zagen regelmatig hun spullen staan bij de bewAriërs, maar zelfs de teruggaaf van die spullen was hun niet gegund.

In de 2e Wereldoorlog bestaat geen zwart en wit. De scheidslijn tussen goed en slecht lag niet bij de Duitse grens en bij het vellen van een oordeel – als dit mogelijk zou zijn – is het van groot belang eerst te kijken naar de eigen rol.

aanvullende bronnen:
wikipedia,
herinneringscentrum Kamp Westerbork