Abraham Reiss

Abraham Reiss zat in “het vak” , de diamantindustrie en hij was daarin succesvol. Abraham werd op 2 januari 1873 in Amsterdam geboren en op 9 juli 1943 in Sobibor vermoord. Hij werd aan de vergetelheid ontrukt omdat zijn kleinzoon, acteur/schilder Jeroen Krabbé negen schilderijen over het leven van zijn opa voltooide die in september 2010 tentoongesteld werden in Museum De Fundatie in Zwolle.

Wanneer Abraham precies in de diamantindustrie ging werken is niet bekend, maar in de telefoongids van 1915 is hij als diamantair te vinden en woonde hij en zijn gezin op de Paul Krugerlaan 32 in Watergraafsmeer. Kort ervoor, op 30 oktober 1913, was hij met Kaatje Bon (Rotterdam, 11 september 1877, Amsterdam, mei 1942) getrouwd. Het echtpaar kreeg 2 dochters, Margaretha (Greet) en op 30 mei 1915 Elise.
Abraham was in de eerste decennia van de 20e eeuw een succesvol diamantair, maar raakte in 1929 bij de beurskrach zijn vermogen kwijt. Hij vocht zich er weer bovenop totdat de bezetting aan het hervonden geluk een einde maakte. Aan het begin van de oorlog woonde het gezin niet meer in de Watergraafsmeer, maar op de Jekerstraat 14-3.
Moeder overleed de dag nadat ze in de krant gelezen had dat Joden een ster moesten dragen; dat kon ze niet aan. In de oorlog kwam Els (Elise) al eerder in Westerbork terecht dan haar vader. Op 20 juni 1943 wist Els dat haar vader zou komen. Ze werkte op de administratie van het kamp, waar ze overigens terecht kwam doordat haar zwager op de fiets een schrijfmachine naar haar brengt, en weet daardoor haar eigen transport nog anderhalf jaar uit te stellen. In het kamp is Els ook lid van het cabaret.

Els wist dat haar vader kwam omdat de laatste grote razzia in Amsterdam-Zuid is gehouden en er 5500 mensen naar Westerbork werden gebracht. Ze vond haar vader, ‘s-nachts, zittend in het zand.
Haar vader bleef iets meer dan twee weken in Westerbork, totdat hij op 6 juli 1943 op transport gaat naar Sobibor. Dit transport, het 67e, vertrok met 2397 mensen uit Westerbork en kwam aan op 9 juli, de dag waarop al deze gedeporteerden vermoord worden.
Els bleef vrij lang in Westerbork maar werd uiteindelijk gedeporteerd naar Theresienstadt en vandaar naar Auschwitz. In februari 1945 vond zij de dood tijdens de dodenmarsen. Aan het einde van de oorlog leefde van het gezin alleen Greet nog. Ze was getrouwd met een niet-Joodse kunstenaar en door dit gemengde huwelijk overleefde ze de oorlog. In 1943 beviel ze van haar zoon Tim en in 1945 van Jeroen. Greet bleef lang hopen dat iemand van het gezin terug zou komen. Zo vertelde Jeroen in de Volkskrant dat ze elke week op het Victorieplein ging kijken op de lijsten van het Rode Kruis, maar niemand kwam. Van moeders familie overleefden alleen twee nichtjes de oorlog.

bron:
telefoongids 1915,
joodsmonument.nl,
museum.nl,
levie-kanes.com,
maxvandam.info,
volkskrant magazine 28.08.10

laatst bijgewerkt:
27 oktober 2017