adolphe stein – bloemen mozes

nes
de Nes

Adolph Stein werd op 27 april 1872 in Amsterdam geboren als zoon van David Stein en Gracia Rodriques Lopes. Vader David en moeder Gracia hadden 6 kinderen. Vader David was clown van beroep en overleed toen Adolph nog jong was in de piste van Carré. Daarna verviel het gezin in armoede en om geld te verdienen ging Adolph al op zijn dertiende bloemen verkopen, waarmee hij de bijnaam Bloemen Mozes kreeg. Zijn werkterrein lag toen in het uitgaansgebied van Amsterdam, voornamelijk op en rond de Nes (prentbriefkaart rechts).
Adolph trouwde drie keer. Uit het eerste huwelijk, in 1897, met Elisabeth Marinus, werden zes kinderen geboren (Adolphine, David, Nicolaas, Jacob, Christina en Willem). Uit het tweede huwelijk, in 1920, met Catherine Heppener drie kinderen (Johanna, x, Adolph) en uit het derde huwelijk, in 1937, nog één kind (Johannes).
Adolph werd vermoord op 11 februari 1944 in Auschwitz.

Adolph verdiende het geld met het verkopen van bloemen. De plekken die hij daarvoor koos waren evenementen waar mensen op afkwamen die iets te besteden hadden – jaarmarkten, kermissen en studentenfeesten.
bloemen-mozesJuist de studenten gaven hem de bijnaam Bloemen Mozes, vriendelijke bedoeld en tegelijkertijd neerbuigend. Maar Adolph weet de studenten, de sociale elite, voor zich te winnen en hij wordt een graag geziene gast bij allerlei studentengelegenheden.
Wanneer hij in 1942 van zijn derde (niet-Joodse) vrouw scheidt (angst voor vervolging?) komt hij in 1943 op een kamertje in de Falckstraat in Den Haag terecht. In die straat woonden tientallen Joodse families, maar die waren bij de deportaties van 1942 weggehaald. Hij begint daar aan zijn memoires. De memoires vormen later de basis voor het boek “Bloemen Mozes, Het leven van Adolph Stein in de marge” (Van Uuden en Stokvis, 2008, ISBN 9789035132368).
Hij schrijft dan ook over zijn volledig onmogelijk gemaakt leven – Joden mochten geen straathandel meer bedrijven, er is een reisverbod en er is een avondklok. Adolph was gemengd gehuwd en had van deportatie gevrijwaard kunnen blijven, en voor de ontbinding van dit huwelijk probeert Adolph in september 1942 een Sperre te krijgen op grond van het gemengd-gehuwd zijn. Dit lukt niet, waarna hij naar de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung in Amsterdam gaat en daar stelt dat hij weduwnaar is van zijn eerste, protestante, vrouw – een leugen om bestwil. Op grond van die verklaring kan hij tot begin oktober 1943 legaal in Den Haag blijven wonen.
Op 9 oktober 1943 wordt hij opgepakt en naar Westerbork overgebracht. Hij komt terecht in de strafbarak, vanwege de leugen van weduwnaarschap, en blijft 4 maanden in Westerbork. Adolph blijkt verraden te zijn en het vermoeden is dat zijn zoon Willem, uit zijn eerste huwelijk en inmiddels lid van de NSB, de verrader is.
In het begin van 1944 zijn er weer transporten naar Auschwitz. Adolph moet mee met het transport van 8 februari 1944 en wordt bij aankomst vermoord.
Naast het boek is er ook een musical geweest, gebaseerd op de memoires van Adolph.

bron:
joodsmonument.nl,
recensie Dienke Hondius,
Open Universiteit,
genealogieonline.nl