david tobias bamberg

bambergdavidtobiasDavid Tobias Bamberg (Amsterdam, 9 aug 1843 – Amsterdam, 20 juli 1914) is de zoon van Tobias Bamberg en Rebecca Kinsbergen. Hij trouwde met Judic Delden en zij kregen 8 kinderen (Rebecca – Amsterdam, 27 sep 1869 – Auschwitz, 6 maart 1944; Kaatje – Amsterdam, 7 juni 1872 – Amsterdam, 16 jan 1894; Theo; Simon – Amsterdam, 9 juli 1877 – Auschwitz, 25 jan 1943; Nachman – Amsterdam, 7 juli 1879 – Auschwitz, 10 sep 1942; Emile, Jacques – Amsterdam, 11 maart 1887 – ?, Eduard, Amsterdam, 14 juli 1889 – ?).
David Tobias woonde een tijd op Amstelveld 17.

David Tobias kwam uit een bekende artiestenfamilie en was net zoals zijn vader en grootvader goochelaar.
Zijn eerste optreden was toen hij acht jaar oud was, hij moest het toneel op om te leren om het publiek toe te spreken.
In 1859 begon David te werken als kapper in de Stadschouwburg in Amsterdam. In 1864 ging hij werken bij een Rotterdams café-chantant gezelschap. Deze groep reisde de grote kermissen in Nederland en België af.

David Tobias keerde terug naar Amsterdam en wilde zijn vader Tobias geen concurrentie aandoen. Hij stopte met zijn optredens als goochelaar en sloot zich aan bij het toneelgezelschap van de gebroeders Schrader. Dit gezelschap bespeelde de schouwburg in de Plantage.
In 1870 overleed zijn vader en David nam zijn oude beroep als goochelaar weer op. Net zoals zijn vader en grootvader verkreeg hij het predicaat “hofartiest”. Hij trad op buitenlandse- en het Nederlandse hof op en zowel Koning Willem III, Koningin Emma als Prinses Wilhelmina behoorden tot zijn publiek.

bron:
digitale stamboom stadsarchief rotterdam
Nieuw Israelietisch Weekblad, 24 juli 1914, overlijden
theaterencyclopdie.nl (bezicht 19 okt 2013)
stamboom (bezocht 19 okt 2013)

foto:
geheugenvannederland.nl

laatst bijgewerkt:
25 sep 2015