In de val van het werkkamp gelokt

Werkkamp Kremboong, Drenthe. Mannen moesten bossen kappen en ontginnen. Ze woonden en werkten en groepen van acht. © werkkampen.nl, bron B Vogel. Met dank aan Lion Tokkie

Zo vreemd leek het niet dat in de oorlog Joden naar de werkkampen gingen. In de dertiger waren waren er in het kader van arbeidsverruiming al verschillende werkkampen en werkgelegenheidsprojecten opgericht. Veel Nederlanders waren in de dertiger jaren werkloos en de werkkampen geven een tweeledige oplossing; projecten konden worden uitgevoerd en de doelloosheid van het werkloze bestaan werd een beetje opgeheven; samen met het adagium ‘wie niet werk, zal ook niet eten’ wat ook meespeelde. Zo werden er in 1931 26.000 werklozen te werk gesteld, in 1939 was dat aantal verdubbeld. Steunzoekers werden onder meer te werk gesteld bij de bouw van bruggen en sluizen, aanleg van bossen, kanaliseren van waterwegen e.d. en er werd geen uurloon maar stukloon uitbetaald. Daardoor kreeg men pas geld als een opdracht af was. Er waren kampen waar men ’s ochtends naar toe kwam en ’s avonds naar huis ging (heen en weer – kampen) met alleen een schuilkeet voor de regen en voor de opslag van gereedschap en er waren speciaal gebouwde werkkampen met slaapbarakken, was- en doucheruimtes, een kantine en degelijke.
Gedurende de bezetting waren veel Joden werkloos gemaakt door de beroepsverboden, dus deze maatregel leek er een waardoor er wat geld verdiend kon worden. Maar, de werkkampen in de Tweede Wereldoorlog leken wel hetzelfde, maar waren het niet…

Mannen spelen volleybal in werkkamp Kremboong. © werkkampen.nl, bron B Vogel. Met dank aan Lion Tokkie

Het aantal Joodse werkkampen in Nederland was veel groter dan tot recent gedacht werd. Lion Tokkie, wiens vader in zo’n kamp zat, onderzocht vanaf 2010 de bronnen en kwam tot die conclusie. De kampen bevonden zich op onverwachte plaatsen, dus niet alleen in Overijssel en Drenthe, maar ook rond Amsterdam. Zo was er een werkkamp in het Amsterdamse Bos, achter het pannenkoekenhuis.
Lion Tokkie komt, samen met archeoloog Ivar Schute, tot de conclusie dat er minstens 67 Joodse werkkampen waren in Nederland. Deze kampen verschilden in organisatie, waren grotendeels gevestigd in het oosten en noorden van Nederland maar ook in Amsterdam. De mannen werden betaald voor het werk, er was inferieur eten en bewaking ontbrak. Het leek een ‘gewoon’ werkkamp.

Lion Tokkie wil niet alleen weten hoe het zat, hij heeft ook een persoonlijke betrokkenheid. Zijn vader zat in zo’n kamp en Lion wilt weten hoe zijn vader in deze val gelokt werd. Hoe functioneerde het systeem?

In het begin van de bezetting functioneerde het Nederlandse systeem van de werkverruimingsmaatregelen gewoon door. Er kwamen nieuwe projecten en er werden nieuwe kampen gebouwd. Joden en niet-Joden zaten door elkaar in deze kampen. De organisatiestructuur van het systeem was in eerste instantie de

Links David Tokkie, de vader van Lion Tokkie en rechts Jaap Oudkerk, oom van Rob Oudkerk. © werkkampen.nl, bron B Vogel. Met dank aan Lion Tokkie

Nederlandse structuur die al bestond, gelardeerd met Duitse bevelsstructuren. In de eerste twee jaar van de bezetting hielden de nazi’s zich bewust afzijdig, het archief van de J-afdeling van de Sociale Dienst, aanwezig in het Stadsarchief van Amsterdam, laat zien hoe de val langzaam dichtklapte. Lion Tokkie constateert dat men langzamerhand de Joden in aparte werkkampen concentreerde. Dat volgende ook op een brief van Arthur Seyss-Inquart van 10 oktober 1941 waarin hij tot de oprichting van kampen voor werkloze Joden besluit. Daarbij past dat in het historische beeld van het afzonderen, concentreren en uiteindelijk deporteren (naar Westerbork) van de Joodse Nederlanders.

In Amsterdam werd perron 1 gebruikt voor het transport van Joden naar de werkkampen. Op dit perron werden ze geregistreerd, konden ze afscheid nemen van hun familie en gingen ze de treinen in, waarbij wel de coupés op slot gedraaid werden. Onderweg ontsnappen werd daarmee belemmerd. Als Joods werkkamp draaiden deze werkkampen gedurende een beperkte tijd tot men de massale deportatie uit deze kampen naar Westerbork inzette, en deze Joden werden herenigd met hun gezinnen die moesten overkomen en men vervolgens voor het overgrote deel op transport werd gesteld naar de kampen in het oosten. Een aantal van de werkkampen kreeg een nieuwe bestemming; opvangplaats voor moeilijk opvoedbare kinderen, werkkamp voor niet-Joodse werklozen of als kazerne voor Duitse troepen. Sommige van de kampen werden tot in de jaren zestig gebruikt. Een voorbeeld daarvan is Kamp Ybenheer bij Fochteloo. Dat werd in 1941 gebouwd voor de werkverruiming, werd in 1942 Joods werkkamp, na de oorlog werden er NSB-ers opgesloten en daarna werden er Molukkers ondergebracht tot het eind jaren zestig werd afgebroken. 

We weten weinig over deze kampen. Er is maar een klein aantal overlevenden die eerst hier heeft gezeten. Verder waren de meeste kampen gebouwd in afgelegen gebieden en alleen lokale bevolking had er weet van. Zo weten Fochtelooërs te vertellen dat na de ontruiming de weg bezaaid lag met koffers die de Joden gedwongen moesten achterlaten. Verder worden de terreinen waarop de kampen gebouwd werden niet beheerd of beschermd en verdwijnen de sporen langzamerhand. Met moderne technieken, waarbij laser gebruikt wordt, zijn de sporen wel terug te vinden en zo werd ook de locatie van de barak van een van de werkkampen in het Amsterdamse Bos getraceerd. Van andere kampen zitten de stucturen nog vrijwel volledig in de grond, zoals van kamp Sellingerbeetse (Groningen), Molengoot (Overijssel) en Gijsselte (Drenthe).

Lion Tokkie zoekt nog naar nazaten en hun verhalen. U kunt hem hier bereiken.

bron:
Theo Toebosch, In de val van het werkkamp gelokt in NRC, 27 mei 2017, met dank aan Lion Tokkie,
informatie Lion Tokkie

illustraties:
© werkkampen.nl, bron B Vogel. Met dank aan Lion Tokkie

laatst bijgewerkt:
28 mei 2017