diamantbuurt

gebasscherHet gebied waar nu de Diamantbuurt is hoorde vroeger bij de gemeente Nieuwer Amstel. Deze gemeente heeft tal van jaren de dreigende annexatie door Amsterdam geprobeerd tegen te houden, onder meer door de bouw van een gemeentehuis (dat een dikke week voor de annexatie opende en heel snel niet meer nodig was). Ook in de buurt zijn sporen van deze geschiedenis zichtbaar en wel in de 19e eeuwse kleine arbeidershuisjes in de Diamantstraat en omliggende straten. Nieuwer Amstel bouwde deze tegen de gemeentegrens aan juist in verband met de annexatie. De uiteindelijke stadsuitbreiding van de jaren 30 (Amsterdamse School, architect Van Epen) is daar omheen gebouwd.
De diamantbuurt bestond vroeger uit de straten met de edelsteennamen, zoals de Diamantstraat, Topaasstraat, Granaatstraat en Saffierstraat. Bij de buurtherindeling van 1995 werd de Diamantbuurt uitgebreid en wordt nu begrensd door de Jozef Israëlskade, 2e Van der Helststraat, Karel du Jardinstraat, Tolstraat en Amsteldijk.

Joodse wijk
Door de diamantslijperij van Asscher, gebouwd in 1906 aan het einde van de Diamantstraat (toen de stadsrand), trokken veel Joodse gezinnen naar deze wijk. Bij Asscher werd de Cullinan, de grootste diamant ooit (in de Britse scepter) gekloofd.
diamantbuurtAbraham Asscher was lid van de Joodse Raad en werd in 1943 op transport gesteld. Hij overleefde Bergen-Belsen en kwam na de oorlog terug om zijn bedrijf weer op te bouwen. Tegenwoordig wordt Asscher geleid door 2 kleinzoons van Abraham Asscher.

Coöperatiehof
Voor de oorlog kwam elke zaterdagavond de Zionistische jeugdbeweging samen in het clubzaaltje aan dit hof onder de naam Beth Am (volkshuis). Waarschijnlijk betreft het de leeszaal die aan dit hofje gelegen is.