Duvelshoek

o = Diamantenmuffengang, p = Diamantgang, q = Suikerbakkersteeg

Deze Amsterdamse buurt, grofweg tussen de Reguliersdwarsstraat en de Reguliersbreestraat op de plek waar nu bioscoop Tuschinski staat, ontstond aan het einde van de 16e eeuw. Deze grond was in 1585 bij de stad getrokken, de stadswal was toen verlegd van het Singel naar de huidige Reguliersdwarsstraat.
Er kwamen particuliere eigenaren van de erven tussen de toen spiksplinternieuwe Reguliersbreestraat en de stadswal en hier werden tussen hun terreinen een aantal stegen aangelegd. Deze stegen hadden diverse dwarsgangen en gingen op den duur de Sint Pieterssteeg, de Suikerbakkerssteeg, de Land van Beloftensteeg en de Schapensteeg heten. Ze kwamen uit op de parallel aan de stadswal (Reguliersdwarsstraat) geleden Blindemanssteeg uit. Aan het oostelijke uiteinde, achter de huidige huizen van de Vijzelstraat, werd dit Walenhoek genoemd.
De naam Schapensteeg verwijst naar de eerste eigenaar van de aanliggende erven, een zeker Jacob Schaep. De Sint Pieterssteeg is vernoemd naar een heiligenbeeld aan een gevel. De Suikerbakkerssteeg werd in 1909 herdoopt tot Blindemanssteeg, dus net zoals de steeg waar deze op uit liep.

In het begin van de vorige eeuw werd dit stukje Amsterdam beetje voor beetje afgebroken. Zo stond in de krant in 1918:

Amsterdam, 22 september 1918.
De verdwijnende Duvelshoek.
Telkens brokkelt weer een stukje van den ouden “Duvelshoek” af, en wordt dit complex steegjes, gangen en slopjes begrensd door Reguliersbreestraat en Reguliersdwarsstraat, kleiner. Thans is weer een groot stuk van deze buurt ten doode opgeschreven, want een groot oppervlak Is aangekocht door iemand, die daar een theater met idem zooveel zitplaatsen wil neerzetten, en boven de Land van Beloftensteeg is nu op een bord met een plattegrond te zien, dat er feitelijk niet veel meer overblijft van dit stukje oud-Amsterdam, hetwelk al zoo vaak is beschreven.

Sedert onheuglijke tijden, zoo vertelt b.v. Justus van Maurlk In een van zijn boekjes, hield In de “Duvelshoek”, (vermoedelljk een verbastering van “duivenhoek”, omdat In den ouden tijd daar handelaars in duiven woonden) een zeer eigenaardig volkje verblijf, vroeger noemde men ze: waerden, gelagzetters, reizende kooplieden, marskamers, speelluiden, kabauwen. Tusschen de bewoners en de logeergasten van den “Duvelshoek” was altijd een groot verschil. De daar ‘geborenen en getogenen” vonden reeds sedert onheugelijke jaren bijna op dezelfde wijze hun bestaan. Zeer velen als kleine logementhouders of kroegjesbazen; anderen door het drijven van handel in visch, fruit en allerlei consumptie-artikelen, weer anderen als waarzegsters en horoscooptrekkers, straatmuzikanten, orgelverhuurders of poppenkastvertooners. De bekende Sampimom, Verhoeven, Kabalt en andere marionettenspelers hebben jarenlang in de St.-Pieterssteeg of in de Land-van-Beloftensteeg gewoond. Zoo was het in den tijd dat Justus van Maurik jong was, die ook zoo aardig kon verhalen van het bekende “Logement voor den reizenden man”, waar Jetje Meloen destijds als alleenheerscheres regeerde, en van den reus “Lange Manus”,die er gewoond heeft, en van de twee Japaneesjes en andere merkwaardige typen uit deze buurt. Maar ook nu nog woont er, zooals wij onlangs op een tocht door eender bochtige nauwe straatjes zagen een man die met “marionetten en de Jan Klaassen-kast” op kinderpartijen en bruiloften speelt. Hoewel de reputatie van de “Duvelshoek” nog altijd wat twijfelachtig is, kan men toch zeggen, dat zij beter is dan haar naam. Ter Gouw beschreef de bewoners als een ruw volk, dat bij tooneelen van oproer, zich berucht maakte. Zoo is het thans niet meer. In de “Duvelshoek” had men vroeger zelfs een groote vereering voor het Huis van Oranje. Bij nationale feesten was hij dan versierd met eerepoorten en vroegen de kinderen: “een paar centen voor de versiering.” Veel Amsterdammers zijn nooit ln den “Duvelshoek” geweest. Toch zal men van de bewoners geen overlast of onaangenaamheid ondervinden, wanneer men er eens doorheen wandelt, al kijkt men u misschien wat achterdochtig aan, want het is hun buurt. De menschen leven er onder elkaar, en hun genot is een dansje bij een draaiorgel. Het bouwen van het nieuwe theater moet echter in de toekomst tengevolge hebben, dat de logementhouders en de poppenkasthouders zullen moeten verhuizen. Van het buurtje zelf zal ook we! niet veel meer overblijven, misschien een enkel steentje.

Dit deel van de stad was zeker niet het deel waar de Joodse bevolking bij voorkeur woonde. Het Joodse proletariaat woonde vaker in andere delen van de stad, zoals rond het Waterlooplein. Maar Amsterdam kende geen getto en daarom is er toch wat Joodse geschiedenis te beschrijven over deze buurt. Dit is te lezen op de volgende pagina’s:

Blindemansteeg
Land van Beloftensteeg
Schapensteeg
Sint Pieterssteeg
Suikerbakkerssteeg

bron:
“NEDERLANDSCH NIEUWS.”. “De grondwet“. [s.l.], 29-10-1918. Geraadpleegd op Delpher op 24-08-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110612990:mpeg21:a0103
P.P de Baar, Ons Amsterdam 44, 42-46 (1992).

illustratie:
uitsnede kaart Amsterdam 1909, 1 : 1000 kaart, Stadsarchief Amsterdam

laatst bijgewerkt:
1 september 2017