etty hillesum

ettyhillesumOp 15 januari 1914 werd in Middelburg Etty Hillesum geboren. Haar vader was Louis Hillesum, leraar klassieke talen, haar moeder was Rebecca Bernstein, van oorsprong een Russische. Na eerst met haar ouders naar Hilversum, Tiel en Winschoten te zijn verhuisd gaat zij op haar 10e naar Deventer. Zij had nog 2 broers, Jaap, arts, en Mischa, pianist.
In 1932 komt zij naar Amsterdam om Rechten en daarna Slavische talen te gaan studeren. Tijdens haar studie was Etty Hillesum actief in de linkse antifascistische beweging. Later tijdens de oorlog verlegde zij haar belangstelling naar psychologie en spiritualiteit. In 1941 ontmoet zij de Duits-Joodse vluchteling Julius Spier, die in haar leven en in haar later gepubliceerde dagboek een grote rol gaat spelen. Hij was haar grote liefde. Julius Spier (1887) overleed in 1942 in Amsterdam aan longkanker.

In juli 1942 kreeg Etty een functie bij de afdeling “Culturele Zaken” van de Joodse Raad. Deze periode, die maar 2 weken duurde, vond zij vreselijk. Daarom vroeg zij om overplaatsing naar kamp Westerbork, waar zij bij de afdeling ‘Sociale verzorging doortrekkenden’ werd ingedeeld. Omdat zij werkte voor de Joodse Raad was, had zij een speciaal reisvisum. Daarmee kon zij nog verschillende malen naar Amsterdam terugkeren, totdat in juli 1943 deze vergunning werd ingetrokken. Op 7 september 1943 werd zij met haar familie op transport naar Auschwitz gezet, waar zij vóór 30 november 1943 is omgekomen. Ook haar ouders en broers overleefden de Sjoa niet.
Etty Hillesum is vooral bekend geworden door haar dagboek, waarvan in 1981 een bloemlezing verscheen: ‘Het verstoorde leven; Dagboek van Etty Hillesum, 1941 – 1943′. Een volledige uitgave van haar dagboeken en brieven werd in 1986 gepubliceerd. Haar nagelaten geschriften zijn steeds herdrukt en in vele talen vertaald. Het laatste adres van Etty Hillesum in Amsterdam was de Gabriël Metsustraat 6 boven.

Bron:
diversen
aanpassing tekst met dank aan Prof. Dr. Klaas A. D. Smelik, Universiteit Gent (19 aug 2014)