familie Abrahams

De familie Abrahams was een van de families uit Monnickendam die in de oorlog vermoord werden. Wie waren zij?

Eliezier Abrahams werd op 19 februari 1886 in Monnickendam geboren. Hij was visventer en woonde in 1938 op de Niessenoortsburgwal 1 en had in dezelfde straat, op nummer 4, een garage. Hij trouwde op 9 december 1909 in Monnickendam met Saartje Truder.

Saartje werd in Amsterdam geboren op 26 december 1889 en was de dochter van kruidenier Simon Truder (Amsterdam, 1854 – Amsterdam, 1935). Simon trouwde in 1878 in Amsterdam met Roosje Aap (Amsterdam, 1855 – Amsterdam, 1934).

Eliezer is op 5 augustus 1942 in Auschwitz vermoord, Saartje op 16 april 1943 in Sobibor.

Simon Abrahams was een zoon van Eliezer en Saartje en werd op 21 juli 1917 in Monnickendam geboren. Hij behaalde in 1935 zijn MULO-diploma in Amsterdam en slaagde in juli 1935 aan de Amsterdamse Etaleer- en Reclameschool als etaleur. Simon heeft verkering gehad maar was niet getrouwde toen bij op 9 juli 1943 in Sobibor werd vermoord.

Een klein jaar eerder schreef hij vanuit de Johan Kepplerstraat 31 in Amsterdam – Oost, waar hij bij zijn ouders Eliezer en Saartje woonde, een brief aan familie:
Na lange tijd niets meer van me te hebben laten horen, voel ik mij verplicht u toch nog even te schrijven. Zoals u ziet ben ik er nog. En dat is deze tijd al heel wat. Hoeveel van onze partij zijn er al niet weg, elke dag opnieuw. Ook mijn meisje met mijn schoonzusje. Dat was een zware slag voor mij. Maar ik houd mijn kop op. Moed verloren, al verloren. Ik ben er van overtuigd ze gauw weer terug te zien. Niet daar maar hier. Eens zal voor ons de zon toch ook weer schijnen. En dan neem ik gauw weer een enkele reis naar Monnickendam‘. Hij eindigt met ‘Verder allen hartelijk gegroet, ook namens mijn moeder, apart van mij.’
Simon Abrahams (op dat moment 25 jaar).
Eliezer, Saartje en Simon woonden op dat moment gedwongen bij het gezin van hun dochter, Judith Godefroi – Abrahams (Monnickendam, 17 april 1911 – Sobibor, 4 juni 1943.

Gerrit Abrahams was een broer van Eliezer en werd op 24 oktober 1887 in Monnickendam geboren. Hij was visventer en had vanaf juni 1918 een rokerij op zijn erf aan de Buitendijk. In april 1923 ontstond daar een beginnende brand. Het dak ging in vlammen op, maar verder was alles snel geblust.
Gerrit woonde in 1938 op Noordeinde 108. Hij was op 15 juli 1913 in Monnickendam getrouwd met Elisabeth (Betje) Wolf. Elisabeth werd op 4 maart 1893 in Musselkanaal in de provincie Groningen geboren. Ze was de dochter van koopman en vleeshouwer Benjamin Wolf (Onstwedde, 29 juli 1863 – Auschwitz, 13 november 1942) en Vrouwke Dalsheim (Meeden, 1857 – Stadskanaal, 1935). Elisabeth was in juni 1913 in Monnickendam komen wonen. De zus van Betje, Berendje, woonde ook in Monnickendam en was gehuwd met Andries Witmond.
Gerrit en Elisabeth werden beide op 4 juni 1943 in Sobibor vermoord. 

Gerrit woonde in de eerste maanden van 1943 in Amsterdam, op de Muiderstraat 4a. Daar werd hij op 26 mei opgepakt. Met een paar koffers in de hand stond hij, samen met zijn vrouw Betje en andere familieleden, lange tijd op het Jozef Daniël Meijerplein, achter de synagoge. Dezelfde dag ging de reis per trein naar Westerbork, en vandaag, met alleen wat water in het treinstel, op 1 juni 1943 naar Sobibor. Daar zijn ze bij aankomst op 4 juni 1943 direct vergast en hun lichamen verbrand.
Gerrit Abrahams heeft in de trein een kaart geschreven en uit het raam gegooid. Welwillende handen hebben de briefkaart gevonden en gepost. Een laatste, tastbare herinnering. De dag voor de grote razzia van 26 mei 1943 schreef moeder Beth Abrahams – Wolf nog een brief aan Jan Mol. ‘Vanochtend ontvingen we een schrijven dat de oproep abuis was en we het onmiddellijk weer moesten inleveren. Jelui kunnen begrijpen dat we dat al gedaan hebben. Goddank hebben we weer enige dagen, voor hoe lang weten we niet, in ieder geval uitstel (..). Beste menschen, we kunnen jelui niet genoeg danken voor alles wat u voor ons doet. Het was alles prima in orde, de vitaminen was een goed idee, heeft Tiny zeker verzorgd. Hartelijk dank. Ik hoop dat jelui eens weer gauw komen. Willen jullie het ook aan Ds. Scharten zeggen. Het deed ons zo goed dat de dominee er juist bij was, eerst de narigheid en toen de voorlopige redding. Iedere dag bidden we dat God redding zal geven. We hangen aan ons leven, we willen toch zo graag hier blijven.
Nu lieve menschen, ontvang heel veel hartelijke groeten van jullie toegenegen Gerrit en Beth. Daag, tot spoedig ziens. De groeten aan vader en moeder Mol, Bertha en de kinderen.’

Gerrit Abrahams en Betje Wolf hadden twee dochters, naast voornoemde Judith ook Frouke. Frouke overleefde de oorlog.