familie peereboom – brilleman – door gerrit wijnhoud

Het bruidspaar, gezeten aan de kop van de tafel, is Helena (Lena) Brilleman (1907-1992) en Levie (Lou) Peereboom (1913-1941). Verder bestaat het gezelschap (vlnr) uit: Vrouwje (Flora) Peereboom-Sacksionie (1886-1943), onbekend, Jozeph Peereboom (1880-1943), Anna (Ans) Peereboom-Prins (1913-1942), Marcus (Max) Peereboom (1911-1942), Max Brilleman (1917-1984), Elizabeth Brilleman-Nordheim (1873-1953), Nathan (Nico) Gerritse (1912-1941), Louisa (Loes) Gerritse-Peereboom (1914-1943), Liesbeth Brilleman (1928), Levie Brilleman (1873-1940), Juda (Jules) Brilleman (1903-1995), Simon Peereboom (1923-2003), Isaäc Witjas (1911-1943), Sophie (Fie) Brilleman-Soesan (1905-1966), Marianne Brilleman (1904-1988), Barend Soesan (1903-1977) en Naatje Soesan-Brilleman (1905-1995).
Het bruidspaar, gezeten aan de kop van de tafel, is Helena (Lena) Brilleman (1907-1992) en Levie (Lou) Peereboom (1913-1941). Verder bestaat het gezelschap (vlnr) uit: Vrouwje (Flora) Peereboom-Sacksionie (1886-1943), onbekend, Jozeph Peereboom (1880-1943), Anna (Ans) Peereboom-Prins (1913-1942), Marcus (Max) Peereboom (1911-1942), Max Brilleman (1917-1984), Elizabeth Brilleman-Nordheim (1873-1953), Nathan (Nico) Gerritse (1912-1941), Louisa (Loes) Gerritse-Peereboom (1914-1943), Liesbeth Brilleman (1928), Levie Brilleman (1873-1940), Juda (Jules) Brilleman (1903-1995), Simon Peereboom (1923-2003), Isaäc Witjas (1911-1943), Sophie (Fie) Brilleman-Soesan (1905-1966), Marianne Brilleman (1904-1988), Barend Soesan (1903-1977) en Naatje Soesan-Brilleman (1905-1995).

Eind april 2014 bezocht ik het Holocaust Museum in Berlijn waar op een van de panelen het verhaal over de familie Peereboom-Brilleman als symbool voor Nederland wordt verteld. Bij het zoeken naar meer informatie kwam het verhaal van Gerrit Wijnhoud naar voren, dat hij schreef na een bezoek aan dit museum en in OpNieuw, het blad voor de Nieuwmarktbuurt, werd geplaatst. De redactie van OpNieuw gaf toestemming dit artikel hier te plaatsen en deelde mede dat Gerrit Wijnhoud enkele weken geleden is overleden, maar dit zeer op prijs gesteld zou hebben. – red

Het Holocaust Museum in Berlijn
– Gerrit Wijnhoud
In april 2006 bezocht ik het Holocaust Monument in Berlijn, een glooiend grafveld met 2711 betonnen gedenkstenen. Op deze plek wilde Hitler zijn wereldrijk opsieren met een reusachtige koepel die de nabij gelegen Rijksdag en Brandenburger Tor tot speelgoed proporties zou hebben teruggebracht. Hier worden sinds 11 mei 2005 de zes miljoen Joden herdacht die door zijn toedoen zijn omgebracht. Het monument boven de grond roept emoties op, maar pas als je de catacomben onder de grond bezoekt begrijp je waar het echt over gaat. Hier wordt in een aantal zalen op serene wijze de geschiedenis van de Jodenvervolging in beeld gebracht, en wordt het gruwelijke lot getoond dat Europese Joden wachtte als ze eenmaal naar Duitsland waren afgevoerd. Ter inleiding is er eerst een overzicht van de gebeurtenissen tussen 1933 en 1937, als voor het eerst antisemitisme en vreemdelingenhaat onderdeel wordt van de regeringspolitiek van een moderne staat en Duitse Joden in eigen land officieel tot minderwaardig ras worden verklaard.

vakantie in Zandvoort, 1936
vakantie in Zandvoort, 1936

Huwelijken tussen Joden en niet-Joden worden verboden, en in de nacht van 8 november 1938 (Kristallnacht) worden 267 synagogen vernield en 7500 winkels van Joodse eigenaars geplunderd en in brand gestoken. In de dagen daarna worden circa 30.000 Joden door de SS opgepakt en in de concentratiekampen Buchenwald, Dachau en Sachenhausen gevangengezet. Vanaf 1940 worden ook Joden in het buitenland vervolgd, in Polen zijn er de eerste getto’s en in Rusland vinden de eerste massa-executies plaats. In 1941 volgen de eerste experimenten met het gifgas Ziklon B, in januari 1942 worden op de Wannsee conferentie plannen gesmeed om alle Europese Joden te vermoorden, de zogenaamde Endlösung. Vanaf dat moment draaien de gaskamers in Auschwitz-Birkenau, Belzec, Sobibor, Treblinka, teveel om op te noemen, op maximale capaciteit. Het is ronduit verbijsterend om de aantallen te zien, hier is sprake van een moordmachine.

In het Holocaust Museum in Berlijn wordt aandacht besteed aan individuele slachtoffers uit alle door de Duitsers bezette landen, per land worden foto’s en documenten getoond van een gezin. Voor Nederland is er een kleine expositie over de familie Peereboom, verspreid over een aantal panelen.

Josef Peereboom is in 1899 als leerling begonnen bij de Joodse boekwinkel en drukkerij Joachimsthal, uitgever van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, gevestigd in de Jodenbreestraat 63. In 1940 heeft hij een woning boven de boekwinkel en is verantwoordelijk voor de acquisitie voor de krant. Op vrijdagen gaan de boekwinkel en drukkerij om half vier ’s middags dicht en dan drinkt uitgever Joachimsthal een paar glazen jenever samen met zijn werknemer Louis. En dan begint de Sabbath, de kinderen verheugen zich erop, niet alleen vanwege het heerlijke eten, maar vooral omdat ze laat naar bed mogen. Het is gezellig in de grote familiekring en die dag voelt anders aan dan andere dagen in de week, ook al door de vele aanloop van familie. Josef is getrouwd met Vrouwtje Peereboom, geboren Saksioni, beiden komen uit oude Joodse families die al lang in Nederland gevestigd zijn. Van volledige integratie is geen sprake, wel van wederzijds respect, en daarom voelen zij zich veilig in de ‘Jodenhoek’, zoals men dit deel van de stad in de volksmond noemde. De Jodenhoek was gelegen tussen het Centraal Station, de Kloveniersburgwal, Waterlooplein, Valkenburgerstraat en de Prins Hendrikkade, in het begin van de oorlog wonen er meer dan 25.000 Joden.

Een vrolijke bruiloft
Op de foto zien wij het banket ter gelegenheid van de bruiloft van Louis Peereboom, de zoon van Josef, met Lena Brilleman. Aan de linkerkant van de foto de ouders van de bruidegom, Vrouwtje en Louis Peereboom. Het is augustus 1940, de stemming is vrolijk en optimistisch, men heeft geen idee wat er te gebeuren staat. De feestelijke bijeenkomst vindt plaats in Hotel Hiegentlich in de Nieuwe Hoogstraat 9-11, gedreven door Hermann en Coenraad Hiegentlich, die beiden met hun gezinnen op hetzelfde adres wonen. Ook zij weten niet wat hen te wachten staat. Hermann Hiegentlich wordt vermoord in Auschwitz op 30 april 1943, zijn echtgenote Rebecca Spier komt aan haar einde te Sobibor, op 4 juni 1943. Op diezelfde datum en in hetzelfde kamp wordt ook Coenraad vermoord, evenals zijn vrouw Frederika van der Hak. Hun dochter Bella komt om het leven op 19 november 1943 in vernietigingskamp Auschwitz.

peereboombrillemansterrenMaar in augustus 1940 lijkt het er op dat Nederland geen last gaat krijgen van anti-Joodse maatregelen. De Duitsers hebben het land net bezet, de Jodenvervolging is nog niet begonnen. Op de filmpjes die broer Max maakte is te zien dat de Peerebooms ondanks de oorlog een redelijk onbezorgd leven lijken te hebben.
Er zijn foto’s van een vakantie in Zandvoort en een middagje zonnen op het dakterras, boven de drukkerij aan de Jodenbreestraat. Maar dan ineens is er ook een foto uit 1942 waarop Simon Peereboom met zijn vrouw Roosje poseren voor het ‘Joodsch Ons Huis’, waar een bord aan de deur hangt met de tekst: ‘Sterren Uitverkocht”.

Vanaf mei 1942 is elke Jood in Nederland verplicht een gele Davidster te dragen, waarvoor zij zelf moeten betalen. Op de foto is te zien dat Roosje er eentje op haar jurk heeft genaaid, Simon draagt zijn jas gevouwen over de arm. Nog steeds lijken zij zich niet bewust van het lot dat hen wacht.

Hoe het begint en hoe het eindigt
Een half jaar na de Duitse inval organiseert de NSB provocaties in buurten waar Joden wonen, maar als antwoord komt het in februari 1941 tot een ware veldslag op het Rembrandtsplein. Daarbij wordt een groep van veertig marcherende nationaalsocialisten afgetuigd door een knokploeg met zowel Joodse als niet-Joodse deelnemers. Mede als gevolg daarvan sluiten de Duitsers de oude Joodse wijk voor een korte tijd af.
Er worden prikkeldraadversperringen aangebracht, bruggen opgehaald en wachtposten van de Nederlandse en Duitse politie geplaatst. Enkele dagen later wordt het betreden van de Jodenbuurt voor ‘niet-Ariërs’ verboden. Er komen borden met Juden-Viertel, niet-Joden mogen de wijk alleen maar in en uit als zij kunnen aantonen er te wonen.

Een paar dagen later bestormen manschappen van de Duitse Grüne Polizei IJssalon Koco in de Van Woustraat, de zaak van de Duits-Joodse vluchtelingen Cahn en Kohn. Op het moment dat de Polizei al schietend de IJssalon binnendringt, spuit een van de Joodse eigenaren ammoniak in het gezicht van een van de Duitse agenten. Cahn en Kohn worden gearresteerd en afgevoerd en de Duitsers beginnen wraakacties in de Jodenbuurt, ook de ruiten van drukkerij Joachimsthal worden ingegooid. Jonge Joodse mannen worden naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht en 427 van hen, in de leeftijd van 18 tot 35 jaar, worden als gijzelaars meegenomen en geïnterneerd in kamp Schoorl, waarna zij later naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen worden gedeporteerd. Daaronder ook Louis Peereboom en zijn zwager, Nico Gerritsen, allen sterven binnen een jaar aan mishandelingen en ontberingen.

In september 1942 worden Max Peereboom, zijn vrouw en zijn kinderen opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Op het door Max zelf gemaakte filmpje op zijn 8 mm camera is te zien hoe het gezin de koffers pakt voor de reis. Een reis waarvan ze nooit terug zullen keren, in het kader van de Endlösung worden vrijwel alle Joden van de allereerste transporten gekwalificeerd als onbruikbaar om te werken. Josef Peereboom, zijn vrouw en de kinderen Louisa en Simon, komen pas later aan de beurt, zij krijgen begin juni 1943 een oproep om zich voor te bereiden op transport. Tot dan toe was Josef beschermd door een stempel op zijn identiteitskaart, vanwege zijn werk voor het Israëlitisch Weekblad. Daarin werden namelijk oproepen gepubliceerd om zich te melden voor transport, voor ‘werk in Duitsland’.

Van de twintig familieleden op de foto heeft er maar één de oorlog overleefd, Simon Peereboom. Hij is in 2003 overleden in de wetenschap dat zijn foto’s en zijn films zouden worden getoond in de catacomben van het holocaustmonument. En dat daarmee de familie ten voorbeeld is gesteld van de uiteindelijk 102.000 Nederlandse Joden die in concentratiekampen zouden omkomen.

Florry Pot-Peereboom, dochter van Simon, vertelt bij de opening van het Holocaust Museum dat haar vader na de oorlog, ondanks de verschrikkingen van het kamp, een gelukkig leven heeft gehad. ‘Maar het verlies van zijn familieleden bleef altijd een rol spelen in onze verhouding. In alles wat ik deed, zag hij iemand terug. Dan was ik weer precies zijn zuster, dan weer net zijn moeder. Ik probeerde aan die beelden van hem te beantwoorden. Ik weet zeker dat hij ook trots op mij zou zijn geweest als hij nog leefde. We zouden hier samen naartoe zijn gegaan en hij zou mij naar voren hebben geschoven om het woord te doen. Hij zou zeggen: Je bent een échte Peereboom en je gaat ervoor’ (Algemeen Dagblad 11 mei 2005).

bron:
The Memorial to the Murdered Jews of Europe,
Algemeen Dagblad,
Wikipedia.
Met dank aan Gert van Engelen voor zijn foto’s van de panelen in Berlijn.
Foto bruiloft ook in de collectie van het Joods Historisch Museum

Artikel geplaatst in Opnieuw, juni 2011. Overgenomen met vriendelijke toestemming van de redactie / Evert van Voskuilen.
De familie Peereboom – Brilleman wordt herdacht in het Holocaust Museum Berlijn

laatst bijgewerkt:
4 juli 2014