grote synagoge

grotesjoelDe Grote Synagoge of Grote Sjoel aan het Jonas Daniël Meyerplein (Deventer Houtmarkt) is op 25 maart 1671 gewijd, de eerste dag van Pesach. Dit was 6 jaar na het oprichten van de Hoogduitse gemeente, die werd opgericht om een antwoord te kunnen geven op de grote stroom Asjkenazische Joden die naar Amsterdam kwamen.
In 1670 besloot men tot de bouw van deze synagoge, waarbij ook opvalt dat de sjoel op een prominente plaats in de stad staat. Dat geeft ook aan hoe de tolerant men in de 17e eeuw was naar andere geloven.
De bouw van de sjoel kostte dfl 33.000,–, een groot bedrag in die tijd. De stad Amsterdam leende de Hoogduitse gemeente dfl 16.000,–, een ander deel werd bij elkaar gekregen door de verkoop van overerfbare zitplaatsen.
Het hoofdgebouw van de synagoge is een bijna vierkant gebouw, de grootte is 16 bij 17 meter. Tegen het hoofdgebouw aan werden 2 huisjes gebouwd, een van die huisjes deed dienst als Mikwe (ritueel bad) en als bestuurskamer en woning voor de sjammes (koster).
Binnen het gebouw waren 3 galerijen, 2 voor de vrouwen en een voor het koor. Aan de oostelijke wand was de marmeren Heilige Ark met de Thorarollen, die in 1671 geschonken was door Abraham ben Isaac Auerbach uit Coesfeld – een stadje in Duitsland in de buurt van Winterswijk waar ook een Joodse gemeente was en sinds 1670 een synagoge.
Het Koor der Grote Synagoge was wereldberoemd in de periode van dirigent en componist Sam Englander. Het koor maakte plaatopnamen en won een internationale eerste prijs in Londen in 1928.
De synagoge werd gebouwd door meester-metselaar Elias Bouman, ook de bouwer van de Portugese sjoel aan de overkant van het plein én van Huis de Pinto. De bouw werd gecontroleerd door stadsarchitect Daniël Stalpaert.
Deze sjoel was de eerste sjoel van dit Hoogduitse synagogecomplex, wordt grote genoemd ondanks dat de Nieuwe Synagoge groter is.

grotesynagogeverbouw
Er zijn een aantal verbouwingen geweest. In 1776 werd het hoekhuisje vergroot. Aan de Nieuwe Amstelstraat werd een voorportaal aangelegd, er werden glas-in-loodramen aangelegd.
In 1822 werd de huidige ingang gebouwd, tussen 1911 – 1913 werd een betonnen vloer gestort.
In de Grote Synagoge zetelde de opperrabbijn.
De Joodse gemeente groeide echter zo hard dat deze synagoge snel te klein werd. Er werden in rap tempo nog drie synagoges gesticht; boven de vleeshal in 1685 de Obbene Sjoel, de derde synagoge oftewel de Dritt Sjoel (1700) en in 1752 de Nieuwe Synagoge.

grotesynagogemikwede oorlog
In september 1943 werd de synagoge op last van de bezetter gesloten. In de winter van 1944-1945 werden de galerijen gesloopt om als brandhout gebruikt te worden. De synagoge kwam ernstig gehavend de oorlog uit.
Verder was de functie op deze locatie niet meer nodig door het uitmoorden van de Joodse bevolking in deze buurt.
In 1954 werd het gebouw overgedragen aan de gemeente Amsterdam. In 1966 werd het gebouw grondig gerestaureerd en teruggebracht naar de situatie van 1822. Bij een van de restauraties werd ook de oorspronkelijke mikwe teruggevonden in het bijgebouwtje.
In 1987 trok het Joods Historisch Museum in het complex.
Sinds 2004 gebruikt men de begane grond voor de tentoonstelling over Joodse tradities en gebruiken, op de galerijen de geschiedenis van de Joden in Nederland van 1600 – 1890.

bron:
synagogen in Nederland,
wikipedia, JHM,
bma.amsterdam.nl