Hans Aussen, onderduiker in amsterdam. waartoe discriminatie kan leiden.

indexhansaussenHans Aussen bezocht op 27 oktober 2008 groep J van de ASVO in Amsterdam; en daarna ook in 2009 t/m 2015. Hans Aussen is Joods, dook onder in Amsterdam en overleefde de oorlog. Hans Aussen (Amsterdam, 7 april 1926) is de zoon van Louis (Asser Maurits Louis) Aussen (Amsterdam, 20 december 1891, foto boven links, staand) en Rosette Moscoviter (Amsterdam, 17 januari 1892). Hans werd geboren op 9 april 1926 in Amsterdam. Het gezin Aussen was niet streng religieus, de zoons hebben wel beiden hun Bar Mitswah gedaan. De familie ging naar de synagoge in de Jacob Obrechtstraat.

olietanksijHans was 14 toen de oorlog in Nederland uitbrak. Er veranderde in eerste instantie niet veel, wel moesten de huizen verduisterd worden en moesten de ruiten worden beplakt met papieren plakband, om rondvliegende glasscherven bij een bombardement te voorkomen. Dat de olietanks aan de overkant van het IJ in de eerste oorlogsdagen in de brand stonden (12 mei 1940, op het terrein van de Shell, Overhoeks) maakte veel indruk op Hans. Hiermee werd voorkomen dat de voorraad brandstof in de handen van de bezetter zou komen.

De eerste periode van de oorlog was voor Hans nog min of meer onbezorgd en hij kon nog steeds zijn geliefde fietstochten maken met zijn broer. Fietstochten die onder meer naar een achterneef in Wijhe voerde, waar de broer van Hans, Benno (Benjamin Salomon, 10 november 1922, foto boven links, zittend), verliefd werd op Annie, de zus van zijn nichtje Herta (foto boven midden). De familie Aussen in Wijhe heeft de oorlog niet overleefd, ook Herta niet.

Maar de schijnbare rust in bezet Nederland veranderde. Op een gegeven moment moesten de fietsen worden ingeleverd. Joden mochten niet meer fietsen of van het openbaar vervoer gebruik maken. De vader van Hans gaf de fiets liever mee aan een goede relatie dan aan de Duitsers en de fiets van Hans verdween.
Al snel verschenen de bordjes “voor Joden verboden”; de tram, de bioscoop, het park, het werd allemaal verboden en de isolatie van de Joden werd steeds verder doorgevoerd.
Snel daarna verscheen de Jodenster, die men tegen inlevering van een textielpunt diende aan te schaffen en zichtbaar op de kleding aan de linkerkant moest dragen. In 1941 moest Hans van zijn school af en naar een Joodse school.
Het gezin waar Hans in opgroeide pleegde verzet. Verzet door niet in de gaan op de oproep om zich te melden en door in onderduik te gaan. En verzet door een vals persoonsbewijs te verkrijgen. Het eerste valse persoonsbewijs dat Hans kreeg stond op de naam van Johan Swart. Later werd dat Hans Smit want toen werd het hele gezin de familie Smit genoemd, allen met dezelfde achternaam.
In Amsterdam veranderde ook het een en ander. Namen van straten en pleinen die óf herinnerde aan Joodse mensen óf aan leden van het Koningshuis, werden veranderd.
De vader van Hans, oprichter van voetbalclub Wilhelmina Vooruit, zag de naam van zijn voetbalclub veranderd in Wilskrachtig Vooruit. Maar er waren nog veel meer maatregelen: muziek van Joodse componisten mocht niet meer worden uitgevoerd, Joodse musici in het Concertgebouw werden ontslagen en zo ging dat maar door.

In juli 1942 ontvingen Hans en zijn broer een oproep voor de Arbeitseinsatz. Na de oproep werd het nodig om in onderduik te gaan. Het gezin Aussen ging, ondanks de zomerhitte, dik aangekleed (om zoveel mogelijk kleding mee te nemen), in onderduik. Ze kwamen bij Gerda Mulder in de Jan van Galenstraat terecht. Daar zat het gezin op 2 zolderkamers en had daar een wastafel maar geen toilet. Ze mochten gewoon beneden in de woonkamer van het huis wonen, ook wanneer Gerda aan het werk was. Gerda was onderwijzeres. Een kennis van Gerda, de heer Van Spinhoven, had tijdens de onderduik wat te doen voor de onderduikers, dit was het beschilderen van tegeltjes.

Hans Aussen en echtgenoot voor het oude huis in de Frans van Mierisstraat 84 (2017)

Van Spinhoven wist na een tijdje te vertellen dat er een razzia in de Jan van Galenstraat zou komen. Huis voor huis zou worden nagezocht op onderduikers. De familie Aussen werd gechanteerd door Van Spinhoven en ze kregen de keus, betalen of weggaan. Ze kozen voor weggaan, betalen had alleen maar geleid tot weer nieuwe eisen. Ze kregen een nieuw onderduik- adres in de Banstraat bij Dirk Pos en Marie Scheeres en hun kinderen, nota bene vlak bij hun oude huis in de Frans van Mierisstraat.
Gerda Mulder was inmiddels overleden. Dat was een goed onderduikadres tot het einde van de oorlog maar ze moesten er af en toe weg wegens gevaar. Hans werd zo tijdelijk ondergebracht op een ander adres bij de familie Viruly waar hij verliefd werd op dochter Avyola.

Een meisje dat ook in het huis in de Banstraat woonde werkte bij de telefoondienst en waarschuwde dat een Duitser het adres had opgevraagd van een telefoonnummer – het telefoonnummer van het huis van de familie Pos waar ze zelf woonde en waarvan ze goed wist dat er onderduikers zaten.
Ze maakten daar de hongerwinter door en een herinnering aan die tijd was het Zweedse witmeel dat Januari 1945 per boot werd aangevoerd en waarvan Zweeds wittebrood werd gebakken dat, volgens de herinnering van Hans, als het heerlijkste taartje smaakte. Hans herinnert zich dat hij toen heeft gehoord dat er mensen in Amsterdam op straat lagen die omgekomen waren van de honger en de kou.

Eind april 1945 werden door bommenwerpers die heel laag vlogen, blikken met alle mogelijke levensmiddelen afgeworpen onder andere boven Schiphol. Die blikken waren normaal voor het leger bestemd en dienden nu om mensen van de hongerdood te redden. Toen de oorlog voorbij was kon de familie Aussen door een ongelooflijk toeval terug in hun eigen huis op de Frans van Mierisstraat 84. Dat was iets unieks. In hun huis, in de oorlog gebruikt door Duitse militairen, vonden ze een deel van hun spullen terug die ze onder vloerplanken verstopt hadden. In de buurt gingen ze mensen langs waar ze spullen in bewaring hadden gegeven. Soms kregen ze alles terug, ook gebeurde het dat men ontkende dat men iets had, terwijl die spullen zichtbaar in de kamer stonden, of men had het geruild voor levensmiddelen. Deze laatste mensen werden “bewariërs” genoemd. Een spotnaam.
Hans heeft heel zijn leven hard gewerkt, een manier om om te gaan met de herinneringen, maar de laatste jaren vertelt hij regelmatig zijn verhaal op scholen in Nederland voor het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Bron:
met dank aan Hans Aussen, herzien op 11 dec 2013.
stadsarchief Amsterdam, gezinskaart Asser Maurits Louis Aussen

Illustraties
met dank aan de familie Aussen

laatst bijgewerkt:
9 augustus 2017