hollandsche schouwburg

hollandseschouwburgJW1941101892 – 1930
De Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan werd op 5 mei 1892 geopend. Het gebouw werd ontworpen door de architect Bombach die meer in Amsterdam heeft ontworpen, zoals op de Hazenstraat 21, Alexanderkade 12 – 14 en Rapenburgerstraat 97 – 99.

De schouwburg werd ontworpen onder de naam “Artis Schouwburg”. Die naam verdween echter al 2 jaar later, toen de schouwburg failliet ging door de concurrentie van onder andere de nabij gelegen Frascati Schouwburg.
In de schouwburg was plaats voor 1360 personen. De zaal werd verlicht door een gaskroonluchter met 140 lichtpunten. Boven het toneel was een voorloper van een sprinkler-installatie aangebracht, wat zeer modern was in 1892.
Toen het theater zo’n 40 jaar bestond is het gerenoveerd onder leiding van architect Wolter Bakker. Na de renovatie was er één van de drie balkons verwijderd en bood het theater plaats aan 800 toeschouwers. De renovatie van Bakker was klaar in 1930.

hollandseschouwburg1930 – 1940
De periode voor de 2e Wereldoorlog was financieel niet makkelijk voor het theater. Het Leidseplein werd het nieuwe uitgaanscentrum van Amsterdam en de bioscoop werden steeds populairder.
De schouwburg werd overgenomen en Plaza Schouwburg genoemd. Het grote publiek komt echter niet en de Plaza Schouwburg gaat failliet. Een paar maanden later zijn er weer toneelvoorstellingen in de Hollandsche Schouwburg.
De oorlog

In 1941 dwingt de bezetter dat de naam wordt veranderd in Joodsche Schouwburg en alleen Joodse artiesten mogen er optreden. Het openingsconcert wordt gehouden op zondag 16 november 1941.
Alleen Joodse mensen mogen de schouwburg bezoeken. Een van de uitzonderingen was F. H. Aus der Fünten, de Duitse leider van de deportaties. Hij had een grote voorliefde voor Joods theater….
Als Joodsche Schouwburg heeft dit gebouw dienst gedaan tot 18 juli 1942. Volgens sommige historische bronnen gingen toen de stoelen eruit en ging het theater dienst doen als doorgangshuis voor de (Amsterdamse) Joden die vanuit hier naar Westerbork gevoerd zouden worden; maar volgens andere bronnen én een lezer van deze site zaten op 25 maart 1943 de stoelen er nog wel in aangezien hij daar als 5-jarige in het rode pluche zat.
De schouwburg werd vanaf de herfst van 1942 gebruikt als een soort “wachtkamer” voor het vervoer naar Westerbork. Het verblijf in de Hollandse Schouwburg kon variëren van dagen tot weken.

Verschillende Joodse artiesten, die eerste in de Hollandse Schouwburg hadden opgetreden, werden ingezet om de binnenkomst en vertrek van de Joden zo ordentelijk mogelijk te laten verlopen. Onder hen was Silvia Grohs-Martin, die in 2001 het boek “Ich sah die Toten, gross und klein” hierover schreef.
In een jaar tijd zijn 60.000 mensen via de Hollandsche Schouwburg naar Westerbork vervoerd.
De laatste grote razzia in Amsterdam was op 29 september 1943 en Amsterdam werd toen “Judenfrei” verklaard. Daarmee stopte ook het werk in de Hollandsche Schouwburg en de noodzaak om dit gebouw voor dit doel te gebruiken.
Na de oorlog
Het gebouw werd door particulieren gekocht en aangeboden aan de gemeente Amsterdam. Het was ondenkbaar dat dit gebouw ooit nog als schouwburg gebruikt mocht worden en met de Joodse gemeenschap werd een plan opgesteld om een herd
enkingsplaats te maken van het gebouw. De voorzijde bleef staan, en ook het voorgebouw. De zaal werd afgebroken. In het voorgebouw kwam een rouwkamer waar een eeuwige vlam brandt. De Hebreeuwse tekst betekent “Het licht van de Heer is de ziel van de mens”. Waar het toneel was staat nu een kolom van basalt.
De voormalige koffiekamer van de Hollandse Schouwburg werd het naast de schouwburg gelegen zeer populaire café Eik en Linde.
Op 4 mei 1962 werd de eeuwige vlam aangestoken en werd de Hollandsche Schouwburg een herdenkingsplaats.
bron:
diversen Illustratie
Het Joodsche Weekblad, 17 okt 1941, advertentie

Laatst bijgewerkt:
31 jan 2016.