iets over huis- en chewresjoelen in amsterdam – e s hen

Elias S Hen (Amsterdam, 22 sep 1880 – Sobibor, 4 juni 1943; beambte van de Ned. Isr. gemeente, was voorzanger op Hoge Feestdagen in Beit Hamidrasj ets Haim) werd in augustus 1925 door de redactie van het Nieuw Israëlietisch Weekblad gevraagd om zijn herinneringen aan de huissjoels en verenigingssjoels (chevresjoel) in Amsterdam op papier te zetten. De tekst hiervan volgt. De Hebreeuwse woorden, in de oorspronkelijke tekst, zijn getranscribeerd, de spelling van 1925 is bewaard.

De uitnoodiging door de redactie van het Nieuw Israël. Weekblad tot mij gericht, om een bijdrage te geven voor dit feestnummer, heb ik gaarne aanvaard, vooral ook omdat ik hierdoor uiting geven kan aan mijn waardeering voor de richting en het streven van dezen zestigjarige. Aan haar verzoek in ’t algemeen, voegde de redactie den specialen wensen, of ik iets wilde schrijven over de huis- en chewresjoelen in Amsterdam, zoowel over de huidige, als over die, waarvan nog slechts de dankbare herinnering in menig gemoed voortleeft. „Al zou mijn mond van woorden zoo vol zijn als de zee”, om met de hier eenigszins gewijzigde woorden van Simon ben Setach, den vermoedelijken dichter van het schoone Nismat kol chai te spreken, dan nog zou ik niet bij machte zijn, en zou ook dit feestnummer te klein blijken, om alles te vertellen wat eigenlijk van die heerlijke huis- en chewresjoelen behoort medegedeeld te worden.

Overigens zijn mij slechts enkele kolommen ingeruimd, zoodat men hier geen wetenschappelijke of historische studie over dit onderwerp verwachten moet, maar een luchtige vluchtige beschouwing, haar ontstaan dankend, aan mijn eigen ervaring en herinneringen, en die van enkele „gevorderden in dagen” mij welwillend medegedeeld. En mocht ik een enkele van deze sjoelen hier onvermeld hebben gelaten, dan vraag ik vooraf verschooning, daar mijne herinneringen niet verder dan een kleine 40 jaar teruggaan en zooals gezegd, dit artikel volstrekt geen aanspraak op volledigheid wil maken.

Daar menige chewresjoel haar ontstaan te danken had aan een huissjoel, wil ik beginnen met iets van deze laatste te vertellen. Deze genoemde minjans, die ook thans nog incidenteel gehouden worden ter gelegenheid van een jaartijd, een rouwjaar, of het tijdelijk of permanent door ziekte of invaliditeit niet in staat zijn tot het bezoeken van een synagoge.

Huissjoelen werden geregeld gehouden in een daarvoor bestemd en dikwijls ook bijzonder gemeubileerd vertrek, hetzij iederen dag, dus zoowel op Sabbath en feestdagen als op werkdagen, hetzij alleen op werkdagen en niet op Sabbath, of alleen op Sabbath en niet op werkdagen. Ja er waren zelfs huissjoelen waar alleen op Vrijdagavond, of alleen om half een op werkdagen of alleen op Zaterdagavond met “nacht” geoord werd. De reden dat men zich de opoffering getroostte, om meermalen per dag, een gedeelte van zijn dikwijls niet al te groote woning voor het heilige doel af te staan, moet natuurlijk in de eerste plaats gezocht worden in zuivere vroomheid en godsvrucht.

Een enkele maal is echter gemakzucht niet te miskennen. Ook heb ik mij laten influisteren, dat het houden of bezoeken van deze huissjoelen soms een uiting was van animositeit tegen een of anderen parnes. Tempora mutantur! Tegenwoordig geeft men van zulke gevoelens liever blijk door het oprichten van een nieuwe Kiesvereeniging! Van deze huissjoelen, die voor zoover ik weet niet meer bestaan, bevonden zich niet minder dan drie op de St.Anthoniesbreestraat of zooals het toen heette „over de Sluis” en wel ten huize van wijlen de H.H. Spijer, Mesritz en van Vliet.

Vlakbij aan de Raamgracht was de huissjoel van wijlen de heer Sohlberg waar alleen op Sabbath en feestdagen geoord werd. R. Mordche zelf ging daar steeds op indrukwekkende wijze in ’t gebed voor. Later werd deze huissjoel onder leiding van wijlen den heer Ph. Elte als een haskama? voortgezet in P.I.G.O.L.

Thans wordt deze haskama? onder den naam Teroemas Hakkoudesj nog iederen Sabbath en feestdag in bovengenoemd lokaal gehouden. Aan de Zwanenburgwal, ten huize van wijlen den heer M. Sloog, werd onder leiding van den bekenden heer Jozef Delaville met medewerking van een bezoldigd minjan, sjoel gehouden. Van de Zwanenburgwal naar de Jodenbreestraat, il n’y a qu’un pas.

ln het huis waar thans Amerikaanse, Engelsche en andere Joden vol devotie voor Rembrandt, plechtig en fluisterend rondwaren, daar stegen voor 50 en meer jaren geleden, de vrome gebeden ten hemel van hen, die dag aan dag getrouw de sjoel van de familie Spits bezochten. Daar was het eerst R. Jochanan en later zijne zonen wijlen R. Jitschok en Elia die in het gebed voorgingen.

chewresjoel3
Voorgevel van de Sjoel „Sjaarij Tsion” aan de Valkenburgerstraat, naar een foto, welwillend afgestaan door den heer A. Menist, Bestuurder der Vereeniging.

Deze sjoeldiensten maakten steeds een diepen indruk op mij, hetzij op Tisjngo Beab (Tisja be-Av, rouwdag ter gelegenheid van de verwoesting van de eerste en de tweede tempel – red.), hetzij op Simgas Touro (Vreugde der Wet – red.), deze twee uitersten, of op een gewonen werkdag, het was steeds even plechtig. Nog rijzen voor mijn oogen de figuren van wijlen de H.H. Kleerekoper, Premsela, Hirsch, Rudelsheim, Benjamins, Izak Spits, mijn vader en zoovele anderen, die in meer of mindere mate wijding gaven aan het intieme interieur van deze huissjoel. Maar laat ik niet te lang uitwijden, want veel heb ik nog op te sommen.

chewresjoel4
Interieur van de Sjoel „Sjaarij Tsion” aan de Valkenburgerstraat, naar een foto, welwillend afgestaan door den Heer A. Menist, Bestuurder der Vereeniging.

Er tegenover was de sjoel van de fam. Rubens, waar op Vrijdagavond en ’s middags op de werkdagen geoord werd. Wijlen de Hr. Mark Rubens fungeerde daar als gazzan. Een eindje verder op de Jodenbreestraat was de huissjoel van wijlen den heer M. Zeckendorf; dienst was daar speciaal ’s middags om half één. Zooals de lezer merkt, waren evenals op de St. Anthoniesbreestraat, ook op de Jodenbreestraat drie huissjoelen. Zij hielden er blijkbaar van, zich, evenals de klaverblaadjes of de blaadjes van een kosjere haddas, bij groepjes van drie te vertoonen, want wandelen wij langs Joden Breestraat, J. D. Meijerplein en Weesperstraat naar de Nieuwe Keizersgracht, dan vinden wij ook daar een klaverblad van huissjoelen, maar thans het zeldzame vier klaverblad.

Wijlen de H.H. H. Lehren, A. Lehren, M. Kalker en I. First, hadden daar elk hun huissjoel. Ten huize van R. Meijer Kalker werden o.a. door R. Abram Sajet en R. Jesaja Kleerkoper Sjingoeriem geleerd. Zoo was er een sjioer voor wijlen den heer Simon Monk, overgrootvader van mevr. Birnbaum-Monk. Deze sjioer wordt thans gehouden ten huize van onzen Parnes W. Birnbaum. Het minjan van First is de oorsprong geweest van de chewresjoél Bedek Habbajies, de bekende sjoel aan het Montefiorepark, thans Muidergracht.

In de woning van R. Meijer Lehren aan de Rapenburgerstraat, was eveneens een huissjoel gevestigd. Later werd deze voortgezet door zijn schoonzoon wijlen R. Mozes de Lieme. De chewresjoél keren rosj thans nog in hetzelfde huis gevestigd, ontleent haar naam aan de initialen van Raphael Awraham Mosjeh, de drie voornamen van R. Mozes de Lieme. Tot voor eenige jaren werd bij den dienst de ritus van Palestina gevolgd, waarom dan ook meermalen Portugeesche geloofsgenoten deze sjoel bezochten.

Ten huize van wijlen mevr. de wed. A. Keyser aan den Amstel werd op de Hooge Feestdagen dienst gehouden. Als gazzan fungeerden o.a. wijlen de heer U. M. Ph. Hillesum en de heeren mr. J. E. Hillesum en J. M. Hillesum, conservator der Bibl. Rosenthaliana. Ook ondergeteekende deed daar eenige jaren als Voorlezer dienst. Ook ten huize van wijlen den heer Liepman Prins aan de Kloveniersburgwal was een sjoel, waar op gezette tijden dienst werd gehouden. Meerdere huissjoelen zijn mij niet bekend. Te vermelden is nog, dat ook in de Kalverstraat, ten huize van wijlen den heer Jos. Speijer en anderen, om beurten Zaterdagavond met „nacht” geregeld geoord werd, alsmede bij den heer A. Asscher, Parklaan, waar een vertrek als sjoel was ingericht en meermalen dienst werd gehouden. In de gebouwen Plancius (Kerklaan), Casino en Herschepping (Waterlooplein), werden op de Hooge feesten godsdienstoefeningen gehouden. Zooals gezegd zijn al die bovengenoemde sjoelen verdwenen. Volledigheidshalve maak ik hier nog even gewag van de sjoeldiensten die thans nog geregeld gehouden worden in het Ned. Isr. Gesticht voor oude lieden, Ohel Jitschok, het N. I. Jongensweeshuis en de Joodsche Invalide, voorts van Beth Hamidrasch, waar elken middag en avond, alsmede op de Hooge Feestdagen en Talmud Tora waar op Sabbathmiddag en de Hooge Feestdagen sjoeldiensten gehouden worden.

Bij de Portugeesche Israëlieten is mij bekend een minjan bij wijlen den heer Teixeira d’Andrade aan de Keizersgracht vooral op de feestdagen, vervolgens de chewre Kerias Sefer die op Sabbathmiddag sjoeldiensten houdt, vroeger ten huize van wijlen den heer Quiros, thans in P.I.G.0.L., voorts Abodath Hakkodesj, eveneens op Sabbathmiddag aan de Muiderstraat en de vereeniging Hagomel in P.I.G.0.L. alweder met sjoeldiensten op Sabbathmiddag.

De pieuse genootschappen Reisjies Gogmoh en Tifereth Bachoeriem houden op Sabbathmiddag en ’s avonds en verder op enkele bijzondere dagen, godsdienstoefeningen. Wijlen de H.H. A. Wagenaar en M. Bolle waren daar bekende gazoniem. Ook de H.H. W. Speijer, Content en last not least W. Maarsen, vader van Rabbijn I. Maarsen, de geleerde en talentvolle gazzan, die thans zijn diensten welwillend ter groote Synagoge verleent, fungeeren thans nog als voorlezer bij de laatste vereeniging.

Laat ons thans overgaan tot de chewresjoelen en beginnen wij wederom bij de Anthoniesbreestraat, of liever Hoogstraat. Waar thans de Anna Visserschool staat, was vroeger een lokaal „het rondeel” geheeten. De chewre „Mewaksjei Jousjer” hield daar sjoel. Sommigen .zeggen dat deze sjoel geslicht werd door eenige bezoekers van de beurs, dus uit gemakzucht. In hoeverre de bewering van anderen juist is, dat zij namelijk gesticht is uit protest van enkelen tegen de benoeming van wijlen den Geneser Gazzan, heb ik niet kunnen uitmaken. Wel is zij kort na de benoeming van wijlen I. Heymann gesticht, en viert deze chewre dan ook weldra haar 70-jarig jubileum. Zij is thans gevestigd aan de Anthoniesbreestraat, in een lokaal dat overdrachtelijk eerder den naam van smaldeel verdient. Wijlen den heer Prins, kleinzoon van R. Awrohom Prins, fungeerde daar langen tijd op verdienstelijke wijze als Gazzan. Als zoon van hem, die in deze sjoel vele jaren als Baal Tokéang fungeerde, wensch ik de vereeniging met haar a.s. jubileum hartelijk geluk.

In de Verwerstraat was een chewre aan Talmud studie gewijd, ter onderscheiding van gelijknamige vereenigingen „Halichoth Olam Hagadasja (de nieuwe) genoemd. De chewresjoél van die naam, thans aan de Zwanenburgwal, meer bekend onder de naam „verwersgrachtsjoel”, dankt aan deze chewre haar ontstaan. R. Mordge hield daair iederen Sabbathmiddag in ’t jargon een leerrijke rede. Thans boeit Rabbijn Frank daar zijn gehoor. Aan de Jodenbreestraat was in een lokaal „de hal” een chewresjoel gevestigd. Later werd in dezelfde straat een ander lokaal betrokken. Wijlen de h. h. Sitters, de latere Leeuwarder Gazzen, Jesaja Lissauer, de latere Gazzan in de gem. sjoel aan de Rapenburgerstraat en I. Coppenhagen, vader van Rabbijn Ph. Coppenhagen, de latere gazzan in de gem. sjoel aan de L. Houtstraat, deden daar als voorlezer dienst. Deze sjoel heeft opgehouden te bestaan.

Aan de Zwanenburgerstraat werd ten huize van wijlen R. Koppel een sjoel gehouden, die weldra verplaatst werd naar het Waterlooplein; aldaar vierde gazzan Lobstein een korten tijd zijn triomfen. Thans is „Rinnoh Oesefillo” gevestigd aan de Nieuwe Kerkstraat naast de zogenoemde Russische sjoel „Nidgei Israël Jeganneis“.

Aan de voormalige Uilenburgerstraat stonden twee chewresjoelen „Agoedas Ahoewiem” en „Agoedas beis Jaakob“. In laatstgenoemde sjoel was wijlen de bekende heer Spiro leeraar. Beide sjoelen zijn verdwenen. Aan de Joden Houttuinen was de chewre sjoel „Tefillo Léonie weour Touro“. Daar fungeerde o.a. de h. h. H. Italië en G. G. Kleerekoper als voorlezer. Op het terrein der diamantslijperij „Boas” was een apart gebouwtje als sjoel ingericht voor de diamantbewerkers.

Aan de Valkenburgerstraat waren drie chewre sjoelen, „Sjaarei Tsion”, Tefillo Léonie” en „Tiiereth Israël“. „Tefillo Léonie” is samengesmolten met de meergenoemde chewresjoél „Keren Reëim” aan de Rapenburgerstraat. Van de twee andere is de meest bloeiende „Tsaarei Tsion”. Daar wordt onder leiding van den eerw. heer E. Ribbe, door leeroefeningen het Joodsche leven gaande gehouden. Binnenkort viert deze vereeniging haar 60-jarig jubileum. Mijne gelukwenschen!

chewresjoel1
Interieur der huidige Sjoel der Vereen. „Neir Mitswoh Wetouro Our”, naar een foto, door bemiddeling van het Bestuur welwillend afgestaan door den Heer Tob Muller.

Aan de Rapenburgerstraat bij het Waaigat, was de chewresjoel „Houlegei dereg tomiem“, waar wijlen de heer Leon Polak gazzan was. Ook deze sjoel is verdwenen. Reisjes Touv de chewresjoél, waar wijlen Hijman Hijmans gazzan was, dezelfde die dikwijls bij de Ned. Isr. Hoofdsynagoge alhier, als hulpgazzan fungeerde, staat nog steeds aan de Korte Houtstraat. De bekende figuur van den heer Lam is aan deze sjoel onafscheidelijk verbonden. Rabbijn de Hond, die zich voor deze sjoel interesseert, gaat daar dikwijls in het gebed voor.

Van een klein Minjan aan de voormalige de Goedestraat, ontstond de chewresjoél „Ahawas Achiem“. Later werd zij verplaatst naar het Weesperplein, vervolgens naar de Swammerdamstraat. De bekende heer de Wilde heeft daar vele jaren als gazzan gefungeerd. De sjoel verkeert in bloeienden staat. Binnenkort hoopt zij haar 50-jarig jubileum te vieren, welk feest vermoedelijk eenigszins later en te gelijk met de plechtige inwijding van het nieuwe gebouw der vereeniging aan de Mauritsstraat gevierd zal worden. Mazzel Tof!

chewresjoel2
Interieur van de oude Sjoel der Vereeniging „Neir Mitswoh Wetouro Our” op No. 26 Nieuwe Kerkstraat, naar een foto, door bemiddeling van het Bestuur welwillend afgestaan door den Heer Tob Muller

Aan het andere einde der Swammerdamstraat bevindt zich de chewresjoél „Kehillas Jaakob“, veel bezocht door Poolsche en Russische geloofsgenooten. Een van de meest bloeiende en meest bezochte chewresjoelen is die van de vereeniging „Neir Mitswoh Wesouroh Our“. ’t Zou mij te ver voeren, hier de lotgevallen van deze vereeniging in den breede te memoreeren. Volstaan wij met te vermelden, dat het fraaie gebouw aan de Nieuwe Kerkstraat, waarin de sjoel thans gevestigd is, het derde lokaal in de zelfde straat is, dat de vereeniging sinds haar stichting betrokken heeft. Bekende leeraren aldaar waren wijlen A. Sajet en B. v. d. Velde. Thans fungeert als zoodanig Rabbijn Salomons. Van de gazzoniem, die daar dienst gedaan hebben, vermelden wij wijlen de h. h. M. de Brave, Linnewiel, Ph. de Paauw en M. Bolle.
Meer chewresjoelen in de zoogenaamde Jodenbuurten, zijn mij niet bekend.

Thans rest mij nog melding te maken van de chewresjoelen in de zoogenaamde buitenwijken. De oudste is voorzeker de chewresjoél voor ruim 50 jaren geleden opgericht, o.a. door wijlen de heer H. Bonnewits, den vader van den in Amsterdam welbekenden heer E. H. Bonnewits. Ze stond achteraan op den Overtoom en haar naam Agoedas Réiem was haar door wijlen R. Awrohom Delaville gegeven. Zij bestaat thans niet meer. Dan volgt de in 1877 opgerichte chewresjoél „Tesjoegnas Israël” meer bekend onder de naam „Hulpe Israels”, achtereenvolgens gevestigd in de Quillijnstraat, Jacob van Campenstraat en thans in de Gerard Doustraat. Wijlen de h. h. J. H. Pos, 1. Benjamins, Velleman, Coëlho e.a. hebben tot haar stichting en bloei veel bijgedragen. Later werd naast de sjoelchewre ook een vereeniging opgericht genaamd Beëer Majiem Gajiem, die de beoefening van Thourostudie in de voormalige buurt Y Y (De Pijp – red) ten doel had. Ook het verstrekken van godsdienstonderwijs behoorde tot de bemoeiingsfeer van „Hulp Israels”. De tegenwoordige vice-voorzitter van het Kerkbestuur der Ned. Israël. Hoofdsynagoge, de heer S. Loopuit, is thans voorzitter van „Hulpe Israels” en heeft sinds meer dan vijfentwintig jaren zijn beste krachten gewijd aan de vooruitgang van deze sjoel. De welwillende houding zoowel door het geestelijk als administratief gezag der Ned. Israël. Hoofdsynagoge jegens chewresjoelen in ’t algemeen in den laatsten tijd betoond, is vermoedelijk in niet weinige mate te danken aan den invloed van den heer Loopuit. ’t Schijnt hem gelukt te zijn het overoude verkeerde denkbeeld te doen verdwijnen, als zoude het bestaan van een chewresjoél, al was zij ook buiten de Jodenbuurt, niet in overeenstemming te brengen zijn met de belangen der Joodsche gemeente alhier.

Buiten de Muiderpoort waren oorspronkelijk twee chewresjoelen . Een van deze twee, genaamd „Benei beries bewijs Jaakob” was eerst aan de Wagenaarstraat gevestigd en staat thans aan de Commellinstraat. ’t Is vooral de heer A. Wagenaar, die zich voor deze sjoel verdienstelijk heeft gemaakt. De buurtchewre-sjoelen „Nachaliël”, Sjoloum Wereingoes” en „Benei Teimon” in Watergraafsmeer, over het Y, en Plan Zuid, alsmede de sjoel Ohel Jaacob in „Zuid”, zijn nog van jeugdigen leeftijd. Ik volsta hierbij met haar enkele vermelding. Ook bij onze Portugeesche broeders bestaat sinds jaren een chewresjoél aan de BlasiusstraatAhawat Gésed” geheeten. Aan de stichting van deze sjoel was animositeit tegen het Portugese Kerkbestuur niet geheel vreemd. Ik ben thans aan het eind van de „mij opgelegde taak” gekomen. Ik heb ernstig gestreefd naar beknoptheid. Dat dit artikel voor een feestnummer misschien ietwat te lang is geworden, ligt aan ’t groote aantal sjoelen. Mocht deze schets bij den een of ander de lust gewekt hebben, om aan de hand der archieven dier chewresjoelen haar geschiedenis te willen schrijven, wij zouden dan kans hebben, een zeer belangrijke bijdrage te krijgen, tot meerdere kennis van het leven en streven onzer voorouders in het Amsterdamsche Ghetto, en schrijver dezes zou zich ruimschoots voor zijn moeite beloond achten.

bron:
Hen, E S, Iets over huis- en chewresjoelen in Amsterdam in Nieuw Israëlietisch Weekblad, 14 aug 1925,

illustraties:
Muller, Tob, rechtboven Neir Mitswoh Wetouro Our interieur
Muller, Tob, rechtsmidden, Neir Mitswoh Wetouro Our, bimah en aron hakodesj
Menist, A, voorgevel van de Sjoel „Sjaarij Tsion” aan de Valkenburgerstraat
Menist, A, Interieur van de Sjoel „Sjaarij Tsion” aan de Valkenburgerstraat

Laatst bijgewerkt:
25 september 2015

diverse kleinere synagoges

Talmoed Torah synagoge
Talmoed Torah synagoge

Sint Anthoniesbreestraat 36
Op Sint Anthoniesbreestraat 36 stond een chewresjoel van de Vereniging Mewaksjei Jousjer (Zij die het juiste zoeken). Deze vereniging steunde ook het Trenshuis (een kleuterschool (1928) die een eind moest maken aan de christelijke zendingsdrang onder Joodse kleuters.

Jodenbreestraat 4

Het Rembrandthuis. Toen de familie Spitz hier woonde hadden zij op zolder een huissjoel.

Verversstraat
Op de Verversstraat heeft een synagoge gezeten. Wanneer en waar is nog niet bekend.

Korte Houtstraat
Sjoel van de bekende rabbijn dr. Meijer de Hond (1882 – 1943), Reisjies Touw.

Jodenbreestraat
op de Jodenbreestraat, naast de Mozes en Aaronkerk, stond de Talmoed Torahsynagoge van 1618 tot 1675. Dit was de oudste sjoel van de stad. Toen de Portugese synagoge geopend werd in 1675 was deze sjoel niet meer nodig. Het gebouw bleef belangrijk voor de Joodse gemeenschap en werd gebruikt als trouwlocatie tot 1875. Daarna werd het -voor de allerarmsten- gebruikt als vergaderlocatie tot 1931. In 1930 verkreeg de gemeente het beziten zij sloopte het in 1931. De locatie bleef lang braak liggen, uiteindelijk werden er huizen gebouwd.

Waterlooplein
Het jongensweeshuis Megadlé Jethomiem had een eigen sjoel.
Commelinstraat

De chewresjoel van Bnei Brith Bebeth Jaäcob (Zonen van het verbond van het Huis van Jacob) was tot 1922 gevestigd op nummer 114. Daarna op nummer 16 tot 1936 en daarna werd de rol van deze sjoel overgenomen door de grote sjoel aan de Linnaeusstraat.

Mauritsstraat
Dit straatje wordt nu weggedruk door de Torontobrug. Er was een huissjoel gevestigd.

Cornelis Schuytstraat 50
Vanaf 1917 was hier de huissjoel van de chewre “Ohel Ja’acov” gevestigd. Nadat de Jacob Obrechtsjoel was ingewijd werd deze sjoel overbodig.

Kastelenstraat
Het Joods bejaardenhuis heeft een synagoge.

Gerrit van der Veenstraat
Hier is de synagoge van Kehillas Ja’acov, opvolger van de sjoel op de Swammerdamstraat.

Quellijnstraat
Chewre Tsjoengat Israël opende deze huissjoel in 1878.

Jacob van Campenstraat
De sjoel uit de Quellijnstraat verhuisde in 1886 naar nummer 142 en bleef hier tot 1892 toen de sjoel in de Gerard Doustraat werd gewijd.

Raamgracht
In het huis van Mordche Sohlberg aan de Raamgracht was rond 1880 een huissjoel gevestigd.

Zeelandweg
De hal van kindergemeenschap Cheider wordt ook als synagoge gebruikt.

Buiksloterweg

Het Tolhuis in Amsterdam Noord, ook voor de oorlog al een feestgebouw – had voor de oorlog een zaal die ingericht was als synagoge. Jacques van der Kar maakt er gewag van in zijn boek “Joods Verzet”.