isaac de pinto

pintohuis
De Pintohuis

(Amsterdam, 20 april 1717 – ‘s-Gravenhage, 13 augustus 1787)

De familie de Pinto was een niet onbemiddeld Sefardisch gezin; toen vader David 50 was hoorde hij bij de 10 rijkste Sefardim van Amsterdam en had een jaarinkomen van 28.000 gulden.
De familie kwam uit het Iberisch schiereiland en was in 1497 onder druk van de inquisitie katholiek geworden.
In 1607 arriveerden de voorouders van Isaac in Antwerpen. In 1647 trokken zij verder naar Rotterdam en in januari 1647 kwamen de mannelijke leden van de familie bijeen om zich te laten besnijden en keerde de familie, na 150 jaar, openlijk terug naar het Jodendom.
Isaac groeide op in de St Anthoniesbreestraat in het huis dat we nu kennen als het De Pintohuis. Dit huis was sinds 1651 in eigendom van de familie, maar het was niet het enige eigendom van de familie. Vader was in 1717 voor 34.000 gulden eigenaar geworden van hofstede Tulpenburg aan de Amstel, waar hij onder andere een synagoge bouwde. Deze hofstede bestaat niet meer, ze werd in 1784 gesloopt.
De moeder van Isaac was Lea Ximenes Belmonte. Ze noemde zich ook naar de Nederlandse vertaling van Belmonte, Schoonenberg. Verder had Isaac 2 broers, Aron (1716) en Jacob (1718).
Isaac trouwde in 1734 met zijn nicht, Rachel Belmonte en woonde in 1742 op de Nieuwe Keizersgracht bij Abraham Henriquez de Ferrera, grootaandeelhouder van de VOC.

Redder van de Republiek
Isaac was door zijn rijkdom voor Nederland van groot belang.
In 1748 werd Bergen op Zoom door de Fransen belegerd. Isaac schoot de Republiek geld voor om hier door militair ingrijpen een eind aan te maken. Verder probeerde hij ook zijn invloed aan te wenden voor het Joodse proletariaat. Zo was straathandel was in die periode verboden geraakt na het pachtersoproer van 1748 en dit trof met name de Joodse verkopers van vis, vodden, zuur en groenten. Deze moesten hun producten binnenshuis verkopen en met name de visverkopers protesteerden hiertegen. De Pinto probeerde de regels te laten verlichten en daarbij probeerde hij ook bij de Amsterdamse overheid te regelen dat Joden werden toegelaten tot de gilden. Verder ontwikkelde hij een plan om de arme Sefardim naar Suriname te sturen om daar een bestaan op te bouwen. Hij was zeer actief om de positie van de Oranjes te herstellen, dit na het einde van het Tweede Stadhouderloze tijdperk in 1747.In 1752 verhuisde De Pinto naar de Nieuwe Herengracht (99) en kocht daar een huis.
Het bleef echter niet altijd goed gaan met Isaac. In 1751 was zijn vader overleden. De zevenjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland (1757 – 1763) had ook invloed op de handelspositie van de Republiek en Isaac kwam in financiële problemen. In 1761 was hij failliet. Zijn broer Aron verkocht zijn huis en in 1765 verhuisde Isaac naar ‘s-Gravenhage naar een fraai pand aan het Lange Voorhout.

Filosoof
Naast zijn werk als mecenas voor de Republiek, zijn politieke invloed en zijn opkomen voor het Joodse proletariaat ontwikkelde hij zich ook als vooraanstaand internationaal georiënteerde verlichtingsfilosoof.

Toen Voltaire zijn Apologie de Juif schreef, wat tot een golf van antisemitisme leidde en waardoor in 1762 alle arme Joodse inwoners uit Bordeaux verjaagd werden, werd De Pinto gevraagd daartegen een verdediging te schrijven en hij schreef Apologie pour la Nation Juive, in 1763 ook in Nederland gepubliceerd als “Verdediging voor de Jooden“.
Hij stond in zulk hoog aanzien dat hij, toen hij in 1776 zich uitsprak tegen de Boston Tea Party (wat leidde tot de Amerikaanse onafhankelijkheid) in opspraak raakte. Er werd door zijn tegenstanders gesuggereerd dat hij door de Engelse regering betaald werd.
Vanaf 1777 trad hij met zijn meningen niet meer in de openbaarheid. De enige brief die na deze periode nog bekend is is uit 1783 en gaat over de zorgelijke toestand van zijn vrouw, die in dat jaar op 20 mei overleed. Isaac overleed op 13 augustus 1787 en werd begraven op de Portugees-Israëlitische begraafplaats in ‘s-Gravenhage.

bron:
wikipedia,
oude website JHM