jaap kaas

tijger, Jan van Galenstraat
tijger, Jan van Galenstraat

Op 4 augustus 1898 werd op de Zwanenburgerwal Jacobus Kaas geboren, als zoon van Rachel van Moppes (Amsterdam, 3-2-1870 – Sobibor, 2-4-1943) en Marcus Kaas (Amsterdam, 10-1-1867 – Sobibor, 2-4-1943). Het geslacht Kaas is een Joods geslacht dat al tal van jaren in deze buurt woont. Jaap heeft een broer, Andries en een zus, Christine.
Zijn grootvader, Andries Jacob, werd op de Zwanenburgerwal geboren in 1838 en was rijk geworden met de handel in oude metalen.
Zijn vader Marcus Kaas werd diamantslijper. Het gezin waar Jaap uit kwam was een socialistisch geëmancipeerd gezin.

Van 1900 tot 1914 ging het gezin Kaas naar Antwerpen; vader probeerde daar in de handel een bestaan op te bouwen. Het verblijf in Antwerpen was belangrijk voor Jaap, hij kwam er veel in de Zoo en dieren werden een belangrijke inspiratie voor zijn later werk.
De 1e Wereldoorlog maakte een terugkeer naar Nederland noodzakelijk.
In Amsterdam deed de 16-jarige Jaap toelatingsexamen voor de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en werd toegelaten.
Op 17-jarige leeftijd ging Jaap op zichzelf wonen op een zolder van de diamantfabriek Van Moppes aan de Plantage Middenlaan, maar hij leidde een zwervend bestaan door Nederland en werkte mee aan restauratieprojecten in het hele land.

In 1923 trouwt hij met Elisabeth de Mooij, met wie hij in 1925 een dochter kreeg, Anne-Marie. Elisabeth was schrijfster en schreef onder het pseudoniem Eva Raedt-de Canter.
Financieel gaat het niet goed met het gezin Kaas. Tot 1936 krijgt Jaap gemeentelijke steun in ruil voor beeldhouwwerken.
De spanningen van de armoede zijn mede debet aan het mislukken van zijn 1e huwelijk, hij scheidt van Elisabeth in 1932.
in 1936 trouwt Jaap met Marguerite Brandon, vertaalster van beroep. In deze periode werkt hij veel in Artis, raakt bevriend met oppassers en stafleden, en wordt wel de “beeldhouwer van Artis” genoemd.

Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt toont Jaap zich geen weerloos slachtoffer – hij is een van de mensen die strijd levert met de Nationaalsocialistische knokploeg voor de deuren van ijssalon Koco. Hij raakt daarbij ernstig gewond.

Jaap wordt directeur van de Middelbare Joodse Kunstnijverheidsschool “W A van Leer” in de oorlog. Dit was een school, speciaal voor de Joodse leerlingen, opgezet voor de nazi’s.
De school werd in juni 1943 opgeheven en Jaap en Margot doken onder in Rotterdam. Ze overleefden de oorlog en na de oorlog werd Jaap leraar tekenen en Beeldhouwen aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. Verder heeft hij grote opdrachten, zoals de oorlogsmonumenten in Edam (1949) en Bilthoven (1958).

Jaap Kaas was zeer actief in het verenigingsleven maar raakt zeer teleurgesteld hierin na een conflict tussen de abstracten en figuratieven in de Nederlandse Kring van Beeldhouwers en trekt zich steeds verder uit het verenigingsleven terug.
Aan het eind van zijn leven raakt Jaap Kaas steeds meer geïsoleerd. Hij overlijdt in 1972.

bron:
oude website Joods Historisch Museum,
wikipedia,
www.inghist.nl,
joodsmonument.nl