jekerstraat

De Jekerstraat ligt in de Rivierenbuurt, en in de tijd van de opkomst van het Nationaalsocialisme in Duitsland was de Rivierenbuurt bij uitstek een plaats waar Duits-Joodse vluchtelingen zich vestigden. Tegen het begin van de oorlog woonden er in deze wijk ca. 17.000 Joden.

Jekerstraat 14-3
Op dezelfde dag waarop 5 Stolpersteinen op het Jonas Daniël Meijperplein werden gelegd werden door Günther Demnig bij Jekerstraat 14 drie stenen gelegd. In totaal werden er op die dag 51 stenen in Amsterdam gelegd. Hoewel alle stenen bijzonder zijn waren deze twee van deze stenen voor de grootouders van acteur Jeroen Krabbé en één voor zijn tante.
Zijn grootouders waren Abraham Reiss, diamanthandelaar, geboren in Amsterdam op 2 november 1873, en Kaatje Reiss-Bon, geboren in Rotterdam op 11 september 1877. Ook de tante van Jeroen, Elise Reiss, geboren in de Watergraafsmeer op 30 mei 1915 kreeg een steen. grootvader werd vermoord in Sobibor op 9 juli 1943, grootmoeder overleed in Amsterdam op 30 april 1942 en tante Elise in Midden Europa op 28 feb 1945. Na het plaatsen van de stenen sprak Jeroen Krabbé deze tekst uit:

“Vandaag, de 17e juni 2012, was het zover, de Struikelstenen voor mijn vermoorde familieleden werden geplaatst in de Jekerstaat 14 in Amsterdam.
Drie kleine monumentjes waarop de namen, geboorte- en stervensdata, werden door de Duitse Kunstenaar Gunter Demnig, bedenker van de Struikelstenen, persoonlijk in een tegel vastgezet.
Eigenlijk vreemd dat een grafmonument, een herdenkingsplek voor mensen die vermoord zijn zo’n impact kunnen hebben, hoe klein ze ook zijn.
Dat komt doordat het glimmende messing plaatje licht vangt en je doet stoppen, struikelen bijna als je door de straat loopt, ‘wat zijn dat?’, ‘wat betekent dat?’ vraag je je af.
Stolpersteine in de Jekerstraat te Amsterdam voor de grootouders en tante van Jeroen Krabbé

Als je dan leest ‘Vermoord in Sobibor’, of ‘Auschwitz’ dan doet je dat tenminste heel even stoppen en nadenken over die mensen…
Om de tekst goed te kunnen lezen moet je je voorover buigen en dat is precies waar het Gunter Demnig om gaat : Je buigt voor de vermoorde persoon, je toont je respect.
Het was een ontroerende plechtigheid; veel vrienden, kennissen en al mijn familie, ze waren aanwezig om hun respect te tonen.
Rabbijn Evers las de namen en sprak een Jizkor uit. Tranen vloeiden.
Maar ze zijn nu voor altijd terug in de straat, op de plek, waar ze ooit gelukkig waren, Jekerstraat 14 in Amsterdam-Zuid; Abraham Reiss, Kaatje Reiss-Bon en Elise Reiss, respectievelijk mijn grootvader, mijn grootmoeder en mijn tante.
Hun as is verwaaid maar hun naam leeft voort. En dat was de bedoeling”.

Jeroen Krabbé

bron:
niw,
joodsamsterdam.nl