Jetta Goudal

goudaljettaJuliette Henriette Goudeket werd op 12 juli 1891 in Amsterdam geboren. Haar vader was Mozes Goudeket (Amsterdam, 28 september 1860 – Amsterdam, 16 april 1942), een rijke diamantslijper, haar moeder was Geertruida Warradijn (Amsterdam, 5 augustus 1866 – Amsterdam, 8 november 1920).
Naast Juliette waren er nog twee kinderen in het gezin, haar oudere zus Bertha (Amsterdam, 12 december 1888 – Bergen Belsen, 4 april 1945) en haar jongere broer Willem die als baby overleed (Amsterdam, 23 januari 1896 – 20 april 1896). In haar jeugd woonde Jetta op de Plantage Middenlaan 27a, haar moeder groeide op op de Sint Anthoniesbreestraat 71 en de Weesperstraat 22. Vader Mozes groeide op op de Sint Anthoniesbreestraat 91. Hij trouwde na het overlijden van zijn vrouw in 1920 in 1929 met Rosette Citroen (Amsterdam, 10 juli 1882 – Sobibor, 4 juni 1943) en aan het begin van de oorlog woonden zij op de Amstellaan 29hs waar ze in 1929 naar toe verhuisden.
Jetta begon haar acteercarrière op het podium en ze reisde met verschillende theatergroepen door Europa. Ze verliet in 1918 Europa en vestigde zich in New York.

In Amerika hield ze haar Nederlands Joodse afkomst verborgen en deed zich voor als een Parisienne, en ze schreef in het blad Paramount Public Department dat ze in Versailles geboren was als dochter van de fictieve advocaat Maurice Guillaume Goudal.
Ze maakte op Broadway furore. Daar verscheen ze in 1921 voor het eerst onder de naam Jetta Goudal. In 1922 accepteerde ze een rol in “Timothy’s Quest” van regisseur Sidney Olcott. Met hem maakte ze nog twee films. In 1925 kreeg ze zeer goede kritieken voor haar rol in “Salome of the Tenements”, een film gebaseerd op een boek van Anzia Yezierksa over het leven in de Joodse wijk van New York in die dagen – Lower East Side.
Ze werkte veel samen met producer/regisseur Cecil B DeMille. Toen ze later een rol voor een nieuwe film had bij DeMille en ze deze niet wilde – omdat er een beter aanbod lag – spande DeMille een rechtszaak tegen haar aan. De rechtszaak won ze, maar doordat ze vanaf dat moment bekend stond als een lastige tante was het tevens het einde van haar carrière. In 1930 trouwde ze met Harold Grieve en in 1932 maakte ze haar laatste film, een sprekende film. Daarna werd ze een succesvol binnenhuisarchitecte.
Jetta kreeg op de Hollywood Walk of Fame een ster. Ze overleed op 14 januari 1985 en werd naast haar man begraven in Glendale, Californië.

bron:
stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister 1853 – 1863, Geertruida Warradijn
stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister 1853 – 1863, Mozes Goudeket
stadsarchief Amsterdam, gezinskaart Mozes Goudeket

laatst bijgewerkt:
9 maart 2018