jonas daniël meijer

J.d.meijerArnhem, 15 september 1780 – Amsterdam, 6 december 1834)
De man naar wie sinds 2 oktober 1873 het Jonas Daniël Meijerplein vernoemd werd, was de eerste Joodse advocaat in Nederland. Hij is zeer bepalend geweest voor de Nederlandse rechtspraak.
Voor 1873 heette het Jonas Daniël Meijerplein Deventer Houtmarkt, gedurende de 2e Wereldoorlog heette dit plein Houtmarkt.

Jonas Daniël was de kleinzoon van Rabbijn Benjamin Cohen en zeer begaafd. Op zijn derde jaar kon hij al lezen en op zijn 16e jaar werd hij advocaat in Amsterdam. Hij was op zijn 10e in Amsterdam komen wonen, toen zijn moeder, Marianne Cohen, verhuisde naar Nieuwe Herengracht 103. Zij verhuisde naar Amsterdam na de dood van Daniëls vader, David Abraham Meijer.
Jonas Daniël Meijer had goede contacten met de eerste koning van Nederland, Lodewijk Napoleon, die van 23 juni 1806 – 9 juni 1810 regeerde. Lodewijk Napoleon was begaan met de Joodse bevolking en al bij zijn troonsbestijging riep hij volledige rechtsgelijkheid voor alle gezindten uit en hij probeerde dit beginsel ook voor de Joden door te voeren.
In 1806 richtte Meijer een commissie ter verbetering van de positie van de Joden op. Hij richtte zich daarbij vooral op een verbetering van het onderwijspeil.
In 1810 werd Meijer ingezet om de geschillen tussen de Hoogduitse en Portugese gemeente bij te leggen. Hij werd gezien als een van de begaafdste advocaten, maar door zijn Joodse afkomst bereikte hij nooit het niveau van Hugo de Groot of Rutger Jan Schimmelpenninck. Omdat zowel christenen als Joden niet bij hem aankloppen bekwaamt hij zich in het recht van andere landen. Dit levert hem internationale roem én erkenning op.

Jonas Daniël Meijer trouwde in 1809 met Jeanette Ephraïm Dresden (Amsterdam 10 maart 1790 – Amsterdam 30 mei 1863).
Zij kregen 3 kinderen; Maria Anna (11 december 1811- 7 december 1876), David Frederik Ernst (16 maart 1817 – 4 mei 1842) en Joanna Ernestina (4 juni 1818 – 14 februari 1886). Het gezin Meijer ging wonen op de Kloveniersburgwal 77.
De dochters bleven ongehuwd en gingen na de dood van hun moeder over tot het Luthers geloof.