Jossy en Jacques Halland

lilalo2Jacques Halland werd in Bruckhausen in Duitsland als Hieronymus Manfred (Romi) Fraenkel geboren op 15 mei 1910. Dat was niet de bedoeling; zijn moeder, Deborah Fraenkel-Frankfurther was vanuit Amsterdam naar Bruckhausen gereisd om haar vader te bezoeken die daar een aanstelling had als rabbijn. Jacques kwam een maand te vroeg ter wereld in 1910 en reisde al snel na zijn geboorte terug naar Amsterdam, naar het huis van grootouders Fraenkel aan de Nieuwendijk. “De hele misjpoge woonde daar”, wat inhield grootouders Fraenkel, vader, moeder, vaders’ broers Emil en Henry, zijn zus Paula met haar dochter Julia en Jacques jongere broertje Fredi. Het was een warme familie waarvan grootouders religieus waren en koosjer aten, vader was dat niet meer en hij sprak met warmte over het socialisme, over de hongersnood in de Sovjet-Unie en de moord op Rosa Luxemburg. Het antisemitisme in Polen en Hongarije kwam ter sprake en vader voorzag dat het antisemitisme zich over heel Europa zou verspreiden.
Jacques kon goed leren en kon na de lagere school naar het Vossiusgymnasium. Toen hij 15 was verhuisde hij naar het Van der Helstplein. Op zijn 17e vertrok zijn vader naar Parijs omdat hij in Amsterdam geen droog brood meer kon verdienen. Jacques mocht mee en ging aan het conservatorium in Parijs studeren. Hij leerde er snel Frans en op zijn 20e vertrok hij naar Brussel. Daar hoopte hij geld te verdienen en hij kwam terecht op de Rue de Poinçon, in een gebouw van de socialistische vakbond waar ook het Jiddische Theater gevestigd was. Daar kwam hij vaak in contact met Joodse vluchtelingen uit Duitsland en vooral de progressieven waarschuwden hem voor de ondergang van de Joden, die ze voorzagen.
Het was moeilijk om in de crisisjaren werk te vinden. Jacques had wel een baantje maar verdiende maar 6 Frank per keer bij het begeleiden van een kinderballet. Hij werd gevraagd om een Russische zangeres te begeleiden en verdiende hiermee 140 Frank per keer, een kapitaal.

lilaloDe dreiging van de oorlog bleef onverminderd aanwezig, evenals de stroom van Duits-Joodse vluchtelingen die een visum trachtte te bemachtigen voor Amerika. Deze vluchtelingen kwamen soms uit de vooroorlogse concentratiekampen en waren daar gemarteld. Jacques speelde met verschillende artiesten in het Jiddische Theater waaronder zijn latere vrouw Jossy, waar hij op slag verliefd op werd toen hij haar ontmoette. Toen echter de dreiging van de oorlog te groot werd, werd het theater opgeheven en Jacques zorgde dat Jossy bij het orkest kwam waar hij werkte. Hij ging met haar samenwonen en trouwde met haar. Daardoor werd Jossy, die de Poolse nationaliteit had, Nederlandse.
In 1938 reisden ze naar Parijs en deze stad bleef jaren hun thuishaven. In verschillende landen in Europa traden ze op. Toen het bericht doorkwam dat de Duitsers Polen waren binnengevallen vertrokken ze halsoverkop naar Nederland waar ze een kamer huurden in de Van Woustraat in Amsterdam.
Jacques meldde zich aan bij het Nederlandse leger en hij werd toegevoegd aan de amusementsafdeling Ontspanning en Ontwikkeling. Hij was daar pianist bij een reizend cabaretgezelschap met o.a. Nap de la Mar.
Op 9 mei 1940 traden ze nog op in Zeeland en op 10 mei brak de oorlog uit. Josse en Jacques vluchtten zuidwaarts, en kwamen in Montauban terecht. Daar gingen ze bij het verzet.
Na de oorlog komen ze terug in Amsterdam.
In februari 2000 is Jacques Halland op 89-jarige leeftijd overleden. Vanaf de jaren vijftig tot 1982 dreef hij samen met zijn vrouw het Jiddische cabaret Li La Lo in Amsterdam op de De Clercqstraat / Agatha Dekenstraat.

bron:
www.jodeninnederland.nl, lemma Halland, Jacques 1910 – 2000
met dank aan Elise Friedman

laatst bijgewerkt:
12 september 2017