landverhuizers – antisemitisme

In Oost Europa heeft een diepgeworteld antisemitisme voor vele vervolgingen en pogroms gezorgd. Een verhaal van een van de landverhuizers, die via het Lloydhotel naar Zuid Amerika ging.

Esther Rosenbaum (1911) werd geboren in Stancha Chesinifka, in de buurt van Kiev. Ze komt uit een gezin met 8 kinderen, ze is de op een na jongste. Ze emigreert in 1923, maar al eerder is ze met haar familie op de vlucht gegaan voor de pogroms in haar geboorteland.

“Tijdens de bruiloft van mij broer kwam er iemand binnenrennen met het nieuws dat er een trein met rovers onderweg was naar de stad. Ik herinner me de pogroms als de dag van gisteren, terwijl ik toen heel jong was. Dus wat deed mijn moeder? Ze liet mijn schoonzus haar jurk uittrekken en verwisselen met een oude jurk en verstopte hen in de kelder omdat ze bang was dat ze niet verleid zouden worden maar verkracht. Zo gebeurde, ze stuurde ze weg. De pogroms kwamen bij ons binnen, een flinke groep. Ze hadden de deur nog niet open of ze vroegen “Waar is de bruid?” Ze hadden gehoord dat er een bruiloft was. Mijn moeder zei: “Dat weten we niet, ze zijn al vertrokken. Ga haar maar zoeken.” Ze werden zo boos dat ze haar een lading eieren in het gezicht gooiden. Er waren drie muzikanten, die namen ze mee. Later hoorden we dat ze die hadden opgehangen.

Wij, een grote familie, kwamen bij onze grootouders terecht, die in een appartement woorden. We sliepen op de grond. Mijn grootouders waren blij dat we ontsnapt waren aan het gevaar. Wat gebeurde er? Een week later hoorden we dat er meer rovers naar de stad onderweg waren. Ik denk dat het allemaal Poolse rovers waren Ze kwamen in het huis van mijn grootouders. Ze keken en keken en zagen een jonge vrouw, mijn tante, in een van de slaapkamers. Ze liepen de slaapkamer in en joegen mijn oom weg. Mijn grootvader zetten ze naast mij. En ze begonnen mijn tante te verkrachten. Ik denk dat ze zo’n dertig jaar oud was. Ze stonden in de rij. Mijn moeder, die hoorde dat ze mijn tante aan het verkrachten waren, ging ondertussen naar mijn zus Sophie, die achttien jaar was en een prachtige jonge vrouw. Mijn moeder maakte een snee in Sophies been, vind het bloed op, en stopte de bebloede lap tussen haar benen zodat ze haar niet zouden verkrachten. De rovers werden razend. Ze gooiden een lading eieren naar mijn moeder en mijn zus en vertrokken. Verder hebben ze niemand wat gedaan. Mijn moeder begon alweer te denken “Wat moeten we nu?”.