oorlog, strafkamp ommen (kamp Erika)

In 1942 bleken in Nederland de gevangenissen overvol te zitten met zwarthandelaren en illegale slachters. De bezetter had daar problemen mee en zocht naar mogelijkheden om de capaciteit te verhogen.
Al eerder, in het najaar van 1940 had Werner Schwier, Bereitsschaftführer, de opdracht gekregen om tal van organisaties die mogelijk vijandig konden zijn aan de bezetter, te liquideren. Zo werden de vrijmetselaars verboden, maar ook de volgelingen van Krishnamurti, de theosofische beweging. Deze beweging had nabij Ommen het Sterkamp, volledig uitgerust met huisjes, keuken en een gehele infrastructuur.
Later besloot Schwier te gaan kijken waarvoor dit kamp gebruikt kon worden en een nieuwe bestemming vond hij in 1941. Op 13 juni van dat jaar begon hij met de verbouw van het sterkamp tot strafkamp. Karel Lodewijk Diepgrond, een collaborateur, werd kamp commandant. Het personeel bestond uit Amsterdamse werklozen en SS-ers die hun opleiding in Ommen kregen.
Op 22 juni 1942 werd het kamp officieel geopend. Het lag 3 km van het station van Ommen af.

Wie kwamen er in Erika terecht?
Erika was op de een of andere manier zeer Amsterdams. De kamp commandant was Amsterdammer, de 48 man personeel werd geworven onder met name Amsterdamse werklozen. Maar als we kijken welke Joodse Amsterdammers daar terecht kwamen zijn dat er weinig geweest; vanuit heel Nederland kwamen slecht 8 Joden in dit kamp terecht. Dat was logisch, want Joden gingen doorgaans niet naar een strafkamp, maar naar een doorgangskamp want als Joden straf kregen was dat gewoonlijk deportatie naar het oosten.
Kamp Erika was verschrikkelijk en waarschijnlijk een van de ergste kampen in Nederland als het gaat om mishandelen van en moord op gevangenen. En onderaan de ladder, dus nog meer te lijden van deze omstandigheden stonden de 8 Joodse gevangen van dit kamp. Zij mochten nit bij de andere gevangen slapen, maar apart in een tent en zowel ‘s-zomers als ‘s-winters moesten zij ‘s-nachts hun kleding afgeven.
Er kwamen in Het Parool verslagen over de toestanden in dit kamp en naar aanleiding daarvan weigerden de Nederlandse rechters om nog veroordeelden naar dit kamp te sturen. De functie van het kamp veranderde in 1943; het werd toen een opvoedingskamp voor landlopers en bedelaars. Deze nieuwe functie duurde een jaar, in 1944 werd Erika opnieuw een strafkamp. De bewaking werd verzorgd door de SS, de Sicherheitsdienst en de Ordnungspolizei. In deze periode is ook Herbertus Bikker, de beul van Ommen, hier werkzaam. Hij was deel van een vaste knokploeg van het kamp en maakte nietsontziend jacht op verzetsmensen en onderduikers.

Na de oorlog
Na de oorlog is het kamp gebruikt om er collaborateurs op te sluiten. Zo’n 2000 hebben er gezeten tot 31 december 1946. Het kamp werd toen opgeheven. Nu is op het voormalige kampterrein een camping/bungalowpark gevestigd, vakantiecentrum Besthmenerberg (Vacantievreugd).

Joodse gevangenen in Erika
Er waren slechts 8 Joodse gevangen in Kamp Erika. Een van hen was Salomon Roet. Salomon werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1890. Hij was getrouwd met Sientje van Leeuwen en woonde in 1942 in Den Haag. Ze hadden 6 kinderen, Mozes, Lena, Jozef, Eduard, Jacob en Jeannette. Salomon werd vermoord in Kamp Erika op 19 januari 1943, moeder en de kinderen kwamen om in Auschwitz. Alleen van Mozes is de sterfplaats niet bekend. Salomon is begraven op de Joodse begraafplaats van Ommen.
Een 2e Joodse gevangene was Marcus Lelyveld. Hij was door de Nederlandse justitie veroordeeld voor een strafbaar feit en naar Erika gebracht. Marcus werd geboren in Den Haag op 9 maart 1905 en bezweek aan mishandelingen in Ommen op 5 september 1942. Marcus is begraven op de Joodse begraafplaats van Ommen, zijn vrouw en kind overleefden de oorlog.
Verder waren er nog 6 Joodse gevangenen, de namen zijn hier nog niet bekend.

bron:
wikipedia,
joodsmonument.nl en
http://www.cympm.com/ommendutch.html