renee gompes

reneegompesnuPEREN

Terug met een zoete wraak én een sappig perenrecept. Peren zijn minder assertief dan appels. Ze zijn geurig, vol sap, vrouwelijk van vorm met een zoete delicate smaak, zeer geschikt om mee te bakken. In dit Hollandse recept op de website Food is Love van grootmoeder Renee Gompes zijn peren tot een kugel verwerkt vol met specerijen en gedroogd fruit. Het verhaal achter het recept:

Onderduik

De Amsterdamse familie Menist verstopte zich voor de nazi’s met hun dochter Renee, die vrijwel dezelfde leeftijd had als Anne Frank.
In 1944 zaten de beide meisjes in dezelfde stad in de onderduik, niet ver van elkaar verwijderd. Het dagboek van Anne, uitgegeven na haar dood, is een van de beroemdste persoonlijke verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Anne en haar familie werden verraden en naar de concentratiekampen gestuurd. Anne stierf enkele weken voor de oorlog eindigde.

Renee weet hoeveel geluk ze had dat haar verhaal een gelukkiger einde heeft.

renee gompes

Renee+at+Zandvoord+Beach_1938
Renee in Zandvoort, 1938

Renee werd als Rachel Menist in 1931 geboren in een middenklasse gezin in Amsterdam. Haar kindertijd voor de oorlog verliep niet gemakkelijk. Haar ouders, Joseph en Roosje scheidden toen ze ongeveer 5 jaar oud was en de voogdij ging naar haar vader. Vader stuurde Renee naar een kostschool.
Ik ging daar ongeveer vier jaar heen, er was geen andere plek voor me. Mijn vader moest werken. De rechtbank had me aan vader toegewezen. Maar dat is best lastig voor een man die ook moet werken. Mijn grootouders konden toen ook niet voor me zorgen. Grootvader was ziekelijk en ze waren erg oud“.

Kostschool

De school was in Zandvoort. Er waren ongeveer 25 kinderen en de herinneringen aan die tijd zijn goed. “Ze waren streng, maar het was geen nare tijd“. Op een bepaalde manier bereidde deze tijd Renee voor voor de gedwongen scheiding die er aan kwam.
Elke zaterdag wachtte Renee op de trein die haar moeder naar Zandvoort bracht, om haar op te halen en naar het huis van haar grootouders te gaan. Renee bracht de zaterdagavond met hen door, en de zondag met vader, die met haar ging zwemmen en ijsjes voor haar kocht.

Oorlog

Zo vader, zo kind
Zo vader, zo kind

Toen in 1939 de oorlog uitbrak in Europa verklaarde Nederland zichzelf neutraal, net zoals in de Eerste Wereldoorlog. Maar de vader van Renee geloofde niet dat dit hen veilig zou houden, en besloot om te vertrekken. Zijn plan was om naar Nederlands-Indië te gaan en zodra hij daar werk gevonden zou hebben, zou hij Renee laten overkomen. In het begin van 1940 boekte hij passage op de Johan van Oldenbarneveldt, een passagiersschip dat naar Batavia voer.
reneemetvaderafscheidRenee was net negen jaar oud geworden, te jong om naar de andere kant van de wereld te varen. Hoewel ze een ticket kreeg heeft ze deze reis niet gemaakt.
In mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. Nederlanders – en vooral Joodse Nederlanders, konden niet meer reizen. “Ik heb het ticket nog steeds“, vertelt Renee.
Op een bepaalde manier was dit toch een gelukkige ontsnapping aan het lot. De “Johan van de Ven” voer naar Indië, maar werd onderweg getorpedeerd. Velen aan boord werden gedood.

Invasie

Renee en de andere leerlingen van de kostschool zagen de Duitse troepen binnenvallen.
We zagen Duitse parachutisten landen aan de rand van de badplaats waar ik woonde. Wij kinderen begrepen die allemaal niet zo, maar de volwassenen waren zeer bezorgd.

Renee's moeder, Roosjes Menist
Renee’s moeder, Roosjes Menist

Diezelfde dag kwam Renees moeder haar ophalen.
Renee woonde nu bij haar moeder. Daar woonden ook Renees oma Sarah, die door ieder Saartje genoemd werd, en haar oom Leendert die een affaire kreeg met haar moeder, en later Renees stiefvader werd.
Het waren veel veranderingen voor een kind, maar in het begin leek alles niet zo erg. Renee ging met andere Joodse kinderen naar school. Dat vond ze niet vreemd maar binnen een paar maanden kwamen er steeds meer beperkingen; beperkingen die zelfs gingen over waar men woonde, waar men werkte en wat men droeg.
Joodse ambtenaren werden ontslagen, evenals Joodse academici en de Joodse gedeeltes van Amsterdam werden afgezet. Alleen Joden mochten daar in en Joden werden gedwongen om de Jodenster op hun kleding te dragen om zich zo te onderscheiden van anderen.1

Nederlandse Joden

In 1939 woonden er zo’n 140.000 Joden in Nederland, waarbij ook zo’n 25.000 Joodse vluchtelingen, zoals Anne Frank en haar familie.
De eerste deportatie van 427 Joden naar de concentratiekampen vond plaats in februari 1941. De Nederlanders reageerden met de Februaristaking, en landelijk protest tegen de deportaties, uniek in de geschiedenis van het door de nazi’s bezette Europa.2
De staking zou niet meer dan een tijdelijke vertraging voor de nazi’s blijken. Ze executeerden de leiders van de staking, waarvan de meesten communist waren, en begonnen met het opzetten van een structuur om de Nederlandse Joden op te nemen in de geplande genocide op de Joodse bevolking van Europa.3
De nazi’s gebruikten Westerbork, gebouwd door de Nederlandse overheid om Duits-Joodse vluchtelingen onder te brengen, als een doorvoerkamp vanwaar ze de Joden naar Auschwitz in Polen deporteerden om vermoord te worden.

Bureaucratie

Uiteindelijk bleek het de strak georganiseerde Nederlandse bureaucratie te zijn die de meeste hulp aan de nazi’s bood.
Zodra de “samenwerking” met de Nederlandse politie en het ambtenarenapparaat een feit was, met het uitstekende bevolkingsregister en de perfecte spoorwegen, konden de nazi’s de meerderheid van de Nederlandse Joden deporteren.
Nazi-leider Adolf Eichmann zei hierover: “de transporten verlopen zo voorspoedig dat het een genot is om dit te zien“.

Vijfenzeventig procent van de Nederlandse Joden werden vermoord, een veel hoger percentage dan de vergelijkbare, maar minder goed georganiseerde naburige landen als België en Frankrijk. Slechts 30.000 Nederlandse Joden overleefden de oorlog. Renee en haar familie waren daarbij.

Moeder

Toen Roosje, de moeder van Renee, zag dat de Joden werden gedeporteerd, deed ze alles om dat voor haar gezin te voorkomen. Ze had relaties binnen het verzet, en ze vond onderduikplaatsen buiten Amsterdam voor de nabije familie – Renee, oom Leendert en grootmoeder Saartje.
Renees moeder probeerde ook haar broer Herman en schoonzus Bertha aan een onderduikplaats te helpen.
“Bertha en Herman verlieten hun huis om mijn moeder en oom Leendert te ontmoeten. Zij zouden hen helpen om weg te komen. Ze waren gewaarschuwd dat de Duitsers die dag zouden komen”, zegt Renee, “maar toen zeiden ze: we hebben nog wat spullen thuis liggen. Laten we terug gaan om het zilver op te halen en dan gaan we”.
Renees oom en tante spoedden zich naar hun huis, en werden opgepakt tijdens de razzia die toen gehouden werd.
Mijn moeder en oom zagen hoe ze opgepakt werden en dat was het. Hun namen waren Herman en Bertha Metzelaar. Ze hadden geen kinderen. Ze werden gedeporteerd en er werd nooit meer iets van ze gehoord“.

Weer apart

Er waren groepen binnen het Nederlandse verzet die zich juist richtten op het redden van de kinderen. Renees moeder legde Renee uit dat ze apart in de onderduik ging, en dat dit veiliger voor haar was.
“Ze vertelde me dat het gevaarlijk was wanneer we samen in Amsterdam bleven en dat ze een andere plek voor me zouden zoeken. Ik kwam bij andere mensen te wonen in een andere grote plaats, Haarlem“.
Renee was nog geen 10 jaar oud en werd gestuurd naar Castricum.

Inrichting

Ze werd verstopt bij een familie in een huis op het terrein van een Psychiatrische Inrichting, “Duin en Bosch”.
Iedereen was aardig. Ik herinner me een boerenzoon die me eten kwam brengen. Hij nam me mee naar zijn boerderij waar ik de paarden kon zien. Maar ze wisten hoe gevaarlijk het was en ze wilden me daar niet te lang laten zijn“.

Het was ook gevaarlijk voor de moeder van Renee om te reizen, en toch deed ze dat een keer.
Ik herinner me een avond waarop ik rond reed met paard en wagen die van een naburige boer waren, een vriend van de mensen waar ik verbleef. Ik mocht mee terwijl hij huisraad naar een andere boerderij bracht. We gingen door een donker bos, het was een uur of zes ’s avonds en we zagen daar iemand lopen. Het was mijn moeder!
Ze was gekomen om me te bezoeken en ze was de weg kwijtgeraakt. De ontmoeting was bij toeval, daar in het bos op een landweg.  Het was geweldig.”

Renees moeder ging met haar mee naar de onderduik van Renee en stelde haar voor aan het gezin dat haar de onderduik verleende. Renees kon echter niet omgaan met de stress.
Ik herinner me dat ik zo nerveus was dat ik naar de badkamer ging en niet meer van het toilet af kon komen. Ik sprak met mama door de wc-deur heen. Ze kon niet lang blijven, het was te gevaarlijk en ze ging terug“.

Van hot naar her

Toen de mensen waar Renee verbleef bang werden en dachten ontdekt te kunnen worden ging Renee naar een ander dorp. Maar dat was ook lastig, want de straf voor het verstoppen van Joden was de doodstraf. Renee werd opgenomen door een familie met een korenmolen in Almaar en vandaar naar hun naasten gebracht. De familie Koolman (in oorspronkelijke Engelstalige tekst Kooleman) woonde in Amsterdam, had 2 dochters, en gaven Renee een warm welkom.
“Anne en Jan Koolman zeiden: ‘We nemen haar. Wij passen op dat kind. We hebben zelf twee meiden en we kunnen ook voor haar zorgen”.  Ik verbleef daar een behoorlijke periode, ongeveer 10 maanden. Ik was er gelukkig. Maar opeens gebeurde er iets”, zegt Renee

Dreiging

Aan het einde van 1943 bedreigde de zus van Jan Koolman om hem aan te geven bij de nazi’s.
Ze zei, ik weet dat je een Jodenkind hebt. Zorg dat ze weg gaat, want ik geef je aan en dan moet ze ook weg en schieten ze jou dood. De arme man huilde en huilde, maar er was niets dat hij kon doen“.

Het was geen loze bedreiging. Die vrouw, die zus, ging op stap met Duitse soldaten. En na de oorlog was ze een van de vrouwen van wie het hoofd werd kaalgeschoren omdat ze collaboreerde. Maar voor mij moesten ze weer een nieuwe plek zoeken“.

Herenigd

Het verzet vond de moeder van Renee en vertelde haar dat Renee terug moest, want er was geen veilige onderduik. Renees moeder, oom en oma waren nog in Haarlem, maar ook daar werd het gevaarlijk.

De vrouw die hen onderduik gaf kwam bij tijd en wijle de kamer in en zei dan: ‘het stinkt hier, het stinkt naar Joden’. Ze verstopte Joden maar het was een nare vrouw. Ze had een dochter met mooi blond haar die haar tot orde riep. In ieder geval moesten ze daar wel weg“.

Verstoppen waar ieder je kon zien

Oom Leendert, 1955
Oom Leendert, 1955

Het gezin – nu vier mensen – had geluk, ze vonden een onderduikplaats op een bijzondere locatie – in het centrum van Amsterdam, waar overal nazi’s te zien waren.
Het was zo’n 100 meter achter het Paleis op de Dam en niet ver van de plek waar Anne Frank in de onderduik zat. Anne werd verraden, wij overleefden“.

De onderduik was een oude opslagruimte boven een postkantoor. Het was tegenover de Duitse Club, waar Duitse soldaten verbleven.

Duitse soldaten kwamen ook bij dat postkantoor. Ze waren er altijd om postzegels te kopen, om sigaretten te roken of om er gewoon te zijn. En je kon ze onder ons horen, dus moesten we stil zijn. Er was geen verborgen door of trap, er was een gewone deur en we zaten op de tussenverdieping“.

Een vriend in nood

De eigenaar van de winkel, Jacques Engelkamp, was een oude vriend van de moeder van Renee van voor de oorlog. Hij bood deze plek aan toen ze heel hard een plek nodig hadden. En ze wisten hoe populair de winkel bij Duitse soldaten was. Terugkijkend beschrijft Renee Jacques als een beetje vreemde man, maar hij was ook dapper en hartelijk.

De opslagruimte was niet groot, het plafond was laag, voor de ramen waren verduisteringsgordijnen opgehangen en er was een stoffige houten vloer met gaten er in. Overal zaten ratten. Maar voor de familie Menist, vier Joden die in de onderduik moeten, was het een godsgeschenk.
Mijn arme oom, die lang was, kon nooit rechtop staan. ’s Avonds gaf mijnheer Engelkamp mij klusjes, zoals het vegen van de vloer van de winkel. Renee herinnert dat ze alle peuken verzamelde en die meenam maar moeder en oom. Zij maakte er nieuwe sigaretten van, ik weet nu nog hoe dat rook.

Elektriciteit

Er was elektriciteit in de opslag maar de bedrading was niet veilig. Renee herinnert zich hoe ze eens een schok kreeg. “Op een zeker dag liep er lekkagewater langs de muren en toen ik de muur aanraakte  bleef ik daar aan vast zitten. Moeder probeerde me los te krijgen maar zij kwam vast aan mij te zitten. Mijn oom verbrak het circuit door tegen haar arm te slaan“.

Haar

Renee was 14 jaar oud toen ze merkte dat ze hoofdluis had. Roosje scheerde het haar af om zo van de luis af te komen. Toen het weer ging groeien besloot ze het te bleken omdat Renee op die manier er minder Joods uit zou zien en ze uit de opslag zou kunnen.
Ik vond dat ik er veel Joodser uitzag, maar ik ging zo wel de straat op“.

Eten

Het gezin kreeg bonkaarten van het verzet maar voor de rest moeten ze het zelf rooien. Ze hadden meer vrijheid dan vele andere Joden in de onderduik in Amsterdam, zoals Anne Frank en haar familie. Renee gebruikte de vrijheid door naar voedsel en brandstof te zoeken, das was moeilijk te krijgen.

Dit verhaal komt van het Food is Love oral history en kook-project. Bij dit project worden vrouwen gefotografeerd die hun levensverhaal en hun recepten doorgeven aan kun kleinkinderen. U kunt contact opnemen met het project indien u vrouwen kent die hiervoor in aanmerking komen, en u kunt de Facebook-pagina liken.

In Amsterdam waren er kleine houten blokjes tussen de tramrails. Die zaten daar vast met teer. Dus gingen er heel wat kinderen op uit om deze blokjes te jatten. En soms schoten de Duitsers dan op ons. We hoorden ze en we renden weg met onze houten blokjes. En we kookten alles wat we konden vinden in klein brandertje dat op een hoge hoed leek“.

We deden er een beetje hout in en dan maakten we tulpenbollen klaar en suikerbieten en dat was al het voedsel dat we hadden.

Renee zegt dat er meerdere keren op haar geschoten was. Je had, volgens haar, geen speciale krachten nodig om daaraan te ontkomen: “Als iemand op je schiet, moet je rennen. Het gaat niet over moed“.

Natuurlijk was ze bang, maar ze stelt dat ze zich gedroeg als elk kind in angst. Maar dit leven, zowel wild als beperkt, begon invloed op haar te hebben: “Op zeker dag vond ik een grote plank bij een huis dat gesloopt werd. En ik pakte dat stuk hout, en iedereen die bij me in de buurt kwam kon een hijs krijgen, want het was mijn plank.  Het was genoeg brandstof voor een paar weken.

Hongerwinter

Ze overleefden zo langer dan een jaar. In de koude strenge winter van 1944, de laatste in de oorlog, raakte Holland uitgehongerd. De Nederlanders noemen deze winter de Hongerwinter. De Nederlandse regering in ballingschap organiseerde een spoorstaking, en de Duitse militairen sneden de aanvoerlijnen voor brandstof en voedsel naar west-Nederland af. Zo’n 20.000 mensen liepen het gevaar om van honger om te komen.

Gedurende deze tijd, toen Renee veel honger had, ging ze naar de Duitse club om om kolen en aardappelen te vragen. En ze had succes. “Zo’n klein meisje, we willen je wat geven”, zeiden ze tegen mij” zegt Renee, en zelfs nu kan ze dat nog niet geloven.

Binnen

Renees grootmoeder en oom kwamen niet buiten. “Moeder ging wel naar buiten, ze zag er niet erg Joods uit. Af en toe nam ze het risico om een haring bij een stal te halen. En ze kreeg voor mij zelfs een winterjas te pakken, hoewel daar wel gaten in zaten”. Achteraf vat Renee het samen als “Mijn moeder sleepte ons allemaal er door heen“.

Bevrijding

Toen de oorlog eindigde was Renee 15 jaar oud en ze vierde met iedereen feest. Voor de oom en oma van Renee was het eenvoudig op straat lopen een enorm gevoel van bevrijding, vooral na zo’n lange tijd in de opslagruimte. Renees grootmoeder kon niet veel meer zien van de stad, haar gezichtsvermogen was bijna geheel verdwenen. Toch ging ze de straat op om de bevrijding te vieren. “Oma ging naar een café en ze dronk daar wat. Toen ze terug kwam was haar kleine hoedje gedeukt“, vertelt Renee.

Familie

De blijheid van de Menisten werd al snel getemperd toen ze er achter kwamen dat het grootste deel van de familie vermoord was. Er was ook een goed bericht. De vader van Renee had de oorlog in Nederlands-Indië overleefd. Maar ook zijn ervaringen daar waren verschrikkelijk.

Niet lang nadat hij in Indië was aangekomen vond de invasie door Japan plaats. In 1942 werden de buitenlanders gearresteerd en werden deze in krijgsgevangenkampen opgeborgen. De Japanners namen de vader van Renee mee naar Birma en daar moest hij werken aan de Birma spoorlijn en in de zoutmijnen van Birma. Hij overleefde het maar net.

Grootmoeder Saartje

grootmoeder Saartje voor de oorlog
grootmoeder Saartje voor de oorlog
Grootmoeder Saartje na de oorlog
Grootmoeder Saartje na de oorlog

Het gebakken peren dessert dat Renee voor haar familie maakt kwam oorspronkelijk bij grootmoeder Saartje vandaan. Rond 1940 werd het gezichtsvermogen van haar minder en adequate hulp was niet meer te krijgen. Toen ze in de onderduik waren heeft grootmoeder Saartje een operatie ondergaan buiten een ziekenhuis, maar deze operatie hielp niet.

Renee herinnert zich dat de peren in het recept geschild moesten worden, maar oma kon niet meer goed zien, dus een deel van de schil van de peren kwam in het dessert terecht. Nu vindt Renee het met schillen lekkerder, dus altijd laat ze een beetje van de schillen zitten ter ere van haar grootmoeder en zo maken wij het ook.

Opmerking: Renee maakt altijd twee keer de genoemde hoeveelheid, maar een kleinere hoeveelheid kan ook. Wanneer het wat te zoet is, zoals in die tijd gewoon was, kan er ook minder suiker in.

In het huishouden van Renee wordt het kugel genoemd, maar zoete kugel hoort ook huttenkäse en eieren te bevatten, dus dit is een unieke Nederlandse versie.

PerenKUGEL met specerijen

voor 6 – 8 personen

Ingrediënten

  • 100 g meel
  • 100 g zelfrijzend bakmeel
  • 125 g boter
  • 100 g kristalsuiker
  • 100 g gemengd gedroogd fruit, in stukjes gesneden
  • 75 g geraspte citroenschil
  • 50 g gehakte amandelen
  • 1 theelepel kaneel
  • 1/2 eetlepel kruidnagel
  • 1/2 geraspte citroen voor de smaak
  • 3/4 kilogram middelgrote peren (beurré bosc)
  • snufje zout
  • 3 kopjes warm water voor de peren, 1/2 kopje daarvan is nodig in het deeg
  • optioneel: 75 g stemgember, in stukjes gesneden

Werkwijze

  • verwarm de oven tot 160 graden C, hak het gedroogde fruit en maakt het zo klein tot de grootte van krenten
  • schil de peren, laat wat van de schil achter ter ere van grootmoeder Saartje. Snij in vieren, laat de kern in de peer. Stop 1 gehele kruidnagel in elk derde deel van een peer.
  • stop de perenstukken in een ovenvaste schaal. Bedek het met voldoende water, voeg de halve geraspte citroen toe en breng het tot het kookpunt. Laat 15 minuten aan de kook tot de peren halfgaar zijn. Neem dan 1/4 kopje van het vocht voor het deeg, en 3/4 kopje voor het bedruipen later.
  • Voeg het meel en het zelfrijzend bakmeel samen met wat zout en voeg suiker en kaneel toe. Voeg de boter toe en 1/4 – 1/2 kopje perenvocht en de overgebleven geraspte citroen. Vorm het deeg en ga door tot het elastisch is.
  • Vouw het gedroogde fruit, amandelen en geraspte citroenschil in het deel. Voeg de eventuele gember toe.
  • Giet het deeg in het centrum van de peren. Aan de randen moet er water staan.
  • Zet de ovenvaste schaal onbedekt midden in de oven. Bak het op 160 graden gedurende 90 minuten.
  • Bedruip het baksel regelmatig met het overgebleven perensap tot de pudding goudbruin is.

Renee – Australië

Renee met kleinzoon
Renee met kleinzoon

Tien jaar na de oorlog ging Renee naar Indonesië om haar vader op te zoeken. Na een paar maanden in Indonesië besloot Renee dat ze niet terug wilde naar Holland, maar verder wilde naar Australië. “Mijn moeder had daar niet op gerekend”, zegt Renee, “maar ik was avontuurlijk”.

Het duurde met een cruiseschip een maand in 1955 om van Indonesië naar Australië te reizen. Renee wilde zelf Australië ontdekken toen ze er aan kwam. Ze vond plekken waar ze kon verblijven en ze vond er werk.

Ik had werk nodig. Ik had niet veel geld. Ik had 40 pond en dat was het. Diezelfde week ging ik naar David Jones om te zien of daar werk voor me was. En dat was er. Ik heb daar ongeveer anderhalf jaar gewerkt”.

Liefde

Renee en Michel 1957
Renee en Michel 1957

Renee vond haar liefde in de kinderafdeling bij David Jones. Ze zat achter de toonbank toen een bekend uitziende man daar liep. Renee verliet haar plek en ging naar hem toe.

Bent u Michel Gompes uit Holland?

Ja, en bent u niet Renee Menist uit Holland?”

Ze kenden elkaar oppervlakkig in Amsterdam. Ze gingen koffie drinken en 18 maanden later waren ze getrouwd. En dat is nu 59 jaar geleden.
Renee en Michel hebben drie kinderen, acht kleinkinderen en twee stiefkleinkinderen.

Noten:
1 = Het afzetten van de stad gebeurde voor een deel en minder lang dan vaak gedacht wordt. Er woonden veel niet-Joden in deze gedeeltes, waardoor het afzetten en het vormen van een getto, in tegenstelling tot getto’s in bijvoorbeeld Warschau, in Amsterdam mislukte.
2  = De februaristaking was niet landelijk, maar beperkte zich tot Amsterdam, het Gooi en de Zaanstreek.
3 = Enkele (Joodse) Februaristakers werden naar de kampen gestuurd en vonden daar de dood. De meeste opgepakte stakers kwamen er met een gevangenisstraf van af, onder meer in het Lloydhotel, toen gebruikt als gevangenis.

Bron:
http://www.foodislove.co/, 14 april 2016.
met vriendelijke toestemming van Renee Gompes, 1 september 2016
met vriendelijke toestemming van Irris Makler, Food is Love.

Illustraties
Oude foto’s © Renee Gompes, met vriendelijke toestemming voor gebruik op www.joodsamsterdam.nl, 1 september 2016,
Nieuwe foto’s © Irris Makler, Food is Love, met vriendelijke toestemming voor gebruik op www.joodsamsterdam.nl, 1 september 2016.

Vertaling:
Rob Snijders

laatst bijgewerkt:
1 september 2016