samuel sarphati

indexsarpahitDr. Samuel Sarphati werd op 31 januari 1813 geboren op de hoek van de Nieuwe Keizersgracht en de Weesperstraat. Hij was van Sefardisch Joodse afkomst en zijn ouders behoorden bij de Joodse middenklasse van de stad. Zijn vader, Emanuel (3 augustus 1783 – 26 april 1874), was tabakshandelaar. Dit was een bedrijfstak die weinig aanzien genoot, maar de verschafte wel voldoende inkomsten.

sarphatiSamuel groeide op in een periode dat er veel armoede was in Nederland. Zijn ouders vonden het belangrijk dat Samuel kon studeren en deden hem op zijn dertiende in de leer bij apotheker Coronel op de Joden Houtgracht. Apothekers werden in die tijd beschouwd als tweederangs medici en Samuel was leergierig en meldde zich aan bij het Atheneum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam, om daar scheikundelessen te volgen. In 1833 ging hij naar Leiden om medicijnen te studeren en op 27 juni 1839 studeerde hij af en hij vestigde zich als arts in Amsterdam.

Hij meldde zich daarvoor bij het Portugees-Joodse armbestuur zodat hij als arts voor deze armen kon werken en werkte daarnaast als huisarts. Hij hield zijn praktijk op de Nieuwezijds Voorburgwal, in het huis van zijn ouders, in het gedeelte van de deze straat waar nu de postzegelmarkt is.
Hij was daar nog maar kort gevestigd of het Portugees-Israëlitische ziekenhuis besloot om een derde armenarts aan te nemen. Samuel was de enige gegadigde en kreeg die aanstelling. De vestiging van dit ziekenhuis die in die tijd in de stad was was op de hoek van de Rapenburgerstraat en het Rapenburg. Hij was een sociaal geëngageerd man en kon slecht tegen onrecht. Zo betaalde hij eens de behandeling voor een ziek kind die vanwege bureaucratische redenen niet voor behandeling in aanmerking kwam.

monsarphatiArmoede
De grachtengordel zag er in de 19e eeuw nog behoorlijk uit, maar de rest van de stad was vervuld van stank en vuil. Met name de Jordaan en de Oostelijke Eilanden stonden slecht bekend. De stad was overbevolkt en afgeleefd, tot op de zolders en in de kelders werd er gewoond. Sarphati zag de slechte omstandigheden waarin de (Joodse) Amsterdammers leefden en hij begon met het organiseren van een aantal zaken die de leefomstandigheden moesten verbeteren. Zoals het was kon het niet blijven, besmettelijke ziekten verspreidden zich razendsnel, de kindersterfte rond 1850 bedroeg 50% van de kinderen voor het 5e levensjaar en dat moest gestopt worden.
In 1847 startte Samuel de afvalinzameling om de hygiëne in de stad te verbeteren, in 1852 de Vereeniging voor Volksvlijt en in 1855 de Maatschappij voor Meel- en Broodfabrieken. Hij verkocht haardas, straatvuil en alle andere afval met winst aan de veenkoloniën waar dit als landbouwmest gebruikt kon worden.

Maatschappij voor Meel- en Broodfabrieken
Misschien had de door Sarphati gestichte broodfabriek nog wel de grootste impact op het Amsterdam van zijn tijd.  Met deze fabriek maakte Sarphati goed brood ook betaalbaarder dan het was. Het was fabrieksbrood en werd sneller geproduceerd tegen lagere kosten dan het ambachtelijke brood. Dat had natuurlijk een negatief effect ten aanzien van de werkgelegenheid bij de reguliere bakkers, maar een positief effect op de volksgezondheid en de voedingssituatie onder de Amsterdammers en vooral het Amsterdamse proletariaat. Op bijgaande afbeelding is de locatie van de fabriek te zien, aan de westzijde van de Vijzelgracht.

paleisvolksvlijtWetenschap
Samuel had ambitie om de leerstoel Scheikunde aan het Atheneum Illustre te bekleden, maar deze begeerde functie kreeg hij niet. Hij liet daarop de hoop op een toekomst in de academische wereld varen en zette zich nog meer voor de stad in.
Sarphati wilde Amsterdam ook een mooiere stad maken, die zich kon meten aan steden als Parijs, Berlijn en Londen Hij was sterk betrokken bij het Paleis voor Volksvlijt en het Amstel Hotel.
Samuel Sarphati werd niet oud, hij overleed onverwacht op 23 juni 1866, 53 jaar oud na een ziekbed van maar een paar dagen. Dit veroorzaakte een schokgolf door de stad en de lewaaje (teraardestelling) op de begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel werd een massaal eerbetoon.

verder
De werken voor de stad leverden hem verscheidende onderscheidingen op. Zo benoemde Koning Willem III hem in 1860 tot Officier in de Orde van de Eikenkroon en bij de opening van het Paleis voor Volksvlijt tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Samuel Sarphati was getrouwd met Abigaël Mendes de Leon (? – 26 mei 1864). Het was een echtpaar met een behoorlijk standsverschil. Toch was het een gelukkig huwelijk, dat helaas kinderloos bleef. Door het huwelijk hoorde Samuel bij de Joodse elite van de stad. Tijdens het huwelijk woonden Samuel en Abigaël op Herengracht 598.

bron:
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank lemma Emanuel Sarphati – geboortedatum/sterfdatum
Kooy, Drs H. van der, Van armenarts tot projectontwikkelaar in “Ons Amsterdam”, mei 2001.
Bruin, Willem de, Samuel Sarphati. Schepper van een nieuwe stad in Historisch Nieuwsblad nt 8/2010.
Plattegrond van Amsterdam in 1875 op http://www.amsterdamhistorie.nl/kaarten/kaarten.html?imagenaam=amsterdam1875, uitsnede (geraadpleegd 21 januari 2017)

Illustratie:
Plattegrond van Amsterdam in 1875 op http://www.amsterdamhistorie.nl/kaarten/kaarten.html?imagenaam=amsterdam1875, uitsnede (geraadpleegd 21 januari 2017)

laatst bijgewerkt:
21 januari 2017