scholen voorwoord

hermanelteschool
Herman Elteschool

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er Joodse scholen. Zoals ook nu waren dit heel verschillende scholen; scholen met een liberaal en scholen met een meer orthodox karakter maar ook openbare scholen met veel Joodse kinderen.
In de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal Joodse scholen sterk. En dat kwam door maatregelen van de bezetter. In dit deel van de site staan zowel de van oudsher Joodse scholen, de scholen met veel Joodse kinderen als de scholen die door de bezetter werden aangewezen. In dit voorwoord aandacht hoe de bezetter de segregatie van de Joodse leerlingen organiseerde.
De bezetter kwam op 1 september 1941 met de volgende maatregel, die werd gepubliceerd in “Het Joodsche Weekblad” van 5 september 1941:

Onderwijs aan Joodsche kinderen
De Joodsche Raad en de Coördinatie-Commissie delen mede dat, met het oog op het verbod voor Joodsche kinderen, om na 1 september niet-Joodsche scholen te bezoeken, door deze beide lichamen is ingesteld een Centrale Commissie voor het Joodsche Onderwijs. Deze Commissie is bereid van raad en advies te dienen in alle zaken, het onderwijs aan Joodsche kinderen betreffend.”

gedenk-wcschoolDe beperkende maatregel van de Nazi’s waarin de Joodse kinderen te verboden werd om niet-Joodse scholen te bezoeken was een van de laatste maatregelen om de Joodse bevolking te isoleren. Hoewel de maatregel in eerste instantie de openbare scholen betrof, moesten geleidelijk de Joodse leerlingen tussen de 6 en 14 jaar van alle scholen naar scholen die geopend waren door de Centrale Commissie voor het Joodse Onderwijs.
Op 12 september, een week na de eerste mededeling, volgde in het Joodse weekblad de mededeling dat enkele Joodse lagere scholen een week later geopend zouden worden; dat er bovendien Joodse lagere scholen voor bijzonder onderwijs zouden volgen en een ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs).
Snel daarna volgde de mededeling dat er een Joodse school voor M.O. en V.H.O. zou komen.

uitstapjewcschool
uitstapje Wilhelmina Catharinaschool

Op 26 september kwam de oproep aan leerkrachten om les te gaan geven aan de diverse richtingen van het Nijverheidsonderwijs. Op 31 oktober werden diegene die een avondcursus wilde volgen aan de Joodse Handelsavondschool zich konden inschrijven bij de Centrale Commissie.
De segregatie van de Joodse leerlingen was daarmee vrijwel compleet. Het is trouwens bijzonder om te constateren hoezeer men trachtte het rookgordijn rond het Joodse onderwijs in staat te houden. Een half jaar voor de eerste deportaties, op 15 juli 1942, wordt er nog personeel geworven voor het Joods onderwijs.
De nazi’s vonden op 9 januari 1942 dat er genoeg tijd was gegeven om de maatregelen uit te voeren en het verbod voor Joden om Joodse scholen te bezoeken werd gecontroleerd, maar inmiddels waren er overal in Nederland Joodse scholen, tot in het kamp Westerbork.

Op de Joodse scholen werden vanaf juli 1942 de gevolgen van de deportaties zichtbaar. Niet-Joodse Nederlanders konden het nog negeren, maar in de Joodse klassen ontbraken steeds meer kinderen. Bloeme Evers verhaalt zo in een documentaire dat het schrijnend was om als enige eindexamen te doen op het Joods Lyceum en al haar klasgenoten weg waren.
Of deze klasgenoten waren ondergedoken of gedeporteerd, men hoopte het eerste, het was meestal het tweede.
De kinderen vormden een behoorlijk deel van de gedeporteerde Joden. In het eerste transport, 1723 mensen, zaten honderden kinderen.
Een berucht transport was dat van 6 juni 1943 vanuit Vught. Dit transport kwam op 7 juni aan in Westerbork, stond daar 1 dag lang om nog meer slachtoffers toe te voegen en telde uiteindelijk 3017 mensen, waaronder 1266 jonger dan 16 jaar. Zij kwam op 11 juni aan in Sobibor en werden daar vermoord, de meesten op de dag van aankomst.
Maar ook in Westerbork trachtte men te doen of er niets bijzonders aan de hand was. Ook daar was een school, ook daar kregen de leerplichtige kinderen les. Tot het moment dat de deportaties stopten en er nauwelijks leerlingen en leerkrachten meer over waren.

bron:
www.cympm.com