slagerij Van Hessen

dedoelengroningenTwee van de vijf mensen die worden herdacht op een plaquette op de kerk op Schiermonnikoog zijn Julius van Hessen en Johanne van Hessen-De Beer. Ze waren van belang voor Schiermonnikoog. Wat deden ze er?

Julius van Hessen – doorgaans Jules genoemd, werd geboren in Groningen op 30 april 1875. Hij was een zoon in het gezin van Abraham Bargeboer van Hessen en Pauline Klarenmeier in een gezin met zeven kinderen.
Abraham was een goede slager en was de leverancier van het in de stad Groningen befaamde hotel “De Doelen” aan de Grote Markt (foto), waar Cornelis Struvé (1833 – 1915) de eigenaar was. Abraham had daarnaast contact met mr. John Eric Banck, de eigenaar van het eiland Schiermonnikoog van 1858 tot 1893.

vanhessenschiermonnikoogBanck wilde Schiermonnikoog omvormen tot een moderne badplaats en kuuroord en dat plan werd door de Groningers omarmd. Maar om dit mogelijk te maken moest er wel op Schiermonnikoog een goede infrastructuur voor het toerisme worden opgezet.

Er kwamen plannen om een groot Badhuis & Strandhotel aan het einde van de Badweg te bouwen. De Badweg moest bestraat worden. Rond 1885 werden deze projecten uitgevoerd en in 1887 kon het badhotel geopend worden. Cornelis Struvé werd de uitbater van dit hotel en hij vroeg Abraham van Hessen of hij een filiaal van zijn slagerij op het eiland wilde vestigen. Abraham zag daar brood in en op Badweg 1 verrees zijn filiaal op Schiermonnikoog.

De slagerij werd steeds meer een familiebedrijf. De oudste zonen, Leo en Jules, gingen direct na de Lagere School in het bedrijf werken. De slagerij floreerde en toen Jules zo oud was dat hij wilde trouwen vond hij zijn vrouw in Emden. Ze trouwden in 1909. Hennie Johanne de Beer was de dochter van veehandelaar De Beer uit Emden. Jules en Johanne woonden, net zoals zijn broer Leo en zijn vrouw Nannie de Beer (de zus van Johanne) boven de winkel. Jules werd de vleesinkoper in het bedrijf.

De slagerij op het eiland moest ook draaien en leverde kwaliteitsvlees aan het eiland en aan het Badhuis & Strandhotel. Vooral tijdens de drie zomermaanden, juni, juli en augustus was het druk op het eiland en Jules en Leo waren er om beurten met hun vrouwen. Wanneer het hotel aan het einde van het seizoen sloot, sloot de slagerij ook.

Abraham, de vader, overleed in 1919 en zijn vrouw Pauline in 1921.

Het hotel aan de Badweg en de slagerij hadden een symbiotische relatie. Sloot het hotel, dan sloot ook de slagerij. Het hotel is ook wel eens een zomerseizoen dichtgeweest, en dan had de slagerij geen andere keus dan eveneens dicht te blijven. Van 1887 tot en mei 1924 bestond het Badhotel en magere en vette jaren wisselden elkaar af. Dat gold eveneens voor de slagerij.

In 1924 gaf de oprukkende zee het badhotel de genadeslag. Daarmee was ook de toekomst van het filiaal van de slagerij bezegeld.
In 1925 besloten de broers Van Hessen te gaan rentenieren, ze verhuurden de slagerij in Groningen en het filiaal op Schiermonnikoog kreeg een andere bestemming. Tot 1930 werd het verhuurd aan de familie Zeilinga. Van 1930 – 1939 zat er een fotofiliaal van de Groninger familie Spier er in.

badhotelschiermonnikoog
Badhotel Schiermonnikoog

Leo overleed in 1932, zijn vrouw Nannie in 1941. Jules en en Johanne lieten al eerder, in 1925, een houten huisje bouwen bij de perenboom in de tuin van het voormalige filiaal. Jules en Johanna brachten daar vanaf 1925 elk zomerseizoen door. Tot aan 1940.

Paul van Hessen, hun zoon, had een flat voor zijn ouders gehuurd aan de Statenweg in Rotterdam. Op de dag dat ze naar Rotterdam wilden verhuizen, 10 mei 1940, vielen de Duitsers Nederland binnen en Jules en Johanne kwamen niet verder dan Zwolle. Ze keerden terug naar Groningen en trokken weer in hun huis aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Paul vluchtte uit Nederland en kon zichzelf in veiligheid brengen in het buitenland. Johanne en Jules kregen in 1943 hun oproep. Ze dachten ten onrechte dat het wel mee zou vallen en gingen naar Westerbork. Op 17 maart 1943 werden ze op transport gezet naar Sobibor, op 20 maart 1943 kwamen ze in Sobibor aan en werden dezelfde dag vermoord.

Paul was via Frankrijk en Spanje op Curaçao terecht gekomen. Hij meldde zich aan bij de Nederlandse strijkrachten en ging naar Engeland. Bij de RAF trainde hij voor piloot. Hij werd officier bij de RAF en in 1944 trainde hij voor de B-25 bommenwerper bij het 320e squadron. Vanaf eind 1944 werd hij aktief ingezet vanaf vliegveld Melsbroek bij Brussel.

Na de bevrijding bleken er 20 familieleden van Paul in de kampen vermoord te zijn. Op Schiermonnikoog waren de winkel en het zomerhuis, als Joods bezit, met de grond gelijk gemaakt door de bezetter. In 1986 kon Paul de honderdjarige band tussen zijn familie en Schiermonnikoog bestendigen doordat hij een huis aan de Langestreek aankocht. Paul was terug op het eiland tot hij in 2000 overleed in zijn woning in Den Haag.

De perenboom die vroeger in de tuin stond van de slagerij stond er tot de oktoberstorm van 2013 en bloeide elk jaar opnieuw.

bron:
www.wikipedia.nl, lemma De Paardenkeuring (geraadpleegd 1 juni 2015)
www.wikipedia.nl, lemma John Eric Bank
Maris, Arend J, Al meer dan hondertien jaar een hechte band tussen de familie Van Hessen en het Eiland
Met dank aan Hilbert G de Vries

Afbeelding:
Hotel De Doelen ca 1925, uitsnede prentbriefkaart
Nieuwsblad van het Noorden, 16 aug 1932
badhotel Schiermonnikoog, https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat DWW_130013 

Laatst bijgewerkt op:
1 juni 2015