sophie rosenthal bewaarschool

uilenburg3Op de Uilenburgerstraat 29 stond de Sophie Rosenthal bewaarschool. Deze school, een Joodse bewaarschool, werd in 1887 gesticht op initiatief van Sophie Rosenthal, de vrouw van bankier Rosenthal. De vereniging, Sophie Rosenthal bewaarschool (voor behoeftige kinderen), die achter de school stond, werd op 28 januari 1887 erkend.
De school stond goed bekend en werd op 14 april 1893 zelfs bezocht door prinses Wilhelmina. De school had 10 lokalen en plaats voor 500 kinderen uit gezinnen uit deze armere buurt.
Het hoofdgebouw van de school stond parallel aan de Uilenburgerstracht en tussen de school en die gracht was, in de herinneringen, zand waarin gespeeld kon worden.
In 1930 werd deze buurt gesaneerd (opgeknapt) en een aantal jaren later werd deze particuliere school, nadat hij was overgenomen door de gemeente, verbouwd tot Vakschool voor Kleermakers.
Op deze school zaten bijna alle kinderen uit deze buurt, voornamelijk Joodse kinderen.
Na de oorlog was de school niet meer nodig, in 1956 is hij afgebroken en op de plaats van de school werd een transformatorstation van het GEB gebouwd. Alleen de woning die bij de school hoorde staat er nog (foto rechts midden) en deze staat achter een hek op een gemeentelijke werf.

Personeel van de bewaarschool

1903 Emma Klein

sophierosenthalbewaarschoolReputatie Sophie Rosenthal bewaarschool
Bewaarscholen hadden vaak geen goede naam. Kinderopbergplaatsen waren het vaak. Maar deze bewaarschool was duidelijk anders. Er zijn boekjes gevonden gemaakt door leerkrachten en professioneel uitgegeven waarin er toneelstukken voor en met de kinderen stonden uitgewerkt. En hoe de bewaarschool bekend stond is ook een verslag van, in de Hollandse Revue uit 1903:

’t Spreekt vanzelf, dat de houdsters der partikuliere bewaarplaatsen daar in de buurt de oprichting van dit kinderpaleis met leede oogen aanzagen, en dat zij den heer Tours, die den stoot tot de oprichting ervan gegeven had, allesbehalve vriendelijk gezind waren. Hij toch nam hen het „brood uit den mond”. En dat dit tot een zekere hoogte ook werkelijk het geval was, valt gemakkelijk af te leiden uit het feit, dat die kinderbewaarplaatsen de een na den ander verdwenen, en dat er op ’t oogenblik in de Jodenbuurt te Amsterdam nog slechts één dier inrichtingen bestaat, en dan nog wel een, die veel beter is dan die, welke in den tijd bestonden, toen de heer Tours ambtenaar was, belast met het toezicht op die bewaarplaatsen.

Maar mocht de Sophie Rosenthal-bewaarschool de houdsters der kinderbewaarplaatsen tot ontevredenheid gestemd hebben, daarentegen werd zij een aanleiding tot vreugde en dankbaarheid voor honderden arbeidersvrouwen en een zegen voor honderden kinderen.

Want werd de school aanvankelijk uit één verdieping opgetrokken, plaatsruimte verleenend aan 300 kinderen, weldra kwam zij in de arbeidersklasse zóó in trek, dat de ouders hun kinderen allen daar geplaatst wilden hebben. En toen kwam men ruimte te kort. Maar op even onbekrompen wijze als de familie Rosenthal de eerste stichting had ter hand genomen, zette zij haar humaniteitswerk voort; zij wilde dit niet ten halve doen of laten liggen. En nauwelijks was het gebrek aan plaats haar ter oore gekomen, of zij zette de kroon op haar werk door op even onbekrompen wijze ook de noodige gelden beschikbaar te stellen voor de voltooiing. Zoo kon men een verdieping op het gebouw laten zetten en aan twee honderd kinderen meer herbergzaamheid verleenen.

De stichting der familie Rosenthal in de Uijlenburgerstraat te Amsterdam, waar thans dagelijks vijfhonderd kinderen hun eerste onderwijs en opvoeding krijgen, moet dan nu ook, volgens bevoegde kenners en beoordeelaars, de mooiste bewaarschool in Nederland en een model in haar soort wezen.

Ten slotte willen we hier nog even, ter kenschetsing der inrichtingen, die de Sophie Rosenthal-bewaarschool heeft verdrongen en opgeruimd, een passage aanhalen uit een artikel van den heer Tours in het „Weekblad” van de Amsterdammer, dateerend van het jaar 1887, waarin hij een beschrijving gaf van bovengenoemde school, maar tevens ook enkele bizonderheden in het licht stelde van die vroegere kinderbewaarplaatsen. En om deze laatsten is ’t ons te doen. Daarom ontleenen we er het volgende aan:

In de laatste vijfentwintig jaren hebben mannen als Dr. G. A. N. Allebé, Dr. H. van Capelle, Dr. S. Coronel Sz., om geen andere namen te noemen, die bewaarplaatsen in verschillende rapporten als hokken, holen, spelonken gekenschetst.”


sophierosenthalschoolklascaDe klas van Anna Papegaai

De foto onder zal rond 1936 gemaakt zijn aan de achterzijde van de school. Op de foto de klas van Anna Papegaai (onderste rij, 4e van rechts).
Anna woonde op de Rapenburgerstraat en liep elke dag van die straat, via het Rapenburg en de Peperstraat, naar deze school toe.
Vader Jacob Papegaai bracht haar vaak. Vader zat in de diamanthandel en Anna kreeg op een verjaardag toen ze nog op de bewaarschool zat en heel bijzonder cadeau. Een gouden ringetje, met een diamantje en twee pareltjes.
Ze was er heel trots op en toch gebeurde het dat ze het ringetje kwijt raakte in het zand bij de school. Twee jaar later, ze zat inmiddels op de Lagere School op de Uilenburgerstraat (J D Meijerschool), kwam men haar het ringetje brengen. Het was gevonden in het zand. In september 2014 kon Anna datzelfde ringetje aan haar kleindochter Isabel geven.

bron:
www.cai.nl,
herinnering Anna de Groot – Papegaai (24 nov 2014)
Nieuwsblad voor den boekhandel jaargang 70, nr 24, 24 maart 1903 – Emma Klein
De Hollandse Revue, jaargang 8, 1903, nr. 9, 23 september 1903.
Algemeen Handelsblad, 28 jan 1887

illustratie
klassenfoto met dank aan Anna de Groot – Papegaai
“Advertentie personeel”. “Algemeen Handelsblad“. Amsterdam, 24-06-1888. Geraadpleegd op Delpher op 24-01-2017, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010144108:mpeg21:a0093