suikerindustrie

suikerrietIn 1596 was het, net zoals bij de zijde-industrie, Manuel Rodrigues de Vega die in de suikerindustrie stapte. Suiker was een luxeproduct en werd vanaf de 11e eeuw in West Europa gebruikt. Dat alleen door de rijken en zij lieten hun welstand zien door suikersculpturen te laten maken als decoratie op grote diners.

De suiker in die periode was afkomstig uit suikerriet en Columbus nam deze planten mee naar het Caraïbisch gebied na 1492. Daar bleek het klimaat perfect voor deze van oorsprong Indiase plant.
In Amsterdam concentreerde men zich op de raffinage van rietsuiker en de handel. De handel richtte zich op Frankrijk, Groot Brittannië, Polen, Zweden, Denemarken, Bohemen, Oostenrijk, Moravië, Lüneburg, Saksen, Brunswijk, Hessen, Silezië en andere Duitse landen. Dat betekende een groot achterland en de suikerindustrie werd een belangrijke industrie in Amsterdam. Tussen 1650 en 1660 was het de grootste industrie in Amsterdam.
De suikerindustrie in Amsterdam was voornamelijk in Sefardische handen, zoals de suikerraffinaderij van David de Aquilar en die van Abraham en Isaac Pereira op het Waterlooplein, maar de Asjkenazi Rabbi Wolf ben Tobia uit Praag, die Rabbi Wolf Suikerbakker als bijnaam kreeg, verkreeg in 1775 de rechten voor suiker voor Pesach a dfl 219,– per jaar.

Sporen
Sporen van deze industrie zijn er nog in de stad, op de Zwanenburgwal 38 – 40 zat in 1657 Isaäc Mocata, het huidige pand, in 1865 gebouwd door S W Josephus Jitta, lijkt er wat op.
Overigens, toen Napoleon alle handel met Groot Brittannië liet blokkeren was de raffinage van rietsuiker niet meer mogelijk. Eerder was al door een Duits scheikundige ontdekt dat in suikerbieten ook genoeg suiker zat en hij vond uit hoe deze suiker gewonnen kon worden. De blokkade door Napoleon gaf een boost aan deze wijze van produceren en in 1880 was de suikerbiet de belangrijkste suikerbron in Europa.

bron:
coppenhagen collectie, Oxford, (bezocht april 2011)
joodsamsterdam.nl,
suikerwijzer.nl

Laatst bijgewerkt:
20 juni 2015