Waterlooplein geschiedenis

vloonburgh

1625
1625

Vloeyenburg
De eerste naam die aan het Waterlooplein gegeven werd was Vloeyenburg, en al snel werd dit Vlooyenburg. Deze naam sloeg niet op het diertje maar meer op het overvloeien van het gebied. Het kaartje hiernaast van rond 1560 maakt dat ook duidelijk. De Kloveniersburgwal vormt dan de zuid-oostelijke stadswal en de Amstel splitst kort daarvoor zijn laatste delta-arm af (de latere Oudeschans). Die rivierarm wordt direct in het begin van de 17e eeuw vergraven tot Zwanenburgwal en Oudeschans, waarbij tevens de rivierbedding ernstig versmald wordt.
De plannen om de Amsteloever geschikt te maken voor bewoning stammen uit 1585. In 1590 wordt begonnen met met het ophogen en bouwrijp maken en in 1602 worden de eerste erven verkocht. Het rechthoekige eiland werd doorsneden door twee kruisende straten, de Korte en Lange Houtstraat.

1660
1660

Er is een bepaling dat de kopers van de erven aan het water rondom het eiland in de houthandel werkzaam moeten zijn. Zij dienen een strook land van 20m breed onbebouwd te laten voor een straat en een aan het water grenzende houttuin, die ze wel zelf in gebruik mogen nemen. Dat leverde een plattegrond op zoals hieronder is te zien. In 1626 werden de houttuinen aan de Amstel nog eens verbreed ten koste van de breedte van de Amstel.

Eind 16e, begin 17e eeuw komen duizenden Portugese Joden (Sefardim) naar Amsterdam. Zij gaan in grote getale in deze nieuwbouwbuurt wonen. Eerst worden synagogen ingericht in woonhuizen, na een fusie ontstaat in 1639 een synagoge aan de Houtgracht en in 1675 wordt de grote Portugese synagoge aan de Muiderstraat ingewijd.

Op het kaartje rechtsboven uit 1660 is duidelijk het verschil te zien met 1625 (onder) Er is inmiddels nog een stuk grond aangeplempt. De Staalstraat was oorspronkelijk bijna de kade langs de Amstel, nu is deze straat een behoorlijk stuk van de Amstel af en staat er nog een geheel blok huizen tussen Staalstraat en Amstel. Op het Waterlooplein kwam ook veel meer ruimte en de Amstel werd aanmerkelijk smaller.
Het gebied werd zowel arme als rijke bewoners bewoond, zo woonde van 1650 tot 1652 Baruch Spinoza en zijn familie er.

stadhuisafbraakVanaf 1663 gaan de rijke bewoners van dit gebied langs de nieuwe grachten wonen en er komt dan ruimte vrij voor nieuwe bewoners. Deze komen massaal, arme Asjkenazische Joden die gevlucht zijn voor de pogroms in Oost Europa.
De 18e eeuw is economisch geen goede tijd voor Amsterdam. De gehele bevolking verarmde en de Joodse bevolking werd daarin nog sterker getroffen. Op het Waterlooplein verlaat iedereen die dit kan veroorloven dit gebied, dat snel verpauperd. Pas in 1882 wordt er riolering aangelegd, toen de economie wat beter ging en daarmee de leefomstandigheden verbeterden.
Aan het eind van de 19e eeuw kreeg het Waterlooplein de marktfunctie, toen het stadsbestuur bepaalde dat de markt op de Jodenbreestraat naar hier verplaatst moest worden. In 1893 werd het Waterlooplein een dagmarkt, 6 dagen per week maar niet op zaterdag (!).
De 2e wereldoorlog betekent het einde van veel van de bewoners, van de buurten van het Joodse karakter van de markt. Leegstaande huizen (waarvan de bewoners waren weggevoerd) worden leeg gesloopt voor het hout. Wanneer na de oorlog nauwelijks iemand terugkomt wordt in 1949  besloten dit gebied te slopen en later wordt er het stadhuis/opera gebouwd.

In het filmpje nog meer over de geschiedenis van het Waterlooplein.

Filmpje:
Waterlooplein: de geschiedenis – Waterloopleinmarkt, Muziektheater, Stopera, markt, groei Amsterdam van De Verdwenen Stad Amsterdam

laatst bijgewerkt:
27 juni 2017