Wijde Gang

De Wijde Gang was een slop in de Valkenburgerstraat tussen nummers 212 – 218 aan de kant van de Jodenhouttuinen. In het in 1901 verschenen rapport van Johan M Hermans, Krotten en sloppen, werd de Wijde Gang als volgt omschreven: “Daar was een slop ‘Wijde Gang’ waar zo veel ongedierte is dat vader en moeder in de zomer op de vensterbanken slapen omdat in het ‘donkere gat, dat men bedstede noemt’ de wandluizen zo bijten. Alleen de van het venten of bedelen uitgeputte kinderen kunnen er slapen, al krabben zij ook het vuile vleesch tot bloedens toe in hun slaap.”