Zeeburgerdijk

noodziekenhuis
noodziekenhuis

De Zeeburgerdijk ligt in het verlengde van de Hoogte Kadijk en is vernoemd naar de vesting Seeburg die hier in de 17e eeuw stond. De dijk heette in die tijd de St Anthonisdijk. Waarschijnlijk dateert de dijk al uit de 13e eeuw en was het een deel van de oude dijk langs de Zuiderzee.

Sjabbatpaal
Op de Zeeburgerdijk heeft een sjabbatpaal gestaan. Deze paal markeert het gebied waarbinnen de eroev geldt. In 1940 werd de paal door de WA beschadigd en verwijderd.

Zeeburgerdijk 28 – gebouw Gruno
Dit gebouw werd gebruikt als danszaal en als vergaderingsgebouw. De vereniging Rechouwous maakte regelmatig gebruik van deze locatie voor 1940.

Zeeburgerdijk 34 – Uitspanningsplaats ‘Het Vosje
In 1900 was hier Uitspanningsplaats ”t Vosje’ gevestigd en zij richtten zich met advertenties in het NIW ook op de Joodse clientèle.

Zeeburgerdijk 34 – Huis Zeeburg
Aan het einde van de Zeeburgerdijk , op Zeeburgerdijk 34, heeft Huis Zeeburg gestaan. Dit was een boerderij op de plek van een echt buiten met dezelfde naam, dat in 1669 werd afgebroken.
In 1916 wordt er door de gemeenteraad besloten dat hier een observatiestation moet komen voor patiënten met besmettelijke ziekten. Het idee om dat op die plek te vestigen is niet zo vreemd, al in de Gouden Eeuw lagen schepen waarop mogelijk besmettelijke ziekten waren uitgebroken voor Pampus afgemeerd. Al aan het einde van 1916 is de inrichting gereed (foto boven). In de inrichting kunnen patiënten met cholera, pokken, pest en vlektyphus worden opgenomen. Wanneer er geen besmettelijke ziekten zijn kan het gebouw als noodziekenhuis worden gebruikt.
In 1919 wordt op het terrein een grote ontluizingsinrichting gebouwd om hiermee antwoord te geven aan de grote luizenplaag die op dat moment in Amsterdam heerst. Op de scholen heeft in die tijd 30 – 50% van de leerlingen hoofdluis. Per dag kunnen in de inrichting 500 – 600 personen ontluisd worden. Allerlei groepen vluchtelingen die in Amsterdam aankomen, komen eerst in deze inrichting terecht.

Vluchtelingen
in het begin van de 30er jaren staan de loodsen leeg maar al snel komt er een grote vluchtelingenstroom op gang, met name nadat Hitler de macht heeft gekregen in Duitsland. Zo regelt het Algemeen Kinder Comité in 1938 dat er 38 Joodse vluchtelingetjes uit diverse Duitse steden kunnen worden opgenomen. Er wordt over het geschreven in De Tribune:
De meesten van het zijn uit Köningsbergen (nu Kaliningrad) gekomen. Maar in Oldenzaal waren er nog enkelen, die met enige moeite toestemming kregen om zich aan het transport te voegen.
Hoe hebben ze ’t gehad? Afschuwelijk natuurlijk! Maar wat heeft het voor zin om hun geschiedenis de laatste dagen te beschrijven? Het lot dier kinderen is niet anders geweest vdan dat van alle Joden in het barbaarse Derde Rijk. Verbrande synagogen, verwoeste huizen, verjaagde kinderen, afgeranselde en gearresteerde vaders, wanhopige moeders.

Hoe het met deze kinderen afgelopen is, vertelt de geschiedenis niet. De stroom aan Joodse vluchtelingen werd steeds groter en ze worden zowel hier als in het Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade ondergebracht.
De gemeente Amsterdam wil niet dat de Quarantaine-inrichting zolang gebruikt wordt voor vluchtelingen. Ze blijven hier langer dan bedoeld, is de opvatting. In maart 1940 weet de gemeente te regelen dat dit kamp ontruimd wordt, de vluchtelingen gaan voor een deel naar het Lloydhotel en voor een deel naar het juist geopende vluchtelingenkamp Westerbork.
Na de oorlog zouden de barakken in eerste instantie gebruikt gaan worden voor lijders aan schurft en vrouwen die aan geslachtsziekten lijden, maar dit blijken er minder te zijn dan werd aangenomen. Daarom gaat men de barakken gebruiken om kinderen te verplegen die aan TBC lijden. De barakken en dit noodziekenhuis blijft tot 1975 in bedrijf, dan wordt het Slotervaartziekenhuis geopend en kan noodziekenhuis Zeeburg dicht.

Bekende vluchteling
Een bekende vluchteling die in dit interneringskamp gezet heeft, en over dit kamp uitspraken doet is Walter Holländer, de broer van Edith Frank-Holländer, de moeder van Anne Frank. Hij wordt opgenomen in het kamp in 1938 nadat hij uit Sachsenhausen bij Berlijn is vrijgelaten (hij was gearresteerd vanwege zijn Joodse afkomst en werd vrijgelaten aangezien hij een veteraan was. Hij vertelde: “In dit vluchtelingenkamp waren we opgesloten, stonden we onder toezicht van de politie en het was niet mogelijk of toegestaan om iets te doen waarmee je een inkomen kon verwerven.”
Walter mag soms kort weg uit het interneringskamp, maar alleen met schriftelijke toestemming en alleen om ‘Huize Oosteinde’ te bezoeken. Dit onderkomen, aan het Oosteinde (24?), geeft vluchtelingen de gelegenheid om te lezen, studeren of mee te doen aan een aantal sportactiviteiten.

Zeeburgerdijk 184 – Gezin Verduin
Op 18 juni 1904 had George Jacobus Verduin (Diemen, 11 juli 1891 – Amstelveen, 29 mei 1986) zijn Bar Miswahfeest. George was de enige van dit gezin die de oorlog zou overleven. Vader Mozes Verduin (Diemen, 7 november 1857 – Sobibor, 9 juli 1943) was beheerder van de Joodse begraafplaats op Zeeburg. Hij was gehuwd met Elisabeth Muller (Amsterdam, 2 juni 1864 – Amsterdam, 9 maart 1942) en zij hadden vijf kinderen. Naast George Martha (Diemen, 26 juli 1890 – Sobibor, 11 juni 1943), Meijer (Diemen, 15 april 1894 – Auschwitz, 25 januari 1943), Mathilda (Diemen, 26 april 1895 – Sobibor, 2 juli 1943) en Klara (Diemen, 12 april 1896 – Sobibor, 9 juli 1943). George was gehuwd met Catharina Talhuizen en zij zaten samen met hun dochter Sara verborgen in hun eigen huis bij de Joodse begraafplaats in Diemen.

Zeeburgerdijk 226 – beheerderswoning
Op Zeeburgerdijk 226 stond de beheerderswoning van de Joodse begraafplaats Zeeburg, het Jodenmanussie. Dat laatste is overigens de bijnaam waarvan niemand zeker weet hoe deze naam ontstaan is. Het meest plausibel is de verklaring van het geheugenvanoost.nl, waarbij wordt gewezen op de parallel tussen manusje. Manusje van alles is iemand die van alles kan en doet, Jodenmanussie zou slaan op allerlei Joodse mensen, handelaren, venters, sjaggeraars etc.

Zeeburgerdijk 226 – Rechouwous
In 1925 was het secretariaat van Rechouwous op dit adres gevestigd. Rechouwous was de Vereniging ter Behartiging der Joodse belangen in de Indische Buurt. Daar woonde toen het gezin De Vries (Hartog de Vries; Hoorn, 18 maart 1881 – Auschwitz, 27 augustus 1943), zijn vrouw Gesiena de Beer (Winschoten, 8 september 1878 – Amsterdam, 26 juni 1941) en hun dochter Eva (Amsterdam, 17 juli 1906 – Sobibor, 28 mei 1943). Verder hadden zij een dochter Reina, die zich op 4 september 1926 verloofde met Bernard Orchudesch.

bron:
Noodziekenhuis Zeeburgerdijk
www.annefrank.org
www.geheugenvanoost.nl (bez 22 dec 2013)
www.wikipedia.nl, lemma zeeburgerdijk (bezocht 25 maart 2015)
“Advertentie Vosje”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 06-07-1900. Geraadpleegd op Delpher op 16-02-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874262:mpeg21:a0024
www.joodsmonument.nl, lemmata familie Verduin (geraadpleegd 16 februari 2018)
www.maxvandam.info, lemmata familie Verduin (geraadpleegd 16 februari 2018)
“Advertentie Verduin”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-06-1904. Geraadpleegd op Delpher op 16-02-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871706:mpeg21:a0017
“„RECHOUWOUS”.”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 25-12-1925. Geraadpleegd op Delpher op 16-02-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871895:mpeg21:a0112
“Familiebericht Reina de Vries”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 03-09-1926. Geraadpleegd op Delpher op 16-02-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858141:mpeg21:a0089

 

illustraties:
“Advertentie Vosje”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 06-07-1900. Geraadpleegd op Delpher op 16-02-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874262:mpeg21:a0024
“Advertentie Verduin”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-06-1904. Geraadpleegd op Delpher op 16-02-2018, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010871706:mpeg21:a0017

laatst bijgewerkt:
16 februari 2018