Eduard Spier (Zutphen, 17 januari 1902 – Amsterdam, 11 juni 1980), zoon van Isedore Spier (Zutphen, – Amsterdam, ) en Selina Elias (Strijp, – Utrecht, ), was notaris. Hij was gehuwd met Jacoba Paulina Martha Denekamp (Delft, 30 december 1909) en had met haar drie kinderen; Celine, Janna Elisabeth en Eduard Ysbrant. Het gezin woonde op de Waldeck Pyrmontlaan 12hs.
In december 1938 kon Eduard zich in Amsterdam vestigen en een eigen notariaat oprichten, op de Sarphatistraat 43. Hij werkte samen met notaris Arnold van den Bergh. De vestiging op de Sarphatistraat was kort, een jaar later, in april 1939, vestigde men het kantoor op het Westeinde 24.
Het notariaat kreeg al snel een belangrijke plek binnen Joods Amsterdam. Zo werd in april 1939 besloten dat de controle over 1939 van de financiën van de Vereniging voor Maatschappelijk werk onder Joodse zieken door dit kantoor samen met de heer Gomperts van de vereniging gedaan zou worden. In 1939 werd Eduard bestuurslid van de Alliance Israélite Universelle (Algemeen Israëlitisch Verbond). Deze organisatie werd in 1860 in Parijs opgericht en was de eerste officiële internationale Joodse hulporganisatie. Het doel was bedreigde Joden, waar ook ter wereld, hulp te bieden en hun juridische en sociale positie te verbeteren. De organisatie had landelijke afdelingen. In november 1939 bleek Eduard de penningmeester te zijn van de Nederlandse afdeling.
|
De Frederikslijst
De Frederikslijst (ook bekend als Barneveldlijst) was een door K.J. Frederiks, secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, opgestelde lijst tijdens de Tweede Wereldoorlog. De lijst bood bescherming aan ongeveer 650 tot 800 ‘verdienstelijke’ Joden, die werden geïnterneerd in Barneveld om deportatie te voorkomen. De meesten overleefden de oorlog via Westerbork en Theresienstadt. |
Bezetting
Tijdens de bezetting kreeg Eduard een aanstelling bij de Joodsche Raad. Hij was, samen met mr. dr. Werner Diamand (Berlijn, 7 december 1905 – Amsterdam, 8 mei 1982), leider van de Centrale Voorlichtingsdienst die gevestigd was op de Lijnbaansgracht. Vanwege deze functie en vanwege het feit dat hij op de Frederikslijst stond had hij een Sperre, die ook voor zijn gezin gold. Toch werd het gezin op 29 september 1943 in Westerbork geregistreerd en werden in Barak 85 gehuisvest. Ze zaten bijna een jaar in Westerbork tot ze op 4 september 1944 gedeporteerd werden naar Theresienstadt.
Zijn beroep als notaris mocht Eduard tijdens een groot deel van de bezetting niet meer uitoefenen. De laatste advertentie waarin Spier en Van den Bergh genoemd worden als notarissen op Westeinde 24 dateert van juli 1941.
In december 1941 blijkt Mr. C. E. Massee (Goes, 10 december 1905) het kantoor te hebben overgenomen als waarnemer, samen met A. D. Th. Bruijning.
Massee werd, volgens het rapport ‘De Joodse notaris en de beschuldiging van verraad, Kritische analyse van argumentatie en brongebruik in Het verraad van Anne Frank’ te zijn aangezocht door Van den Bergh.
Na de bezetting keerde Eduard terug naar dit beroep en naar het kantoor op het Westeinde, waar hij van 1938 tot 1972 gewerkt heeft. Ook Massee bleef bij het kantoor betrokken, hetgeen bleek uit een aankondiging in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 10 augustus 1945, evenals Van den Berg tot zijn dood in 1950. Van den Bergh overleed in Londen, werd overgebracht naar Amsterdam en zijn kist stond in zijn werkkamer op Westeinde 24 voor hij begraven werd op Muiderberg.
Spier werkte tot 1967 samen met Mr. Cornelis Elisa Massee, die op 18 november 1967 overleed.

Na de oorlog
Eduard vervulde ook na de oorlog belangrijke functies binnen Joods Amsterdam. In 1946 werd hij tot voorzitter gekozen van de nood-kerkenraad – in juni 1946 werd deze organisatie vervangen door een permanente kerkenraad, het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, waar Eduard eveneens voorzitter van werd, een functie die hij tot eind 1953 bekleedde. Hij werd in 1946 secretaris van de Joodsche Commissie voor Herstel, voorzitter van de Centrale Commissie (in juli 1946 vervangen door een Permanente Commissie met Eduard als voorzitter). In 1953 kwam hij in een krantenbericht naar voren als voorzitter van de Stichting tot Oprichting en Instandhouding van Joodse Psychiatrische Consultatiebureaux en Medisch-Opvoedkundige Bureaux. In 1954 werd Eduard verkozen tot voorzitter van het Joods Maatschappelijk Werk (JMW). In 1955 werd Eduard bestuurslid van de Stichting Nieuw Israëlietisch Weekblad, in 1967 werd hij in een krantenbericht genoemd als vicevoorzitter van de Stichting ‘Het Joodsch Bijzonder Onderwijs’ en in 1968 als bestuurslid van Cefina.
Oorlogspleegkinderen
Eduard was lid van de Commissie Oorlogspleegkinderen. Deze commissie werd in 1945 opgericht om te bepalen wat er met de oorlogspleegkinderen moest gebeuren. Zo’n 3500 Joodse kinderen waren tijdens de oorlog (in de onderduik) opgevangen door niet-Joodse pleegouders. Van de helft van deze kinderen bleken een of beide ouders in de vernietigingskampen vermoord. Daarnaast waren er 500 Rooms-katholieke en protestantse kinderen van wie de ouders waren omgekomen tijdens een bombardement. De dilemma’s waarmee de commissie te maken kreeg gingen vooral over de Joodse kinderen. Bleven zij in de doorgaans christelijke gezinnen waar ze waren opgevangen, of gingen ze naar Joodse familieleden voor een Joodse opvoeding?
Gezina van der Molen, verzetsvrouw, juriste en zeer actief voor de OPK maakte een wetsvoorstel waarin gesteld werd dat, doordat de ouders de kinderen elders hadden laten onderduiken, ze niet geschikt waren als ouder en uit de ouderlijke macht zouden moeten worden ontzet. Het voorstel werd later afgezwakt en er was toen sprake van ‘schorsing’ van de ouderlijke macht. Om kinderen toe te wijzen aan Joodse familieleden dienden zij te bewijzen dat de kinderen voor de onderduik Joods werden opgevoed.
Nu was bekering van Joden toen nog een officiële missie van de hervormde en gereformeerde kerk en de gereformeerde Gezina van der Molen zou zich teveel inzetten voor de belangen van de christelijke pleegouders. De OPK kreeg veel kritiek, en in augustus 1945 werd een eigen, Joodse, voogdijvereniging opgericht: Le-Ezrath Ha Jeled (Het kind ter hulpe). In juli 1946 stapten 11 van de 15 Joodse leden uit de OPK, desalniettemin werd de breuk gelijmd tot in maart 1949 de definitieve breuk plaats vond en in augustus 1949 de OPK werd ontbonden.
Volgens een artikel uit het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 10 juni 1949 was Eduard Spier zeer kritisch over het functioneren van de OPK.
Aus der Fünten en Fischer
Ferdinand aus der Fünten (Mülheim an der Ruhr, 17 december 1909 – Duisburg, 19 april 1989) was de feitelijke leider van de deportaties van tienduizenden Joden, voornamelijk uit Amsterdam. Hij werd opgepakt en op 27 december 1949 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Het Openbaar Ministerie ging hiertegen in beroep en op 12 juli 1950 kreeg Aus der Fünten alsnog de doodstraf.
Franz Fischer (Bigge, 10 december 1901 – Bigge, 19 september 1989) was een Duitse SS-Sturmscharführer en fanatieke Jodenvervolger in de Tweede Wereldoorlog. Hij was betrokken bij de deportatie van 13.000 Joden uit Den Haag, verantwoordelijk voor mishandeling van Joden, ‘Jodenbegunstigers’ en mannen die met een Joodse vrouw waren gehuwd. Hij werd op 12 juli 1950 veroordeeld tot de doodstraf na eerst veroordeeld te zijn tot een levenslange gevangenisstraf op 17 maart 1949.
Voor beide personen werd in 1951 gratie verleend door koningin Juliana, die gewetensbezwaren had tegen de doodstraf. De doodstraf werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Dit leidde tot veel boosheid en verdriet bij de Joodse Nederlanders. Eduard Spier, voorzitter van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, en Mr. R. Levisson, voorzitter van de Liberale Joodse Gemeente, kregen in maart 1951 een onderhoud met Minister van Justitie Mr. Struyken waarbij Struyken het besluit probeerde uit te leggen.
Spier en Levisson waren het er niet mee eens en deelde de Minister mede dat ‘de indruk werd gewekt dat de moord op Joden als een misdaad van de tweede rang werd beschouwd’. Ook stipten ze aan dat de Joodse gemeenschap diep beledigd en gekwetst was doordat een man die uniformen smokkelde en ‘een uit het lood geslagen vrouw wier laaghartig verraad een aantal mensenlevens heeft gekost (Ans van Dijk – red.)’ wel voor deze daden met hun leven moesten boeten.
Officier in de Orde van Oranje-Nassau
Eduard Spier werd in op 30 april 1953 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In een vergadering van 28 mei 1953 van de Kerkenraad werd Eduard gefeliciteerd. Spier antwoordde ‘deze onderscheiding te willen beschouwen als niet zozeer aan zijn persoon verleend maar veeleer aan allen, die medegewerkt hebben aan de wederopbouw van de Joodse gemeenschap na de oorlog’.
Support
Eduard Spier had veel support in Joods Nederland. Zo stond er in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 23 januari 1953: ‘In dit geval menen wij toch eens te mogen getuigen van onze instemming met de wijze waarop het hoogste Kerkgenootschappelijke orgaan zich van de veranderde omstandigheden heeft aangepast en onder leiding van zijn voorzitter Notaris E. Spier op principieel verantwoorde wijze de belangen van het gehele Nederlandse Jodendom vertegenwoordigt.’
Pensioen
In januari 1972 werd Eduard Spier zeventig jaar, en moest hij afscheid nemen van zijn ambt als notaris. M. Kopuit interviewde hem voor het Nieuw Israëlietisch Weekblad. In dit interview werd hem gevraagd waarom hij zoveel wilde doen voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Spier antwoordde: ‘Ik wil het niet sentimenteel bekijken. Maar het is toch wel zo, en ik beschouw het ook als het Joodse lot, dat degenen die na een ramp overblijven de plicht hebben mee te helpen bij het steeds weer bouwen aan de Joodse toekomst. Van geslacht op geslacht is die taak in de Joodse geschiedenis volbracht.’ en ‘Ik ben van huis uit bestuursman. Op de lagere school in Zutphen, op de hbs, als student, steeds maakte ik deel uit van besturen. Ik denk dat het ook komt omdat ik van mijn prilste jeugd af lichamelijk ben gehandicapt. Daarom kon ik op bepaalde gebieden nooit mee doen. Maar ik wilde wel deel hebben; dat trachtte ik dan te bereiken op bestuurlijk gebied.’
Op 11 juni 1980 overleed Eduard Spier. Hij woonde aan het einde van zijn leven op de Apollolaan 193. Hij werd begraven op de Joodse begraafplaats in zijn geboorteplaats, Zutphen. Met zijn overlijden ging een man heen die een meer dan essentiële rol heeft gespeeld in de herbouw van Joods Nederland.
bron:
Eduard Spier, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 767.
Eduard Spier, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130378639 (Eduard SPIER).
Jacoba Denekamp, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130378710 (Jacoba P M SPIER DENEKAMP).
Sarphatistraat, Advertentie. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 29-12-1938, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000580097:mpeg21:p00004.
Westeinde, Advertentie. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 21-04-1939, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874672:mpeg21:p007.
Maatschappelijk Werk. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 28-04-1939, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874673:mpeg21:p009.
Welgeslaagde bijeenkomst van de Alliance.. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 29-06-1939, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000577018:mpeg21:p00002.
ALLIANCE ISR. UNIVERSELLE. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 16-11-1939, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000577038:mpeg21:p00005.
Notaris Spier, Advertentie. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-08-1945, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858263:mpeg21:p007.
Spier en Van den Bergh, Advertentie. “Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam”. Amsterdam, 25-07-1941, p. 14. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010318165:mpeg21:p014.
C. E. Massee, Advertentie. “De standaard”. Amsterdam, 20-12-1941, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011131482:mpeg21:p006.
B. T. Wallet e.a., De Joodse notaris en de beschuldiging van verraad, Kritische analyse van argumentatie en brongebruik in Het verraad van Anne Frank (Amsterdam, maart 2022) 10.
Werner Diamand, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1383.
Eerste openbare zitting Amsterdamsche Nood-kerkeraad. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 01-02-1946, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872182:mpeg21:p005.
JOODSCHE COMMISSIE VOOR HERSTEL.. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 05-04-1946, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872191:mpeg21:p006.
Centrale Commissie, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 04-06-1946, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872200:mpeg21:p010.
Eerste Vergadering van den nieuwen Kerkeraad in Amsterdam. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 28-06-1946, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872203:mpeg21:p009.
CENTRALE COMMISSIE. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 12-07-1946, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010872205:mpeg21:p006.
OPK. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-06-1949, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873502:mpeg21:p001.
Arnold van den Bergh, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 03-11-1950, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873931:mpeg21:p010.
Begrafenis van Notaris A. van den Bergh z.g.. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-11-1950, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873932:mpeg21:p008.
Gratie voor Aus der Fuenten en Fischer. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 09-03-1951, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874359:mpeg21:p001.
Ons vertegenwoordigend orgaan. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 23-01-1953, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873871:mpeg21:p003.
Joodse Geestelijke Gezondheidzorg. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 20-02-1953, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873875:mpeg21:p004.
Officier, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 01-05-1953, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873885:mpeg21:p002.
Vergadering kerkeraad, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 12-06-1953, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873891:mpeg21:p003.
AFTREDEN NOTARIS SPIER. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 09-10-1953, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858286:mpeg21:p001.
JMW. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 09-04-1954, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858312:mpeg21:p004.
Stichting Nieuw Israelietisch Weekblad. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 03-06-1955, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858215:mpeg21:p001.
Overlijden Massee, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 24-11-1967, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010860761:mpeg21:p010.
Familiebericht. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 20-06-1980, p. 16. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859841:mpeg21:p016.
illustratie:
Advertentie. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 29-12-1938, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000580097:mpeg21:p00004.
Notaris Spier, Advertentie. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-08-1945, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 04-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858263:mpeg21:p007.
Crisis in de Kerkeraad.. of in de N.Z.B.?. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 14-01-1949, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 05-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873481:mpeg21:p003.
Arnold van den Bergh, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 03-11-1950, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 06-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873931:mpeg21:p010.
Familiebericht. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 20-06-1980, p. 16. Geraadpleegd op Delpher op 07-04-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859841:mpeg21:p016.
gepubliceerd:
7 april 2026
laatst bijgewerkt:
7 april 2026