Emilie Meijer

Emilie (Liek) Meijer (Amsterdam, 29 oktober 1927) was veertien jaar oud toen ze vijf weken ondergedoken zat in de Hollandsche Schouwburg. Ze werd samen met haar moeder door de bezetter opgepakt. Voor ze op transport zou gaan ontfermden verzetsmannen Walter Süskind en medisch assistent Maurice Hirschel (Amsterdam, 17 mei 1920 – Vlaardingen, 18 maart 1996) zich over haar en zorgden dat ze elders kon onderduiken. 

Emilie was een dochter van Estella Sophia Marsman (Leiden, – Sobibor, ) en huisarts Jacob Willem Meijer (Werkendam, – Amsterdam, ). Jacob en Estella trouwden op 6 oktober 1926 in Leiden. Jacob had zijn praktijk op de Hoogeweg 56hs in de Watergraafsmeer. Jacob en Estella woonden daar al toen Emilie werd geboren, en ook in het begin van de oorlog, alleen voor Joodse patiënten, had Jacob daar zijn praktijk.
Emilie kon goed leren en was in het begin van de oorlog een leerling van het Barlaeus-gymnasium. Dat was maar van korte duur, toen de maatregel kwam dat Joodse leerlingen niet meer naar niet-Joodse scholen mochten moest ze naar het Joodsch Lyceum. Daar verdwenen in de maanden die volgden steeds meer kinderen uit de klas. Na de oorlog heeft Emlie er maar één of twee teruggezien.

Vanwege zijn beroep had Jacob een Sperre (tot nader order vrijgesteld van deportatie). Maar Sperres bleken vaak een wassen neus. Estella en Emilie gingen in de onderduik maar werden ontdekt. Ze kwamen eerst in het politiebureau aan de Linnaeusstraat terecht en werden vervolgens naar het Huis van Bewaring in Amstelveen gebracht. Moeder en dochter worden daar de volgende dag gescheiden omdat zulke jonge kinderen niet in de gevangenis thuis hoorden en Emilie werd naar de Hollandsche Schouwburg overgebracht. Emilie werd verteld dat moeder haar binnen twee dagen zou volgen en ze zorgde er vanaf dat moment voor om te gaan talmen bij een transport. Dat deed ze omdat ze maar één ding wilde – ze wilde op haar moeder wachten… Dat vroeg ze ook aan Maurice Hirschel: ‘Kunt u ervoor zorgen dat ik hier kan blijven tot mijn moeder komt?…’

De Hollandsche Schouwburg stond later in haar geheugen gegrift: ‘Ik weet nog dat ik die stikvolle zaal van de schouwburg werd binnengebracht. Die zaal stond gewoon vol met stoelen alsof je naar een voorstelling ging. Maar nu zaten er radeloze mensen met rugzakken. Het was unheimisch en griezelig.’

Ik weet nog dat ik die stikvolle zaal van de schouwburg werd binnengebracht. Die zaal stond gewoon vol met stoelen alsof je naar een voorstelling ging. Maar nu zaten er radeloze mensen met rugzakken. Het was unheimisch en griezelig.

Wanneer er een transport naar Westerbork ging stond Emilie bij de mensen die later naar Vught getransporteerd zouden worden en andersom. Zo lukte het haar om vijf weken lang in de Hollandsche Schouwburg te blijven. Moeder Estella werd op 31 maart 1943 in Westerbork geregistreerd en gehuisvest in Barak 57. Zij ging op 6 april 1943 op transport naar Sobibor, waar ze drie dagen later werd vermoord.

Omdat Emilie zonder ouders in de schouwburg was viel ze op bij Süskind en Hirschel. Zij waren vastbesloten om Emilie te redden. Emilie zwerft wekenlang door de schouwburg, ziet het steeds drukker worden tot er weer een transport vertrekt. Na vijf weken komt echter het bericht dat de gehele schouwburg leeg moet voor een grote schoonmaak. Maurice Hirschel draagt Emilie op om zich te verstoppen in de nok van het gebouw. Daar moet ze zich doodstil houden tot het transport vertrokken is. Diep in de nacht haalt Hirschel haar op en zorgt voor een betere onderduik. Het was het begin van een groot aantal onderduikadressen. Het laatste adres was bij Anna Post in Heukelum.

Emilie werd na de oorlog herenigd met haar vader, die huisarts was in de Watergraafsmeer. Haar moeder werd vermoord. Jacob hertrouwde op 6 maart 1950 in Bergen met Katryn Maria van Wageningen (Lymington, GB, 1 mei 1916 – Bergen, 19 juni 1963). Emilie herinnert zich het vaak slechte humeur van haar vader, die wel aardig kon zijn als er vreemden waren. Ze moest vader veel ondersteunen in de praktijk en kwam door de sfeer in huis én haar oorlogstrauma niet door het gymnasium heen. Later, toen ze in Leiden woonde, kwam ze wel in een gezellige omgeving terecht en lukte het leren wel. 

Documentaire
Over de ervaringen van Emilie werd door Lotte Kwant, Linde Verhulst en Martijn Nolst Trenité een documentaire gemaakt, Flink, in het hol van de leeuw, hier te zien in twee delen.

Overleden
Emilie Nolst Trenité – Meijer overleed op 13 februari 2025 in Rotterdam.

 

 

bron:
Van deze Amsterdammers namen we afscheid in 2025, Parool (31 december 2025) online.
Hoogeweg 56, “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 18-11-1928, p. 13. Geraadpleegd op Delpher op 31-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010659641:mpeg21:p013.
Afwezig, “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 13-08-1932, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 31-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010967810:mpeg21:p008.
Jacob Willem Meijer, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1651.
Estella Marsman, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130339498 (Estella S MEIJER MARSMAN).
Jakob Meijer, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130339584 (Jacob W MEIJER).
Medische hulp van 20 tot 6 uur Amsterdam. “Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam”. Amsterdam, 25-09-1942, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 31-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010318338:mpeg21:p001.
Martijn Bink, Vijf weken in ‘hol van de leeuw’: Emilie Meijer dook onder in Hollandsche Schouwburg (5 maart 2024) NOS online.
Joodse vrouw (97) die weken in Hollandsche Schouwburg ondergedoken zat, overleden. (19 februari 2024) NOS online.
Katryn Maria van Wageningen, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1933.

illustratie:
Afwezig, “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 13-08-1932, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 31-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010967810:mpeg21:p008.

gepubliceerd:
1 januari 2016

laatst bijgewerkt:
1 januari 2026