
Er ligt een Stolperstein voor Frieder Weissmann (Langen, Hessen, 23 januari 1893 – Amsterdam, 4 januari 1984) voor het Concertgebouw in Amsterdam. Frieder was een zoon van Isidore Weissmann (Klodawa, 18 januari 1863 – Frankfurt am Main, 12 februari 1939), en Auguste Löb (Monsheim, 17 april 1871 – Auschwitz, 15 december 1942). De Stolperstein werd op 22 april 2021 door Sylvia Quiël gelegd.
Frieder was een zoon van een in Klodowa (Polen) geboren Isidore Weissmann en een in Monsheim (Duitsland), geboren Augusta Löb. Zijn jeugd speelde zich af in Frankfurt waar vader opperchazan (oppervoorzanger) was in de hoofdsynagoge. Frieder gebruikte de naam Frieder vanaf 1916 als voornaam, hij werd geboren als Samuel Friedrich Peter.
Hoewel Frieder rechten wilde gaan studeren werd hij door twee bekende musici overtuigd om voor de muziek te kiezen en in 1920 promoveerde hij aan de Universiteit van München met een dissertatie over de componist Georg Abraham Schneider.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wilde Frieder de eer van zijn geboortegrond Duitsland verdedigen, maar omdat zijn familie twee generaties eerder uit het tsaristische Rusland gevlucht was, kreeg hij te horen dat hij een ‘binnenlandse vijand’ was en zijn inzet werd verboden. Enkele jaren later en miljoenen doden verder werd zijn broer wel geaccepteerd en sneuvelde voor de Heimat. Zijn dood liet een grote wond bij Frieder achter.
De opkomst van de grammofoonplatenindustrie gaf de carrière van Frieder een boost. Hij was tussen 1921 en 1933 huisdirigent van de platenlabels Parlephone en Odeon en werd op daarmee de verantwoordelijk dirigent van het merendeel van de klassieke platenopnames in Duitsland. In deze periode trouwde hij met de sopraan Meta Seinemeyer die kort daarna overleed aan leukemie. In 1934 werkte hij ook bij het Filharmonisch orkest in Berlijn. Frieder was een beroemd musicus, ondanks de titel van zijn biografie De vergeten maestro (Rainer Bunz, Der vergessene Maestro (2016)). Hij dirigeerde toporkesten in Berlijn, Amsterdam, New York en Buenos Aires.
Ook in Nederland was het talent van Frieder in 1934 bekend. De Apeldoornsche Courant van 2 april 1931 sprak over ‘den knappen dirigent dr. Frieder Weissmann’ in een serie over ‘grote dirigenten van de zwarte schijf’.

Al voor de machtsovername door Hitler in 1933 werd de situatie voor Joden in Duitsland steeds slechter en op 25 juni 1933 vluchtte Weissmann naar Nederland. De neutraliteit van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog gaf velen het idee dat Nederland veilig zou blijven, mocht er weer een oorlog uitbreken. Frieder zette zijn carrière voort bij het Concertgebouw en dirigeerde radio-uitzendingen van de AVRO.
Volgens het Bevolkingsregister Tijdelijk Verblijf van de gemeente Amsterdam kwam Frieder op 28 januari 1934 naar Amsterdam en op de Jan Luykenstraat 56boven wonen. Hij werd ingeschreven als ‘kapelmeester’. Hij verbleef niet lang in de hoofdstad, op 5 juni 1934 werd Frieder uitgeschreven naar Buenos Aires.
De familie in Duitsland ontkwam niet aan de nazi-terreur. Voor zijn vader werd de angst te groot en hij bezweek enkele maanden na de Kristallnacht (9/10 november 1938). Na zijn dood probeerde Frieder zijn moeder naar Amsterdam te halen, aanvankelijk tevergeefs. Uiteindelijk lukte het met hulp van Ankie van Wickevoort Crommelin, die contacten bij de regering had. Op 7 juni 1939 werd ze ingeschreven op de Milletstraat 58-2. Frieder dacht nog steeds dat Nederland neutraal zou blijven. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Frieder in Amerika en kon zijn moeder niet meer uit Amsterdam halen. Zijn moeder werd opgepakt en vermoord. Sylvia Willink zou later vertellen dat de oorlog een gat in zijn hart had gebrand.

Zijn tijd in Argentinië was volgens zijn eigen zeggen zijn mooiste tijd. Hij kreeg in 1935 het Argentijnse staatsburgerschap en huwde in 1937 met Rosita Chevallier-Boutell (Buenos Aires 1909). Vanaf dat jaar trad hij ook op in de Verenigde Staten.
In 1948 was Frieder voor het eerst weer in Nederland en dirigeerde voor het 25-jarig jubileum van de AVRO. In 1958 raakte Frieder bevriend met Sylvia Quiël, de latere echtgenote van Carel Willink. Er ontstond een diepe vriendschap tussen Sylvia en Frieder. Frieder stimuleerde Syliva om haar kunstzinnig instinct te volgen. ‘Heb de moed anders te zijn’, hield hij haar vaak voor. Toen Sylvia 21 was, lang voor het huwelijk tussen Sylvia en Carel Willink, werden Frieder en Sylvia geliefden.
Over de oorlog sprak Frieder niet, hij wilde niet te boek staan als een slachtoffer van de nazi’s. Echter, in elke hotelkamer waar hij verbleef maakte hij een klein altaartje, met daarop foto’s van zijn ouders en zijn broer en een map met hun laatste brieven. De laatste zin in een brief die moeder uit Westerbork schreef – en Frieder pas jaren later ontving – was: ‘Kein Hoffnung auf Wiedersehen’.

Na de dood van Rosita en een hartaanval ging het bergafwaarts met Frieder. Hij woonde in de Verenigde Staten en vereenzaamde. Sylvia en Carel haalden hem in 1980 naar Amsterdam. In die tijd woonde Frieder in een hotel, overleed na weer een zware hartaanval op 4 januari 1984 en werd begraven op Zorgvlied in het graf bij Carel Willink (Amsterdam, 7 maart 1900 – Amsterdam, 19 oktober 1983).
In 2020 legde Sylvia Willink – Quiël een Stolperstein voor Auguste Weismann – Löb op de Milletstraat 58-2, de moeder van Frieder, gevolgd door een Stolperstein voor Frieder in 2021.
bron:
Samuel Friedtich Peter Weissmann, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister tijdelijk verblijf, archiefnummer 5007, inventarisnummer 262.
Frieder Weissmann, Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Frieder_Weissmann (geraadpleegd 22 november 2025).
Augusta Weissmann Loeb, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130398207 (Augusta WEISSMANN LOEB).
Auguste Loeb, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 515.
BOEKEN. DE GRAMOPHOON-REVUE.. “Nieuwe Apeldoornsche courant”. Apeldoorn, 02-04-1931. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMCODA01:000156014:mpeg21:p006.
RADIO-PROGRAMMA Donderdag 29 Juni 1933. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 28-06-1933, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010535358:mpeg21:p010.
Dr. Frieder Weissmann aan boord van het s.s. „Orania” van de Kon. Holl. Lloyd. “De Telegraaf”. Amsterdam, 26-04-1934, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110572097:mpeg21:p005.
Bij Dr. Frieder Weissmann, “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 04-04-1935, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000582006:mpeg21:p00005.
Familiebericht. “NRC Handelsblad”. Rotterdam, 07-01-1984. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000027946:mpeg21:p008.
Joost Galema, Gedenksteen voor dirigent die in de kieren van de geschiedenis verdween, NRC (17/18 april 2021) A3.
illustratie:
Frieder Weissmann, Onbekende fotograaf, Publiek domien, via Wikimedia Commons.
RADIO-PROGRAMMA Donderdag 29 Juni 1933. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 28-06-1933, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010535358:mpeg21:p010.
Dr. Frieder Weissmann aan boord van het s.s. „Orania” van de Kon. Holl. Lloyd. “De Telegraaf”. Amsterdam, 26-04-1934, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110572097:mpeg21:p005.
Familiebericht. “NRC Handelsblad”. Rotterdam, 07-01-1984. Geraadpleegd op Delpher op 22-11-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000027946:mpeg21:p008.
Frieder en Sylvia, met vriendelijke toestemming van Sylvia Quiël (email 4 december 2025).
foto Frieder Weismann, © Sylvia Quiël, met vriendelijke toestemming (email 4 december 2025).
Carel Willink, Frieder Weissmann en Sylvia Quiël, met vriendelijke toestemming (email 4 december 2025).
gepubliceerd:
22 november 2025
laatst bijgewerkt:
22 november 2025