
Een van de ‘bekende’ beelden uit de Tweede Wereldoorlog in Nederland is de vondeling Remi, die in de crèche bij Henriette Pimentel kwam en daar het lievelingetje werd van de verpleegsters.
Maurits Gezang (Amsterdam, – Soest, zoon van Abraham Gezang (Amsterdam, – Sobibor, ) en Judith Matteman (Amsterdam, – Sobibor, ). Hij had nog twee broers en twee zussen, die de oorlog overleefden. Het gezin woonde eind jaren twintig in Bussum.
Op 28 augustus 1929 trouwde Maurits met Florence Goudeket (Amsterdam, – Sobibor, ). Florence was de dochter van Isaac Goudeket (Amsterdam, – Sobibor, ) en Catharina Spreekmeester (Amsterdam, – Sobibor, ) en zij hadden drie dochters, Rebecca Bloeme (6 augustus 1907 – 1995), Florence en Helena Elisabeth (Amsterdam, – Sobibor, ). Helena was kunstschilder. In het begin van de oorlog woont Helena bij haar ouders, en dat gezin woonde toen op Nicolaas Witsenkade 5hs (toenmalig pand werd afgebroken). Voor de oorlog turnde Maurits op een hoog niveau.
Maurits en Florence kregen twee zoons; Edward Bram (Amsterdam, – Zweden, ) en tijdens de oorlog, op 29 januari 1942, Koenraad Huib. Het gezin woonde toen in Den Haag-Kijkduin, op de Noordwijkschelaan 9.
Maurits zat al aan het begin van de oorlog in het verzet. Na de oorlog zou hij voor dit werk onderscheiden worden, hij werd Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Koenraad Huib, roepnaam Koentje werd door kennissen via een familielid van moeder te vondeling gelegd op de Duinwijckweg in Aerdenhout. Hierbij is noch de moeder, noch de vader van Koentje betrokken geweest. Koentje zat in een roze reiszak, had een roze gebreid jasje aan met een mutsje, een wollen luier en twee katoenen luiers en een wollen kamizool. Hij werd gevonden door een ambtenaar en bleef er kort wonen en hij werd Remi van Duinwijck genoemd.

Op 30 oktober 1942 bepaalde de Sicherheitspolizei dat Remi moest worden overgebracht naar de crèche op de Plantage Middenlaan. Remi zat van 30 oktober tot 14 april 1943 in de crèche en hij werd de lieveling van de verpleegsters en de aanwezige bezetter. Zijn diepblauwe ogen maakten hem een bekende baby. Hij kon daardoor niet in de onderduik gebracht worden, zoals met zeker 600 kinderen uit de creche wel is gedaan; het zou teveel opvallen.
Remi werd naar Westerbork gebracht, en hij werd door de dochter van de voorzitter van de Joodsche raad, Virry Cohen, op deze reis begeleid. Hij bleef in Westerbork tot 18 mei 1943, daarna werd hij naar Sobibor gedeporteerd en daar op 21 mei 1943 vermoord. Hij was 1 jaar en 4 maanden oud.
Maurits overleefde de oorlog, net zoals zoon Edward.
bron:
joodsmonument.nl,
verzetsmuseum.org,
plantage-weesperbuurtkrant 2009 01,
verschillende stambomen,
joodsamsterdam.nl tijdlijn,
jhm.nl,
Joods biografisch woordenboek met vriendelijke dank voor de correcties aan Edward Gezang, Zweden.
illustraties:
Plantage Middenlaan 31. Zuigelingen Inrichting en Kinderhuis, ten tijde van de opening, 29 december 1924. Foto. Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto-afdrukken. OSIM00001004334.
gepubliceerd:
1 mei 2016
Laatste aanpassing:
26 januari 2026