Hemonylaan 22

Het pand op Hemonylaan 22 werd in 1884 gebouwd door timmerman Nicolaas van der Linden aan het laatste stuk van de Zaagmolensloot, toen de Hemonykade geheten. Hij deed dat in opdracht van zijn stiefzoon Gerardus Franciscus Franken (1859 – 1908) en Charles Straub die vervolgens tot 1901 in het bovenhuis woonde. In 1915 verkocht Straub het pand aan de Joodse procuratiehouder Harmannus Michael van Rijn (Veendam, – Auschwitz, ) die er vervolgens tot zijn gedwongen verhuizing tijdens de bezetting woonde met zijn vrouw Jansje Speijer (Amsterdam, – Auschwitz, ) en hun kinderen Henri Jacob (Amsterdam, – Dachau, ) en Jacob (Amsterdam, – Sobibor, ). 

© joodsamsterdam

Jansje Speijer was de schoonzus van architect Harry Elte. In 1922 kreeg Elte de opdracht om het pand ingrijpend te verbouwen. Jansje was de dochter van Hartog Speijer (Amsterdam, 28 december 1864 – Amsterdam, 28 januari 1922) en Eva van Kamerik (Amsterdam, 8 maart 1867 – Amsterdam, 23 augustus 1931).
In 1916/1917 bouwde Elte voor Speijer het bedrijfspand Achtergracht 17-19 voor zijn groothandel in sponzen en zeemleer. Voor Eva en Hartog werd door Elte het grafmonument op de begraafplaats Muiderberg ontworpen.

Na de oorlog werd een broer van Hermannus, Jacob van Rijn (Veendam, 28 augustus 1882 – Amsterdam, 15 december 1967), eigenaar van het pand en in mei 1948 betrok hij het samen met zijn echtgenote Toni Weinberg (Treisa, Duitsland, 4 juli 1894 – Amersfoort, 28 augustus 1966) de benedenverdieping. Na het overlijden van Toni vertrekt Jacob en gaat naar het Raphaëlplein 34. 

Er woonden voor en in het begin van de bezetting nog meer Joodse bewoners in dit pand. Op de bovenverdieping woonde koopman Leendert Abraham Bronkhorst (Amsterdam, – Sobibor, ) met zijn vrouw Saphia Italiaander (Amsterdam, – Bergen-Belsen, ). Hun zoon Abraham (Amsterdam, ) overleefde de oorlog.

Het pand
Het pand op Hemonylaan 22 is een woonhuis met een beneden- en bovenverdieping op rechthoekige plattegrond met een uitbouw aan de linkerzijde tegen de achtergevel. Het pand bestaat uit souterrain, bel-etage, eerste- en tweede verdieping en een zolderverdieping. De gevel is opgetrokken in baksteen, met natuursteen voor de plintbedekking, de stoep, de waterlijst op de eerste verdieping en de vensterbanken van de tweede verdieping. Bij de verbouwing in 1922 werd de keuken van het souterrain verplaatst naar de bel-etage en vergroot. De glas-in-loodpanelen in de bovenlichten van de begane grond zijn vermoedelijk tijdens deze verbouwing aangebracht; de glas-in-lood bovenlichten van de tweede verdieping zijn vanwege hun motieven waarschijnlijk rond 1901 aangebracht. 

Het interieur
Vanwege overeenkomsten met twee andere panden, Honthorststraat 36 en van Eeghenstraat 163, ook verbouwd door Harry Elte, is het vermoeden dat het interieur van dit pand eveneens van de hand van Elte in samenwerking met de Joodse meubel- en stoffeerder Reens is. 

Gemeentelijk monument
Vanwege interieur en het pand zelf is deze woning in 2026 op de Gemeentelijke Monumentenlijst geplaatst

 

 

bron:
Jacob van Rijn, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1775.
Toni Weinberg, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1942.
Gemeente Amsterdam, Commissie Aanwijzing Monumenten, Adviesaanvraag aanwijzing Hemonylaan 22, 22 september 1925.
Het Cuypers Genootschap, Aanvraag aanwijzing Hemonylaan 22 tot gemeentelijk Monument, 29 augustus 1924.
Met dank aan H. Bouma (email 19 juni 2026)

illustratie:
© joodsamsterdam.nl, 2026

gepubliceerd:
25 juni 2026

laatst bijgewerkt:
25 juni 2026