het gezin Mok – Copernicusstraat 31

door Machiel Keestra

Op het adres Copernicusstraat 31-boven woonde tot aan de oorlog de familie Mok: Rosette Mok- Katoen, vader Izaak Mok en hun twee dochters Esther en Fic (Sophia), en ook Esthers echtgenoot Frederik Goedhart. Zij waren de eerste bewoners van het nieuw opgeleverde huis in de jaren 1930. Rosette was geboren op 20 mei 1872 in Amsterdam, Izaak op 18 september 1872 in Haarlem. Zij trouwden op 31 oktober 1901 en kregen vervolgens drie dochters. Naast Esther (1904-1992) en Fic (1909-1992) hadden zij nog als oudste dochter Johanna Mok – Aussen (1903-1943), waarover hieronder meer.
Rosette Katoen kwam uit een gezin dat woonde op de Plantage Middenlaan 25.
Izaak Mok kwam uit een groot gezin dat woonde op de Rapenburgerstraat 69, daarna op Mauritskade 7 en 13. Later verhuisde hij met zijn gezin naar de Sarphatistraat – althans Fic vertelde aan haar ‘kleinkinderen’ (achterneven/nicht) dat zij op schoot bij haar moeder de nachtelijke mobilisatie in de Oranje-Nassaukazerne ten gevolge vaN de Eerste Wereldoorlog zag plaatsvinden.

Rosette en Isaak Mok. Familiearchief familie Keestra
Dochters Esther, Johanna en (zittend) Fic Mok op het platte dak van de Copernicusstraat 31.

Rosette had volgens overlevering een succesvol naaiatelier voor de beau monde in de Plantage
Middenlaan tot aan haar huwelijk met Izaak. De vader van Izaak, Joseph Mok, was volgens overlevering portier bij een Talmoedschool in de Plantage-buurt – wellicht zelfs de Plantage Middenlaan. Mogelijk hebben Izaak en Rosette elkaar dus daar in de buurt ontmoet.
Izaak was diamantslijper, die in financiële problemen kwam tijdens de crisis, zoals velen van zijn collega’s. Wellicht verklaart dat ook dat zij met hun drie dochters gezamenlijk in het nieuwe ruime bovenhuis in de Copernicusstraat 31 hun intrek namen.

Dochter Johanna Mok trouwde in 1937 met Maurits Aussen, waarop zij samen Waalstraat 37-i betrokken. De overige familieleden bleven achter in de Copernicusstraat – Esther en Fic woonden daar tot aan hun overlijden in 1992.
In 1941 werd nog het 40-jarig huwelijk van Rosette en Izaak gevierd, met onder andere een ‘Compote Copernique’.

Tijdens de oorlog dook alleen rond 1942 Fic onder, die als alleenstaande Joodse vrouw gevaar liep om opgepakt te worden.
Esther had een kinderloos huwelijk met een Indonesisch-Nederlandse man, wat haar daarvoor behoed heeft – ook al is zij kortstondig gearresteerd geweest, waarop haar man haar heeft weten los te krijgen bij de politie.

Opa Izaak en kleinzoon Rob in de Copernicusstraat.
Fred, Esther, Rob en Zusje. 17 augustus 1947
Fic, Esther, Rob en Zusje, 17 augustus 1947.

Na de oorlog zijn de kinderen van Johanna en Maurits, Rob en ‘Zusje’ als pleegkinderen opgevoed door hun tante Esther. Na hun (deels afzonderlijke) onderduiktijd kwamen zij dan ook te wonen in de Copernicusstr tot zij het huis verlieten.

 

 

 

 

bron:
artikel Machiel Keestra, met vriendelijke toestemming (email 26 mei 2026)

illustratie:
familiearchief familie Keestra

gepubliceerd:
26 mei 2026

laatst bijgewerkt:
26 mei 2026