Hotel Stad Elberfeld

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. De Oudezijds Achterburgwal gezien in noordelijke richting vanaf de Paulusbroedersluis (Brug 215) bij de Oude Hoogstraat. Rechts de nummers 143, 141, 139 en lager (v.r.n.l.). In het verschiet de Stoofbrug (Brug 214). 1900. Collectie Stadsarchief Amsterdam: stereofoto’s, bewerkt. ANWT00404000001. Rechts is Hotel Eberfeld te zien, ingang Oudezijds Achterburgwal.

door Frans Duivis

In de Bethaniënstraat huidig nummer 4 was sinds circa 1750 een van de bekendste logementen van Amsterdam gevestigd: Logement Hotel Stad Elberfeld. Het was een ontmoetingsplaats van uit Duitsland afkomstige (handels)reizigers van diverse pluimage en vooral veel (pseudo)doktoren met wondermiddelen. Dat er mogelijk een bord uithing met het stadswapen van Elberfeld, een stadje vlak bij Wuppertal, maakt aannemelijk dat de eerste logementhouder daaruit afkomstig was. De goede naam van het logement blijkt uit de vermelding in het ‘Algemeen Adresboek der Stad Amsterdam’ van 1821, als behorend tot de ‘Voornaamste Logementen’.  Op 18 juni 1849 verhuisde eigenaar Ignatius Bernardus Huvett de hoofdingang van het hotel naar Oudezijds Achterburgwal huidig nummer 141. De uitgangen aan de Bethaniënstraat op de huidige nummers 4A en 4B en de Bethaniëndwarsstraat 6 bleven gehandhaafd. 
 
In de crisistijd van de jaren dertig in Nederland en de opkomst van de nazi’s in Duitsland liep het aantal Duitse gasten drastisch terug en kwam er andere klandizie. Zo organiseerde de Maranatha Bijbelschool in 1934 op nummer 141 onder andere bijbelcursussen. Maandag 1 november 1937 werd het hotel echter onder de oude naam heropend. 
 
Na de inval in mei 1940 betrokken Duitse militairen Hotel Stad Elberfeld. Het werd het uitgangspunt van menige razzia in de Bethaniën- en Nieuwmarktbuurt. In de oorlogsjaren verschenen in tal van kranten advertenties van het hotel voor goedkope logies.
Rudolph Luppens Propping, leider van de fascistische organisatie N.S.N.A.P. (Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij) Oord Amsterdam, was van 1939 tot het einde van de oorlog een der bewoners van het hotel. Op 5 september 1944 – Dolle Dinsdag – was hij spoorloos verdwenen. Hij werd gearresteerd in Straatsburg op 15 augustus 1945 en overgebracht naar concentratiekamp Vught op 23 september 1945. Hij werd voorwaardelijk buiten vervolging gesteld op 27 juni 1946, maar beperkt in een aantal rechten.
 
Na de bevrijding namen de Canadezen hun intrek in het hotel, van waaruit zij hulp aan de getroffen bewoners van de binnenstad trachtten te geven. De Stichting Volksherstel Amsterdam richtte een aantal repatriëringshuizen in, waaronder Hotel Stad Elberfeld. Hier kon men ook om inlichtingen vragen naar verdwenen familieleden. Opmerkelijk genoeg kreeg Luppens Propping op de Oudezeijds Achterburgwal de leiding…
 
In juli 1946 ging de inventaris van het hotel onder de hamer van veilingmeester-taxateur Chr.J. Bolle. Het grote pand aan de Oudezijds Achterburgwal, met nog steeds de verbindingen naar de Bethaniënstraat 4A en 4B en Bethaniëndwarsstraat 6, werd een bedrijfsverzamelgebouw met de naam Industriegebouw. Talrijke confectie- en textielbedrijven vonden er onderdak. Ook het actiecomité tegen de sloop van de Bethaniën- en Nieuwmarktbuurt had er eind jaren zestig een plek. Tot op de dag van vandaag biedt het Industriegebouw onderdak aan tal van grotere en kleinere bedrijven en organisaties.
 
 
 
 
illustratie:
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. De Oudezijds Achterburgwal gezien in noordelijke richting vanaf de Paulusbroedersluis (Brug 215) bij de Oude Hoogstraat. Rechts de nummers 143, 141, 139 en lager (v.r.n.l.). In het verschiet de Stoofbrug (Brug 214). 1900. Collectie Stadsarchief Amsterdam: stereofoto’s, bewerkt. ANWT00404000001. Rechts is Hotel Eberfeld te zien, ingang Oudezijds Achterburgwal.
 
gepubliceerd:
24 juli 2026
 
laatst bijgewerkt:
24 juli 2026