Rabbijn Joël Joseph Vredenburg, (Amsterdam, 24 juli 1866 – Amsterdam, 16 maart 1943) volgde zijn opleiding aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium, alwaar hij ook leraar zou worden.
Joël was gehuwd met Esther Bamberger (Frankfort, 2 oktober 1874 – Arnhem, 12 mei 1939) en zij hadden een zoon Izak (Amsterdam, – Sobibor, ) en een dochter Josine Sientje (Amsterdam, 22 december 1912 – Jeruzalem, 4 januari 2000).
Joël woonde volgens een archiefkaart bij het Stadsarchief Amsterdam op 2 maart 1942 op het Weesperplein 1 (Joodsche Invalide). Eerder woonde Joël op de Nieuwe Hoogstraat 9, Muiderstraat 27-2 en het Jonas Daniël Meijerplein 17boven.
Joël was een goed student en was 24 jaar oud toen bij het kandidaatsexamen in de klassieke letteren aflegde. Hij had toen een kandidaats van een van de erkende universiteiten op zak en dat was een voorwaarde om het rabbijnsexamen aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium af te leggen. In 1891 legde hij het moree-examen (hoogste joodse rabbijnengraad) af, waarna hij tot directeur werd benoemd van de Godsdienst-Armenschool, leraar werd aan het Beth Hamidrasj en leraar-consulent van Talmud Tora in Amsterdam. Daarnaast was hij voorzitter van de examencommissie voor godsdienstonderwijzers en theologen.
In 1904 werd Vredenburg benoemd tot rabbijn van de Amsterdamse hoofdsynagoge, de installatei was op 17 mei van dat jaar. Sinds de dood van opperrabbijn dr. J. H. Dünner (1911) nam hij met A. S. Onderwijzer de functie van Opperrabbijn van Noord-Holland waar. Onderwijzer werd in 1917 tot opvolger van Dünner gepromoveerd. Vredenburg verhuisde toen naar de mediene, de provincie, om daar opperrabbijn te worden. In mei 1918 werd hij in Arnhem geïnstalleerd als opperrabbijn van Gelderland. Hij bekleedde deze functie tot zijn pensionering in 1941, waarna Abraham Salomon Levisson zijn opvolger werd.
Joël Vredenburg was gehuwd met Esther Bamberger (Frankfurt am Main, – Arnhem, ). Het echtpaar had een zoon Izak (Amsterdam, – Sobibor, ), die net als zijn vader rabbijn was. Hij werd met zijn vrouw Ganna Hirsch (Zwolle, – Sobibor, ), de dochter van de Zwolse opperrabbijn Samuel Juda Simon Hirsch (Amsterdam, – Zwolle, ) en Betty Wormser (Karlsruhe, – Sobibor, ) in Sobibór vermoord.
Josine Sientje noemde zich later Shifra. Zij was gehuwd met Joseph d’Ancona (Den Haag, 27 augustus 1911 – Bergen-Belsen, 22 februari 1945), rabbijn bij de Portugees-Israëlitische gemeente en historicus. Zij woonden in het begin van de bezetting op de Nieuwe Herengracht 5hs in Amsterdam.
Door de functie van Joseph had het gezin een Sperre, waardoor ze ‘bis auf Weiteres’ van deportatie waren uitgesloten. Ze werden op 26 mei 1943 in Westerbork geregistreerd. Josine was toen zwanger en beviel in Westerbork op 8 september 1943 van hun zoon Joël Joseph. Joël Joseph kwam op 6 maart 1944 in Bergen-Belsen om.
In mei 1948 maakte Josine Sientje Alija (emigreerde naar Israël).
Joël Vredenburg overleed op 76-jarige leeftijd in Amsterdam en werd in Arnhem begraven op het Joodse gedeelte van de begraafplaats Moscowa. Volgens sommige bronnen zou hij in De Joodsche Invalide overleden zijn, maar dit berust met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op een misverstand
bron:
Joel Vredenburg, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 881.
Nieuwe Hoogstraat 9, Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen, archiefnummer 5416, inventarisnummer 77.
Muiderstraat / Meijerplein, Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen, archiefnummer 5416, inventarisnummer 230.
josine Sientje Vredenburg, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 881.
Joseph d’Ancona, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130251725 (Joseph D’ ANCONA).
Installatie, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen. 6 mei 1904. Geraadpleegd op Delpher op 05-02-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005415019:00001.
gepubliceerd:
5 februari 2026
laatst bijgewerkt:
6 februari 2026