Kampersteiger

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank / Nuss, A.J. (1843-1919). Damrak met de Kampersteiger die verbonden is met de achterzijde van de Warmoesstraat. Uitgever: A.J. Nuss, Amsterdam. Uitgave N.V. A.J. Nuss, Amsterdam. 1910. PBKD00312000054.

door Frans Duivis

De Kampersteiger is de oude naam voor het deel van de Prins Hendrikkade dat loopt van de kop van de Zeedijk tot de Nieuwe Brug (brug 303) over het Damrak, evenwijdig aan de Nieuwe Brugsteeg. Het deel voor de Sint Nicolaasbasiliek heette de Oude Teertuinen, het deel over de Nieuwe Brug langs het Victoriahotel naar het Singel heette de Texelse Kade.
De Kampersteiger was een levendig stuk Amsterdam: van hier vertrokken veel beurtvaarten met passagiers en pakketpost naar Purmerend, Edam, Velsen, maar ook naar Kampen, Lemmer, enzovoort.
Op de Kampersteiger 10 stond van 1618 tot 1878 het Gebouw Zeeregt, het latere Stadswaterkantoor, waar de Havenmeester met zijn assistenten zetelde. Zij hielden toezicht op het vaarverkeer in het overvolle water van IJ en Damrak. Bekende logementen op de Kampersteiger waren Het Wapen van Stockholm, De Oude/Groote Zwaan en het Lemmer Veerhuis. Verder waren er verschillende winkels en woonden er Joodse families. Voor het gebouw Zeeregt was vanaf 1873 een halte van de Amsterdamsche omnibus-maatschappij. In 1879 werden de namen van het hele stuk van het Singel tot aan de Buitenkant veranderd in Prins Hendrikkade, maar nog lang werden beide namen door elkaar gebruikt. Kampersteiger 1 staat in diverse boeken van het Stadsarchief onder het adres Prins Hendrikkade 49.

Kampersteiger 1 – gezin Fränkel
Robert Fränkel (Zwolle, 17 juni 1856 – Amsterdam, 29 september 1895) staat volgens het Bevolkingsregister 1874 – 1893 hier van 15 juli 1878 tot november 1878 ingeschreven als woonachtig. Hij was van beroep reiziger/koopman. Robert trouwde op 29 juli 1885 in Amsterdam met Alida Cohen (Amsterdam, 7 september 1864 – Sobibor, 23 april 1943). Ze kregen twee kinderen: Jacob (Zwolle, 12 januari 1887) en Henriëtte (Zwolle, 20 juni 1888 – Zwolle, 18 maart 1889). Robert is de broer van Sigismund die in hetzelfde pand een Magazijn in lederwaren had. Hun ouders zijn in de loop van de negentiende eeuw verhuisd van Polen naar Zwolle, waar een deel van het gezin van twaalf kinderen is geboren.

Kampersteiger 1 – Rozetta de Leeuw
Rozetta de Leeuw (Zutphen, 8 mei 1826 – 24 mei 1901), woonde als hoofd van het gezin op Kampersteiger 1 ofwel Prins Hendrikkade 49 van september 1877 tot mei 1880. Zij was in 1851 in Zutphen getrouwd met Salomo Keyzer (Kampen, 18 januari 1824 – Delft, 25 februari 1868). Salomo had letteren en rechten gestudeerd in Leiden en werd hoogleraar aan de Indische Instelling in Delft. Hij was een van de eerste Joodse hoogleraren in Nederland. Op zijn naam staan onder andere een vertaling van de Koran en diverse handboeken, waaronder een betreffende Mohammedaans recht.
Rozetta en Salomo kregen zes kinderen, allen in Delft geboren: Catharina Geertruida, Maria Francisca Rozetta, Herman Jacob, Elisabeth Sara, Mattheus Johannes en Theodorus Jacobus. Op de Kampersteiger 1 woonden ook Rozetta’s moeder Marianne Snoek (Delft, 25 juni 1795) en haar broer Sadok de Leeuw (Zutphen, 1 januari 1819).

Kampersteiger 5 – Benjamin Ezechiëls
Van 1878 tot 1880 woonde hier de hulponderwijzer Benjamin Ezechiëls (Paramaribo, 6 augustus 1856 – 10 augustus 1936).

Kampersteiger 5 – gezin Hartog de Vries
Hartog de Vries (Amsterdam, 10 oktober 1846 – Amsterdam, 29 maart 1916) had hier blijkens een advertentie in het Algemeen Handelsblad van 27 mei 1875 een ‘Magazijn van galanterieën en Kramerijen’. Hartog trouwde op 28 mei 1874 in Amsterdam met Hester de Vries (Amsterdam, 28 juni 1840 – Amsterdam, 6 oktober 1880). Met haar kreeg hij vijf kinderen: Keetje, Jozef, Jacob, Beletje en Aron. Keetje en Aron overleefden als enigen de Sjoa, de andere drie kwamen om.
Het gezin De Vries woonde van mei 1875 tot december 1878 op Kampersteiger 5. Na het overlijden van Hester trouwde Hartog op 15 december 1882 in Amsterdam met de veertien jaar jongere Elisabeth Würtz (Amsterdam 9 januari 1860 – Amsterdam 31 mei 1915). Ze was dienstbode en woonde geruime tijd op Kampersteiger 5. Verwarrend is dat zij in verschillende registers wordt omschreven als Nederlands Hervormd dan wel Nederlands Israëlitisch. Hartog en Elisabeth kregen nog acht kinderen: Henri David, Eva Hartog, Mozes, Naatje, Michel, Rebecca, Bernard en Eva. De overlijdensdatum van Henri David is onbekend, Mozes overleed in 1924 in Amsterdam. De overigen zijn allen vermoord in de kampen.

Kampersteiger 5 – dienstboden
De hierna genoemde vijf vrouwen staan in het Bevolkingsregister van 1874  -1893 bij elkaar vermeld. Zij werkten allemaal rond 1878 als dienstbode, worden niet vermeld als gehuwd en woonden op Kampersteiger 5/Prins Hendrikkade 53. Hun datum en plaats van overlijden worden evenmin vermeld.
Rachel Wijnperle (Delft, 11 oktober 1845), Roosje de Leeuw (Almelo, 30 september 1858), Jennij Berlijn (Middelharnis, 29 oktober 1858), Grietje Fontein (Katwijk, 9 december 1853), Henriette Wijnberg (Utrecht, 7 december 1850).

Kampersteiger 6 – Saartje Knegje
Saartje Knegje (Norg, 8 oktober 1851 – Amsterdam, 18 juli 1928) had als koloniste in Veenhuizen gewoond. Zij woonde op Kampersteiger 6/Prins Hendrikkade 54 en trouwde op 19 mei 1875 in Amsterdam met de Evangelisch Lutherse Johan Friedrich Nees (Amsterdam, 29 december 1840 -Rotterdam, 1 januari 1889). Hij was kok van beroep. Vanwege hun verschillende geloven kreeg het stel pas krap twee weken vóór het huwelijk op 7 mei 1875 toestemming. Zij kregen een zoon George Philip. Op 5 december 1889 trouwde Saartje in Amsterdam met Hermanus Hendrik Numan (Amsterdam, 19 augustus 1857 – Amsterdam, 6 juni 1940), die Nederlands-hervormd was. Hij werkte als letterzetter bij de Stadsdrukkerij.

Kampersteiger 8 – Juda Joseph de Vries
Juda Joseph de Vries (Amsterdam, 1 oktober 1841), van beroep koopman, woonde van mei 1872 tot mei 1876 op Kampersteiger 8/Prins Hendrikkade 56. Op 14 februari 1877 trouwde hij in Amsterdam met Wilhelmine Ernestine Carolina Carstens (Hamburg, 29 maart 1849). Het huwelijk bleef kinderloos.

 

 

bron:
Hartog de Vries, Advertentie. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 27-05-1875, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 09-01-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010097200:mpeg21:p007.

Illustratie:
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank / Nuss, A.J. (1843-1919). Damrak met de Kampersteiger die verbonden is met de achterzijde van de Warmoesstraat. Uitgever: A.J. Nuss, Amsterdam. Uitgave N.V. A. J. Nuss, Amsterdam. 1910. PBKD00312000054.
Fränkel, Advertentie. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 22-01-1878, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 30-01-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010101905:mpeg21:p003.

gepubliceerd:
1 februari 2026

laatst bijgewerkt:
1 februari 2026