
Lion Simons (Den Haag, 1 augustus 1862 – Den Haag, 11 juni 1932) werd bekend als Leo Simons en woonde een tijd in Amsterdam, onder andere op Prinsengracht 341 (vanaf 30 oktober 1885) en Keizersgracht 547 (vanaf juni 1888, ingeschreven als letterkundig journalist).
Leo was een zoon van Mozes Simons en Kaatje de Sterke. Het was een gezin met acht kinderen; naast Leo Engeltje (Den Haag, 21 maart 1858 – Den Haag, 5 februari 1926), David (Den Haag, 3 november 1860 – Den Haag, 3 september 1930), Abraham (Den Haag, – Den Haag, ), Philip (Den Haag, – Amsterdam, ), Simon (Den Haag, – Amsterdam, ), Esther (Den Haag, 2 februari 1874 – Den Haag, 10 augustus 1931) en Carolina (Den Haag, – De Meern, ).
Opleiding
Hij ging in Den Haag naar de HBS op het Bleyenburg in dezelfde periode als de latere schrijvers Louis Couperus en Frans Netscher. Leraar Nederlands dr. Jan ten Brink had een grote invloed op Simons. Ten Brink was de man die voor de belangstelling voor taal- en letterkunde zorgde bij Leo en hij liet hem kennis maken met het werk van Vondel. De liefde voor het boek ontstond in de HBS-tijd, evenals de liefde voor toneel en beeldende kunst. Van 1881 – 1884 studeerde Leo aan de Universiteit van Leiden voor de akte M. O. Nederlands. In 1886 kreeg hij een aanstelling in Amsterdam, een jaar later stopt Leo met lesgeven. Van 1885 tot 1893 was Leo Amsterdams kunstverslaggever voor de Oprechte Haarlemmer Courant, van 1885 – 1890 redacteur van Het Tooneel en hij gaf lessen aan toneelschool.
Huwelijk
Via het toneel kwam Leo in contact met Josine Adriana Mees (Rotterdam, 26 juni 1863 – Den Haag, 11 maart 1948), telg uit de Rotterdamse bankiersfamilie Mees. Josine schreef toneelstukken wat in die tijd ‘not done’ was voor een vrouw uit een gegoed milieu. In 1893 verloofden ze zich en na de scheiding van dr. Jacob Brown trouwden ze in 1894. Vlak na de verloving was Leo al naar Engeland getrokken en kreeg een betrekking bij de uitgeverij Henry & Co. Na het huwelijk ging het paar wonen op Holley-Lodge in Bromley, Kent en dankzij het vermogen van Josine werd Leo mede-eigenaar van de uitgeverij.
Engeland
In 1897 was Leo medeoprichter van Hollandia, een weekblad voor Nederlanders in den vreemde. Als uitgever richtte Leo zich op het ‘schone boek’, maar ook voor het goedkope boek en brede verspreiding onder een groot publiek. In die periode begonnen de conflicten rond de Boeren in Zuid-Afrika in Engeland een rol te spelen. Leo Simons sympathiseerde met de Boeren, hetgeen hem niet populair maakte en zorgde dat hij zich steeds minder thuis ging voelen. Eind 1899 keerden Josine en Leo naar Nederland terug.
Amsterdam
Ze vestigden zich in Amsterdam. Josine schreef toneelstukken, Leo werkte in de journalistiek en in 1904 werd hij op persoonlijke titel lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Van 1905 tot 1911 was hij lid van de raad voor de Vrijzinnig-Democratische Bond, een progressief-liberale partij. Hij bedankte als raadslid vanwege zijn werkzaamheden voor de Wereldbibliotheek.
Eerder, in 1900, gingen Leo en Josine wonen in Villa Parckwyk op de Van Eeghenstraat 90, een huis gebouwd door Simons door Berlage. De villa werd in 1913 afgebroken en herbouwd in Bilthoven.
Uitgeverij De Wereldbibliotheek
In 1904 sprak Simons tijdens het Nederlandsch en Taalkundig Congres in Deventer over zijn ambitie om een uitgeverij op te richten in dienst van de democratisering van het boek. Hij wilde ‘goedkoope boeken van een veelomvattende verscheidenheid’ publiceren als ‘een hulpmiddel ter verdere volksontwikkeling’. Hij wist door zijn overredingskracht velen te bewegen om aandelen te kopen en toen er een startkapitaal van ƒ 40.000,- bijeen was gebracht richtte hij in 1905 de ‘Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur’, later werd deze bekend onder de naam ‘De Wereldbibliotheek’. De eerste publicatie werd ‘Sara Burgerhart’ van Elisabeth Wolff en Aagje Deken. Het boek was al in de handel, maar Leo kon het aanbieden voor ƒ 0,40 en het boek beleefde herdruk na herdruk. In 1930 waren er al 32.000 exemplaren van verkocht.
Simons kwam met een groot aantal series tegen lage prijzen, dit tegen de zin van uitgevers en handelaren in. Enkele boekhandelaren boycotte publicaties van De Wereldbibliotheek. De onderneming ging door en bij het vijfentwintig jarig bestaan kon men bogen op 968 titels en 4.929.700 uitgegeven boeken. Simons heeft een grote invloed gehad in de liefde voor boeken van veel Nederlanders. Simons zorgde niet alleen goed voor zijn lezers, Simons stond erop de auteurs zo goed mogelijk te betalen, in tegenstelling tot veel uitgeverijen.
Lange tijd was de Wereldbibliotheek gevestigd op de Admiraal De Ruijterweg 545-547. De uitgeverij Wereldbibliotheek bestaat nog steeds (2026).
Erkenning
Een grote erkenning voor zijn werk kreeg Leo Simons op 25 april 1932, toen hij een eredoctoraat in de letteren en wijsbegeerte ontving van de Universiteit van Amsterdam. Dit vanwege zijn buitengewone verdienste zowel ten opzichte van de Nederlandse Letteren als van de Vondel-studie en de dramaturgie; niet minder om zijn ijveren voor de verspreiding der Nederlandse Letteren.
Op 11 juni 1932, twee maanden later, overleed Leo Simons. Hij werd begraven op Oud Eik en Duinen.
Antisemitisme
Tijdens zijn leven werd Leo verschillende keren geconfronteerd met antisemitisme. De dichter J. C. Bloem noemde Leo in een brief aan P. N. van Eyck een ‘ongunstige Israëliet’ en in een volgende brief aan Van Eyck van 26 november 1917 een ‘sale métèque’, een vuige buitenlander, een zeer grove belediging. Bloem had in die tijd connecties met de Franse conservatieve beweging Action Française.
bron:
Lion Simons, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1822.
Lion Simons, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2054.vanaf juni 1888.
Wim J. Simons, Leo Simons, een gedreven Nederlander, Neerlandia. Jaargang 87. Jan De Graeve, Gent / Geert Groothoff (Den Haag 1983) 105-110.
Leo Simons, wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Leo_Simons (geraadpleegd 15 maart 2026).
Vrijzinnig-Democratische Bond, Peter Hofland, Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814 – 1941 (Amsterdam 1998)
met dank aan H. Wals (email 1 april 2026)
illustratie:
De directie en het bestuur der Wereldbibliotheek hielden zaterdag jl. (24 mei 1930) een receptie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. Zittend v.l.n.r. Mr. W. A. Mees. Dr. P. Endt, mevrouw Simons – Mees, L. Simons, Ed. Polak, mevrouw Endt – Goedkoop, jhr. Dr. Nico van Suchtelen, mevr. Van Suchtelen. Staande v. l. n. r.: Siegfried de Leeuw, Leo Frenkel, 1. R. A. Schouten, J. C. Winterink, Joh. Jasper, C. R. de Klerk. 25 JAAR WERELDBIBLIOTHEEK. “Nieuwe Utrechtsche courant”. Utrecht, 26-05-1930, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 15-03-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUTRA04:253385055:mpeg21:p00005.
gepubliceerd:
15 maart 2026
laatst bijgewerkt:
1 april 2026