
Ze werd in 1879 de eerste directrice van het Nederlands Israëlitisch Meisjesweeshuis Ma’asiem Toviem Megadle Jethomoth aan de Rapenburgerstraat 171 in Amsterdam. Marianne Zeehandelaar (Leidschendam, 28 september 1835 – Amsterdam, 5 maart 1914) was de tweede van tien kinderen van Joseph Israël Zeehandelaar en Johanna van Vollenhoven. Marianne woonde op adressen als de Rapenburgerstraat 171 en na haar vertrek bij het weeshuis op de Sarphatistraat 131.
Van Marianne zijn er ook andere functies bekend. In 1869 was ze lid van een commissie van zeven leden die de directie van een weldadigheidsloterij die vanuit de Vereeniging tot Bevordering van Ambachten onder de Israëlieten te ’s Hage werd georganiseerd.
25-jarig jubileum
Bij de viering van 25-jarig jubileum op 9 mei 1904 werd er uitgebreid stilgestaan bij Marianne in het Onafhankelijk Israëlitisch Orgaan voor Nederland. Zo werd er opgetekend: ‘Moeder Zeehandelaar. Moeder! Het is bijna het eerste woord dat het kind stamelt, indien het maar even klanken tot één woord in staat is samen te voegen. En wanneer nu enige jaren later aan moeder en kind hun steun, man en vader, door den onverbiddelijke dood ontrukt wordt, dan is het kind de enige troost der zoo jong verlaten moeder, en tracht de moeder op haar beurt haar kind, zeer dikwijls niet het enige, zoo veel mogelijk dit verlies te doen door haar liefde en toewijding. die liefde en toewijding baten zeer dikwijls niet, omdat de moeder, door drukkende zorgen, ja zelfs door broodsgebrek gekweld, niet in staat is haar kind, dat jeugdig weesmeisje, op den duur te voeden en van de nodige kleertjes te voorzien. Daar komt een gelukkig toeval haar ter hulpe…. het kind wordt in het nooit volprezen Nederlandsch Israëlitisch Meisjesweeshuis in de Rapenburgerstraat opgenomen. Maar wat nu? Kan zij, die niet de moeder, doch slechts de opvoedster en de verzorgster van het kind is, dat kind dezelfde liefde toedragen als de ware moeder? En kan het kind hetzelfde gevoelen voor een het geheel vreemde vrouw, die niet door de tedere banden van liefde aan deze verknocht kan zijn?
Maandag 9 mei 1904 werd het jubileum van Marianne Zeehandelaar gevierd. Zij heeft onweerlegbaar bewezen, dat dit inderdaad wel het geval kan zijn. Het hangt alleen slechts hiervan af, hoe zulk een moeder-voogdes haar edele en hoogst verantwoordelijke taak opvat, om die zodanig te vervullen, dat het kind van dat het bijna het weeshuis betreedt, totdat het op 18-jarige leeftijd dit gesticht weer verlaat, met zo grote liefde aan haar gehecht is, dat het haar inderdaad als een ‘moeder’- in den volste zin des woords beschouwde. En op dien naam nu heeft mejuffrouw Marianne Zeehandelaar, directrice van het Nederlandsch Israëlitisch Meisjesweeshuis alhier, ten volle aanspraak.
En dit bleek dan ook zo duidelijk mogelijk, maandag jl. bij de herdenking van haar 25-jarige functie van directrice, alhoewel op hoogst hartelijke wijze gevierd. De voorzitter van Regenten en Regentessen, de heer B. L. Gompertz, sprak de jubilaresse. binnengeleid in de zeer rijk met bloemen versierde bestuurskamer, op de hartelijkste wijze toe. Vooral legde hij er de nadruk op, dat mejuffrouw Zeehandelaar zich gedurende een kwart eeuw niet alleen van de moeilijke taak om wezen te verplegen en op te voeden op bijzonder loffelijke wijze heeft gekweten, maar dat ook door haar toedoen het Gesticht veler belangstelling heeft ondervonden, zodat het bestuur in staat werd in staat gesteld het aantal verpleegden uit te breiden. Als blijk van erkenning van deze grote verdiensten boden Regenten en Regentessen haar een schrijftafel aan, terwijl spreker tevens mededeelde, dat het bestuur had besloten haar, als zij de tijd gekomen mocht achten, haar taak neer te leggen, de thans genoten jaarwedde levenslang uit te keren.
Verder voerde het woord de geneeskundige van het Gesticht, dr. A. Souget, die met bijzondere lof gewaagde van de goede zorgen der directrice in het belang van de gezondheid der kinderen, zodat ziektegevallen in het Gesticht zeer zelden zijn en in jaren van epidemieën in Amsterdam onder de kinderen, het Weeshuis steeds verschoond is gebleven. 65 weesmeisjes en een overgroot aantal oud-verpleegden benevens het onderwijzend en verder personeel, wachtten daarna de directrice in de grote eetzaal op. Met een feest cantate door de wezen op uitstekende wijze onder piano-begeleiding van mej. E. Vas-Nunes, hoofd der bijzondere school voor lager onderwijs in het het Gesticht gezongen, werd de directrice begroet en voorts met prachtige geurige bloemen rijk begiftigd. Indrukwekkend was het toen hierop een der oudste verpleegden namens de wezen, mejuffrouw Zeehandelaar met een flinke toespraak een tegel in lijst, voorstellende het Geslicht, en een door de andere meisjes keurig bewerkte kussen aanbood, terwijl een der oud-verpleegden, mej. De Jager, de hulde der „zusters” aan aller „moeder” bracht. Nadat nog het hoofd der godsdienstschool, de heer A. van Creveld Mzn., diens voorganger, de grijze heer M. Hirschel en D. Vas Nunes, het voormalig hoofd der school van het Gesticht, het woord hadden gevoerd, sprak de jubilaresse, diep geroerd, aan allen haar dank uit. Eere aan mejuffrouw M. Zeehandelaar! Dem Verdienste seine Krone! Dit heeft ook H. M. de Koningin begrepen, door mejuffrouw Zeehandelaar te benoemen tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Wij kunnen dit verslag niet eindigen zonder ook een enkel woord slechts te spreken over den geachten Voorzitter, den heer B. L. Gompertz. Is mejuffrouw Zeehandelaar een Moeder voor de Wezen, de heer Gompertz mag stellig, door zijn niet mindere zorgen en grote toewijding, als de Vader dier vaderloze kinderen worden aangemerkt. Hij leeft als ware het voor de ook hem toevertrouwde verpleegden en bijna elke dag zijn zijn schreden naar dit lievelingsgebouw gericht om zich steeds persoonlijk op de hoogte te stellen omtrent de goede gang van alles de wezen betreffend. Wensen wij mejuffrouw Zeehandelaar nog een zeer lang leven in ongestoorde gezondheid, om in het belang van de wezen hun verzorgster en opvoedster te blijven, omtrent de heer Gompertz koesteren wij de hoop, dat zijn humane handelwijze tegenover de aan zijn zorgen toevertrouwde weezen, krachtig gesteund door zijn mede regenten en de damesregentessen, door den Almachtige verhaald moge worden op zijn kinderen, zegen, geluk en voorspoed tot in het verste nageslacht hun deel blijve!
Marianne Zeehandelaar overleed op de Sarphatistraat 131 en werd begraven op de Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg te Den Haag.
bron:
Weldadigheidsloterij, Weekblad voor Israëlieten. 8 januari 1869. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005597026:00001.
Verslag jubileum, Onafhankelijk Israëlitisch orgaan voor Nederland. 12 mei 1904. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005606047:00001.
Marianne Zeehandelaar, “Tilburgsche courant”. Tilburg, 22-03-1914, p. 138. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010246990:mpeg21:p006.
Leidschendam, Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen, archiefnummer 5416, inventarisnummer 238.
Adres, Stadsarchief Amsterdam, Bijzondere registers, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2541.
Begrafenis, Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen. 13 maart 1914. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA15:005419114:00001.
Familiebericht. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 07-03-1914, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010655577:mpeg21:p004.
illustratie:
Marianne Zeehandelaar, “Tilburgsche courant”. Tilburg, 22-03-1914, p. 138. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010246990:mpeg21:p006.
Familiebericht. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 07-03-1914, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 06-12-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010655577:mpeg21:p004.
gepubliceerd:
6 december 2025
laatst bijgewerkt:
6 december 2025