Nieuwe Kerkstraat 44

In De Jonge Gids schreef L. M. Hermans in 1898 een artikel over de Amsterdamse stegen en sloppen. Over deze steeg schreef hij het volgende: ‘In de Nieuwe Kerkstraat is op No. 44 een gang, die 1 Meter 90 cM. hoog bij 88 cM. breed is. Deze gang is ongeveer 10 Meter lang en geeft toegang tot een paar huisjes waarvan de huurprijs een gulden per week is.

De toestand van deze huisjes is, in aanmerking nemende de ellende die ik reeds gezien heb, niet zoo vreeselijk, maar deze huisjes hebben geen achteruit en bij brand is ontkomen zoo goed als onmogelijk. Op den hoek van dit slop bevindt zich een huis behoorende aan den heer Matthijsen, die het bewoont en de bovenwoningen, alsmede den kelder verhuurt. In dezen kelder is de toestand schandelijk.

Een schoenmaker met zijn gezin bewoont dezen kelder en is, omdat hij in de buurt zijn klanten, heeft, wel gedwongen er te blijven. De man heeft zijn werkplaats voor, en achter is de huiskamer. Wanneer het regent loopt het hemelwater in het woonvertrek en de stukjes zeil, die den grond bedekken, verrotten van de nattigheid. 
In het huis heeft men een doorloopend privaat, waarvan de pijp in het voorvertrek van den kelder uitkomt. Daar deze pijp vol barsten en scheuren is stroomt bijwijlen het strontwater over den keldervloer en is de stank er onverdragelijk. Zooveel malen als de bewoners van het privaat gebruik maken, zooveel malen ontvangen de kelderbewoners er hun deel van. De herhaalde klachten van de vrouw werken niets uit, omdat de edelmoedige huisheer weet, dat de man, ter wille van zijn brood, genoodzaakt is te blijven.

Ik ben twee minuten in dit vertrek en reeds is mijn borst beklemd en hijg ik naar lucht, naar frissche lucht, die hier niet te vinden is, want de hoogte is 1 M. 90 cM. Dikwerf is de stank zoo walgelijk, dat de bewoners hun middagmaal niet kunnen gebruiken en zij neiging tot braken gevoelen. Overal zijn in de muren, vooral in de nabijheid der provisiekast, groote gaten te zien, door ratten en muizen veroorzaakt, die zich door geen stank laten terugschrikken, om hun voedsel te zoeken.

De huurprijs van dit kwalijkriekend hol is twee gulden vijftig cent per week.

 

bron:
L. M. Hermans, De tehuizen van de Amsterdamsche Proletariers, De jonge gids jaargang 2 1898-1899. 1898. Geraadpleegd op Delpher op 27-06-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB26:000244001:00001.

gepubliceerd:
27 juni 2026

laatst bijgewerkt:
27 juli 2026