Nochem de Beneditty (Amsterdam, – Auschwitz, ) werd in Amsterdam geboren als zoon van Abraham de Beneditty en Rosalie de Groot. Hij werd rechter van beroep en was lid van het bestuur van de Joodsche Raad. Nochem huwde in 1921 met Esther Spinoza Catella Jussurun – ook gespeld als Jessurun – (Amsterdam, – Auschwitz, ). Rond 1928 woonden Esther en Nochem op de Weteringschans 48, in het begin van de bezetting woonden zij op de Rubensstraat 84hs.
Nochem ging rechten studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In december 1905 legde hij met goed gevolg het kandidaats-examen af. Vervolgens werd Nochem in 1910 tot doctor in de rechtswetenschappen op het proefschrift ‘Ouderlijke macht en kinderbescherming’. In datzelfde jaar kwam De Beneditty voor in de krant waar hij de curator was bij een faillissement. Hij werd plaatsvervanger-kantonrechter, waarvoor hij medio 1921 eervol ontslag werd verleend. In juni 1924 werd Nochem benoemd tot rechter bij de arrondissementsrechtbank in Amsterdam.
Op 3 december 1916 stuurde De Beneditty een ingezonden stuk naar het Centraal blad voor Israëlieten in Nederland. Dat ging over de vraag of er een Joodse Bijzondere school moest komen of dat Joodse kinderen naar het openbaar onderwijs zouden moeten. De Beneditty was voorstander van het openbaar onderwijs en stelde dat die opleiding kon zorgen voor gelijke kansen. De Joodse scholen zouden belemmerend werken op de ontplooiingsmogelijkheden.
In 1920 blijkt Nochem secretaris te zijn van Misgab Hajeled, een organisatie die toen gezinnen in het gehele land zocht om pupillen in hun huis op te nemen. Zijn betrokkenheid bij de zorg om kinderen blijkt ook uit een reden die hij op 19 september 1920 hield bij de jaarvergadering van de Maatschappij tot Nut van Israëlieten in Nederland over de zorg voor wezen.
De Beneditty was ook actief voor de dierenbescherming, zo blijkt uit een artikel uit juni 1924, en op 13 augustus van dat jaar werd hij bestuurslid van de Vereeniging Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht in Nederland. Rond 1928 was Nochem voorzitter van het Portugees Israëlitisch Jongensweeshuis ‘Aby Jethomim’ en hij zat in het kerkbestuur van het Portugees-Israëlitische kerkgenootschap.
Commissie
In 1933 werd er een commissie opgericht, bestaande uit leden van zowel het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap als het Portugees-Israëlitische gemeente, die stappen moest zetten om de toestand rond de (gevluchte) Joden uit Duitsland te verbeteren – waar Hitler was verkozen – en het opkomende antisemitisme het hoofd te bieden. De Beneditty was een van de leden, naast voorzitter A. Asscher (Voorzitter van de Centrale Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlandsch Israëlietisch Kerkgenootschap Amsterdam) S. van den Bergh Jr. (lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal), Prof. Mr. A. C. Josephus Jitta (Hoogleraar der Technische Hogeschool te Delft), Mr. L. E. Visser (Vicepresident van de Hoge Raad der Nederlanden), Prof. Dr. D. Cohen (Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam), Mr. B. E. Asscher (Oud-voorzitter van de Centrale Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlandsch Israëlietisch Kerkgenootschap), Mr. Eduard Belinfante (Advocaat en Procureur), Mr. N. de Beneditty (Rechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, ondervoorzitter van de Hoofdcommissie voor de zaken van het Portugeesch-Israëlietisch Kerkgenootschap), E. Boekman (Wethouder van Amsterdam), Dr. D. M. Levy (Lid der Centrale Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlands Israëlietisch Kerkgenootschap), M. Lobstein, (Lid der Centrale Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlands Israëlietisch Kerkgenootschap), A. J. Mendes da Costa (Secretaris van de Hoofdcommissie voor de Zaken van het Portugeesch-Israëlietisch Kerkgenootschap), A. S. Onderwijzer (Voorzitter van de Vergadering van Opperrabbijnen in Nederland), Prof. Dr. J. L. Palache (Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam), Dr. H. Polak (Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal), Mr. A. Prins (lid van de Permanente Commissie uit de Centrale Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlandsch-Israëlietisch Kerkgenootschap), Dr. A. van Raalte (Vicevoorzitter van de Vereniging Israël), A. Sanders (ondervoorzitter der Centrale Commissie tot de Algemeene Zaken van het Nederlandsch-Israëlietisch Kerkgenootschap), A. Simons Mzn. (lid der Centrale Commissie tot de Algemeene Zaken van het Nederlandsch-Israëlietisch Kerkgenootschap), Dr. I. H. J. Vos (lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Voorzitter van de Nederlandse Afdeling van het Algemeen Israëlietisch Verbond), Dr. D. M. Sluys, (Secretaris van de Centrale Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlandsch-Israëlietisch Kerkgenootschap).
De commissieleden behoorden tot de bestuurlijke elite van Nederland en een deel van hen zou in 1941 bij de Joodsche Raad betrokken worden.
Oorlog
In februari 1941 werd de Joodsche Raad gevormd. Dit gebeurde in opdracht van de bezetter en de indruk werd gewekt dat deze raad grotere problemen kon voorkomen. Leden van de raad behoorden tot vooraanstaande Joodse bestuurders. Hun bestuurlijke kwaliteiten moesten tot vertrouwen leiden onder de Joodse bevolking. Nochem de Beneditty werd een van de leden. Veel van de bestuursleden zaten eerder in de kort na het begin van de bezetting opgerichte Joodsche Coördinatie Commissie en bij de hierboven genoemde in 1933 opgerichte commissie. Werken bij de raad, of lidmaatschap van de raad, betekende dat men een Sperre kreeg. Deze Sperre zorgde ervoor dat men ‘bis auf Weiteres (tot nader order) niet op transport ging. Naarmate de deportaties vorderden, en de Joodse bevolking steeds meer ‘verdween’, werd de raad ingekrompen totdat in het najaar van 1944 voorzitters Asscher en Cohen gedeporteerd werden. Nochem en Esther de Beneditty werden in februari 1944 gedeporteerd. Eerder, tijdens de bezetting, nam Nochem een bijzonder initiatief:
Aktie Portugesia
In 1492 werd er door de Reyes Catholicos – de katholieke koningen Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon het Verdrijvingsedict uitgevaardigd. De Joden in het Spaanse Rijk kregen de keus om zich katholiek te laten dopen of om te vertrekken. Degenen die zich lieten dopen werden ‘Nieuw Christenen’ genoemd. Tijdens de bezetting zou dit van belang worden.
Het verhaal was namelijk dat in de zestiende een deel van deze families zich met de oudchristelijke aristocratie hadden vermengd. Omdat de Nieuw Christenen niet vertrouwd werden in het Spaanse Rijk vertrokken ze rond 1600 naar Amsterdam. Dat was toen een opkomende handelsstad met relatieve godsdienstvrijheid – Amsterdam was in 1578 overgegaan naar het protestantisme. In Amsterdam gingen de gedoopte Joden terug naar het Jodendom. Maar…zo was de redenering tijdens de bezetting, omdat hun zestiende-eeuwse voorouders zich hadden vermengd met oudchristelijke aristocratie, hadden zij bij hun aankomst nog maar weinig Joods bloed, en dat gold ook voor hun nakomelingen. Doordat ze in de eeuwen na 1600 veel in eigen kring trouwden, vermengden ze zich niet met de Asjkenazim (Hoogduitse Joden). De redenering die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt was dat ze zowel als ‘ras’, als qua geloof, niet tot het Jodendom behoorden en het derhalve niet juist was om ze als Jood te registreren.
Een Duitse ambtenaar, Hans Georg Calmeyer, moest beslissen hoe valide deze redenering was. Dat gebeurde met uitgebreide stambomen. Deze stambomen werden uitgezocht, en in juli 1941 besloot Calmeyer om voor twee Joodse families, die niet meer actief het Joodse geloof aanhingen, de status te wijzigen van Joods naar ‘arisch’. Zij zouden geen last meer hebben van de vervolgingen. Al snel raakte dit besluit bekend onder de Sefardische gemeenschap. Er was dus een mogelijkheid om van de gehate ‘J’ in het persoonsbewijs af te komen. Hoewel velen wel actief de religie aanhingen was hun afkomst nauwelijks anders dan van de twee families. Tientallen Joden gingen in het Amsterdamse stadsarchief aan de slag om de stambomen uit te zoeken. Calmeyer werd overstelpt met bezwaarschriften en verzoeken tot statuswijziging.
Nochem de Beneditty kwam met het plan om de reddingsoperatie voor de ca. 4500 Joden als collectief op te zetten. Er werd een advocatencollectief opgezet die deze ‘Aktie Portugesia’ vorm moest geven. Er kwam een historisch rapport en fysisch antropoloog Arie de Froe (Arnhem, 7 januari 1907 – Amsterdam, 30 oktober 1992) werd ingeschakeld. Hij onderzocht 375 Portugese Joden naar hun fysische kenmerken. Hij identificeerde 32 lichaamskenmerken die bij de Sefardim aanwezig zouden zijn, vergeleek dit met de Asjkenazim en kwam tot de conclusie dat de Sefardim niet als Joden beschouwd mochten worden, maar bij het ‘west mediterrane’ ras behoorden. Daarnaast kwam er een fotoalbum over welgestelde en geciviliseerde Portugese Joden uit het verleden en vroeg en kreeg men steunbetuigingen van deutschfreundliche hoogleraren.
Er kwam een Sperrliste, en deze lijst hield bijna twee jaar stand. In de nacht van 1 op 2 februari 1944 werden de Joden van de Portugezenlijst in een razzia opgehaald en naar Westerbork gestuurd. Door Berlijnse rassenkundige was vastgesteld dat er goede punten waren maar men eeuwenlang als Jood had geleefd. In Westerbork ging een commissie van drie nazi’s over het lot van deze groep beslissen. Men liet de Portugezen in een aparte barak rondparaderen en de conclusie was dat men er toch wel erg Joods uitzag. Drie dagen later werd men op de trein gezet, de ‘Aktie Portugesia’ leek voor niets te zijn geweest. Het overgrote deel werd vermoord in de gaskamers.
Nochem en Esther werden op 2 februari 1944 in Westerbork geregistreerd, ook zij stonden op de Portugezenlijst. Ze werden gehuisvest in Barak 72 en werden op 25 februari 1944 gedeporteerd naar Theresienstadt.
bron:
Nochem de Beneditty, kaart Joodsche Raad, Arolsen Archives, 130257350 (Nochem DE BENEDITTY).
Jaap Cohen, Wij zijn geen Joden, Geschiedenis Magazine, nummer 3 (april-mei 2015).
Nochem de Beneditty, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 50.
Beneditty, “De nieuwe courant”. ‘s-Gravenhage, 13-12-1905, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB15:000753178:mpeg21:p00006.
Ouderlijke Macht, “Het nieuws van den dag : kleine courant”. Amsterdam, 09-03-1910, p. 15. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010108329:mpeg21:p015.
FAILLISSEMENTEN.. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 01-04-1910, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010546722:mpeg21:p007.
De Beneditty, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-10-1930, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858638:mpeg21:p008.
Ingezonden Stukken.. “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 08-12-1916, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000569101:mpeg21:p00006.
Misgab Hajeled, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 09-07-1920, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859791:mpeg21:p004.
Maatschappij tot Nut van Israelieten in Nederland.. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 24-09-1920, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010859802:mpeg21:p006.
Esther Spinoza Catella Jussurun, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 768.
BENOEMING EN ONTSLAG.. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 08-07-1921, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 10-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874011:mpeg21:p002.
Benoeming, “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 27-06-1924, p. 9. Geraadpleegd op Delpher op 10-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000583069:mpeg21:p00009.
bestuurslid Portugees-Israëlitische Gemeente, “Centraal blad voor Israëlieten in Nederland”. Amsterdam, 03-07-1931, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 10-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000586018:mpeg21:p00007.
illustratie:
Beneditty, “De nieuwe courant”. ‘s-Gravenhage, 13-12-1905, p. 6. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB15:000753178:mpeg21:p00006.
De Beneditty, “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 10-10-1930, p. 8. Geraadpleegd op Delpher op 09-06-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010858638:mpeg21:p008.
gepubliceerd:
10 juni 2025
laatst bijgewerkt:
10 juni 2025