Politiebureau Jonas Daniël Meijerplein 1 – 3

Het politiebureau op het Jonas Daniel Meijerplein 1-3 was een politiebureau dat middenin de meest Joodse buurt van Amsterdam lag. De plek van het bureau was rechts naast de Mozes en Aäronkerk (wanneer men ervoor staat met het gezin naar de kerk), ongeveer boven op de locatie waar tegenwoordig tramrails het plein doorkruisen. Sinds 1968 heet het plein het Mr. Visserplein. Dit huidige plein, met de zwaar detonerende mintgroene bogen, is een affront voor dit gebied met een zo bijzondere historische waarde.

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank, Waterlooplein gezien naar de Mozes en Aäronkerk. Simons, Gebr. 1892 – 1898. 010005000538. Politiebureau enkele panden rechts naast de Mozes en Aaronkerk.

Het politiebureau en de panden ernaast werden in 1967 gesloten en in 1968 gesloopt ten behoeve van de ingang tot de IJtunnel via de sterk verbrede Valkenburgerstraat. De verkeerswegen werden er aangelegd, zelfs met een tunnel onder het plein voor het doorgaande verkeer Weesperstraat – Valkenburgerstraat.  Bureau Meijerplein was verleden tijd en het bureau was er bijna 100 jaar gevestigd geweest. In 1868 werd het complex van architect B. de Greef met naast een politiebureau ook een armenschool en een gebouw voor het anatomisch-fysiologisch laboratorium. Tussen 1868 en juni 1967 bewaarde het bureau de rust en orde in dit bijzondere stukje Amsterdam – ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

By Rijksmuseum – http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.321645, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=84185793.

1887
Een rol kregen  de agenten van het het politiebureau in 1887. Er kwamen een paar zaken samen. In februari werd de zeventigste verjaardag van Koning Willem III gevierd. Het Huis van Oranje was altijd zeer populair bij een groot deel van de Joodse bevolking. Al in de tijd van de Stadhouders namen de Oranjes een beschermende rol aan voor de Joodse bevolking. Dit was niet geheel een altruïstische houding van de Stadhouders, de Joodse elite verschafte meermaals flinke leningen voor grote activiteiten van de Stadhouders. 
Er kwam nog een ingrediënt bij de viering van de zeventigste verjaardag; het socialisme kwam op en deze beweging werd gehaat door Willem III. De leider van de socialisten, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, was in januari 1887 naar de gevangenis gestuurd en het leidde ook tot spanningen in de stad. Met name in de arme Jordaan, met uitzondering van de Willemstraat, waren de socialisten populair. Nog meer olie kwam er op het vuur nadat het boekje Uit het leven van Koning Gorilla – de bijnaam van Willem III – verscheen. De zaken die het boekje verkochten werden door de Oranjeklanten belegerd.

Op 22 februari richtte de agressie zich op café De Leeuw van Waterloo van Piet Penning op het Waterlooplein, een van de zeer weinige socialisten in de Jodenhoek van dat moment. Willemstraters en de eerste socialistische Jodenhoekers trokken naar het café, Penning kreeg er lucht van en zorgde voor een aantal medestanders. Caféruiten werden ingeslagen en de politie verdedigde het etablissement met de blanke sabel. Er ontstond een gevecht in het café en uiteindelijk herstelde de politie de rust.

1910
16 mei 1910 was de eerste werkdag van de 22-jarige inspecteur Hendrik Voordewind op het bureau Meijerplein. Voordewind had een goede opleiding gehad. Hij was volgestampt met kennis over wetten en regels maar al snel werd hem duidelijk dat hij daar in de Jodenhoek bitter weinig aan had. Veel meer had hij aan zijn collega, brigadier Haak. Haak was evenwichtig, kalm en bezadigd en had een groot aanzien onder de Joodse bevolking. Hij leerde Voordewind hoe om te gaan met de luidruchtige buurtbewoners, zowel op straat als voor de balie. Wanneer men de juiste toon wist te treffen dan voegde de buurtbewoners zich naar de wetten en regels. 

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. Markt op het Waterlooplein. Op de achtergrond de huizen aan de noordzijde ter hoogte van nummer 11. Rombouts, Johannes Eliza (1843-1913). 1900. OSIM00013000002.

Het was doorgaans niet met de politie waar de buurtbewoners mee overhoop lagen. Het waren meer onderlinge geschillen en ruzies, en familievetes. In de armoedige wijk kwamen grote inbraken zelden voor. Het waren de onontwarbare familievetes waar de tijd op bureau Meijerplein aan besteed moest worden samen met de vele personen die bewusteloos het bureau werden ingedragen wanneer men in de hitte en de drukte op de Waterlooplein onwel geworden was. 

Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. Razzia op joden op het Jonas Daniël Meijerplein. Afdruk van een reproductienegatief. 22 februari 1941. AANA04223000001.

Februari 1941
De eerste maanden van de bezetting verliepen in relatieve rust. In februari 1941 veranderde dat. Er kwamen vechtpartijen tussen Joodse buurtbewoners en de WA. Betrokkenen werden verhoord op het politiebureau Meijerplein en opvallend waren de verslagen: ze waren zo opgesteld dat de Joodse buurtbewoners toevallige passanten leken en er was geen belastend materiaal voor de bezetter. 
Voor de serie De Bezetting, op de televisie van 1960 – 1965, interviewde historicus Loe de Jong twee personeelsleden van bureau Meijerplein. Augustus Cammaert (Hontenisse, 30 december 1911 – Haarlem, 5 juni 1990) was inspecteur. Hij vertelde dat hij er een enorme hoop SD’ers en Grüne Polizei zag die overal Joden uit hun huizen haalden. Hele rijen met Jodenmannen werden op hun knieën gesmeten en geslagen of moesten op hun buik gaan liggen met de handen voor hen uitgestrekt. Ze werden geslagen en de honden werden ingezet om ze te bijten. Cammaert kon niets doen.
Willem Klaassens (Groningen, 15 april 1887 – Amsterdam, 19 oktober 1981) was agent van politie en was in staat om wel wat te doen. Hij zag dat Joden uit het Tip Top Theater werden gehaald. Deze mensen werden naar de Lazarussteeg gedreven. Ze werden losgelaten, de mensen liepen naar het Waterlooplein waar ze opnieuw werden opgepakt en dan werden ze getransporteerd naar het Meijerplein. Klaassens en zijn collega’s konden de deur opendoen in de Lazarussteeg en zo konden mensen schuilen in het bureau. 

Bovenstaande stukken zijn bewerkingen van artikelen uit Ons Amsterdam uit 2017. Maar het bureau, zo middenin de Jodenhoek, heeft meer te vertellen:

Isaac Tobias Philips
Isaac Tobias Philips (Amsterdam, 28 september 1793 – Amsterdam, 13 januari 1872) wordt genoemd als commissaris voor de oostelijke binnenstad. Ten tijde van de opening van dit bureau, 1868, was Philip wel met pensioen, hij was toen al 75 jaar oud. Zijn overlijdensadvertentie geeft ook aan dat hij niet meer actief was. Philips had een bijzondere carrière. Hij was begonnen als apotheker en had was lid van het Nederlandsch-Israëlietisch Armbestuur.

Eduard W. van Raalte
Eduard Willem van Raalte (Amsterdam, 27 november 1842 – Amsterdam, 30 mei 1907) volgde Philip in 1878 als commissaris op. Eduard woonde op adressen als de Nieuwezijds Voorburgwal 256 , Kalverstraat 49, Rokin 57 en de Herengracht 281. Vermoedelijk was Eduard niet gehuwd. Tot zijn taken in deze Joodse buurt hoorde ook het toezien op de ordelijke bouw en afbraak van loofhutten tijdens Soekot (Loofhuttenfeest) en de verbranding van chomets op straat vlak voor Pesach. 

Cornelis van Asperen
Cornelis van Asperen (Amersfoort, 21 augustus 1866 – Laren, Gelderland, 19 maart 1929) was in tegenstelling tot Philips en Van Raalte niet Joods. Hij werd een geliefd commissaris in deze buurt en volgde Van Raalte op na zijn dood. Hij stond bekend als benaderbaar en als politieman vierde hij in 1924 zijn dertigjarig jubileum. Hoe geliefd hij was in de Jodenhoek blijkt uit de samenstelling van het feestcomité. Dde opperrabijnen van de Portugese en de Hoogduitse gemeenten, de socialisten-leider Henri Polak en rabbijn Meijer de Hond zaten in dit comité. 

Het bureau
De Jodenhoek had een heel eigen karakter. Het was een arme buurt en dat gaf een reflectie in de zaken die door het bureau werden behandeld. Geweldsmisdrijven waren zeldzaam; maar wel was er een grote stroom aan gestolen fietsen. Ook burenruzies kwamen veel voor alsmede personen die hun roes op het bureau moesten uitslapen. Een bijzondere zaak was op 19 februari 1937 toen er een lijk gevonden werd in de Nieuwe Keizersgracht. “Verm. Israelitische, oud plm. 60 jaar.” vermeldde het rapport. Dr. Zeehandelaar onderzocht het stoffelijk overschot in het Binnengasthuis – er waren geen sporen van geweld. Later op die dag werd de vrouw geïdentificeerd als de 71-jarige Rebecca Cohen Paraira (Amsterdam, 7 december 1865), de echtgenote van Levie Sajet (Amsterdam, – Auschwitz, ) en moeder van tien kinderen. Rebecca werd op de Joodse begraafplaats in Diemen begraven.

Marcus Werkheim was gehuwd met Sara de Boer (Amsterdam, – Auschwitz, ) en zij hadden zeven kinderen; Marianne (Amsterdam, – Auschwitz, ), Louis (Amsterdam, – Auschwitz, ), Mietje (Amsterdam, – Auschwitz, ), Clara (Amsterdam, – Auschwitz, ), Mozes (Amsterdam, – Auschwitz, ), Hanny (Amsterdam, – Auschwitz, ) en David (Amsterdam, – Auschwitz, ).

Na de capitulatie van Nederland in mei 1940 was er in eerste instantie nog weinig te merken in de stad. Dat veranderde in februari 1941. Op het bureau werden aangiftes gedaan van de ‘activiteiten’ van de WA (Weerbaarheids Afdeling), de knokploeg van de NSB. Zo deed mattenmaker Marcus Werkheim (Amsterdam, – Auschwitz, ), Lange Houtstraat 67-3, aangifte van diefstal en opzettelijke vernieling gepleegd door een achttal hem onbekende personen, onder wie enkele Duitse militairen. Zijn radio en klok waren meegenomen. 

Al vanaf 1934 zetelde de hoofdcommissaris niet meer op bureau Muiderplein, maar op bureau Singel. De hoofdinspecteur van bureau Muiderplein tijdens het begin van de bezetting was Pieter André Kater die kort na de Februaristaking gearresteerd werd op verdenking van ‘Judenfreundlichkeit’. Hij zat ruim een maand vast en kwam op 3 april 1941 weer vrij. 

Pieter André Kater
Over Pieter Kater (Loenen, 20 januari 1885 – 1959) is nog iets bijzonder te vertellen. Hij hield dagboeken bij en deze dagboeken werden niet lang geleden teruggevonden in zijn geboortehuis in Loenen aan de Vecht. De dagboeken beslaan de periode tussen 1914 en 1928. Hij spoorde de dader van de moord op Sonja Beugeltas op en wist hem ook tot een bekentenis te dwingen.
Het archief van Pieter is online te zien via het Stadsarchief Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

bron:
Meer over bureau Meijerplein, aflevering 1. Oranjefurie 1887 in Ons Amsterdam, 1 juni 2017.
Meer over Bureau Meijerplein, afl. 2: inspecteur Voordewind vertelt (1910-1911) in Ons Amsterdam, 2 juni 2017.
Meer over bureau Meijerplein, afl. 3: februari 1941 in Ons Amsterdam, 3 juni 2017.
Willem Klaassens, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1553.
Augustus Cammaert, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 149.
Isaac Tobias Philips, Familiebericht. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 19-01-1872, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 31-08-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873644:mpeg21:p004.
De Jodenhoek door politie-ogen, Ons Amsterdam, 1 juni 1972.
Eduard Willem van Raalte, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1864-1874, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1052.
Eduard Willem van Raalte, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1864-1874, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1045.
Eduard Willem van Raalte, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2099.
Cornelis van Asperen, Stadsarchief Amsterdam, Pensioenkaarten, archiefnummer 5175, inventarisnummer 1958.
Rebecca Paraira, Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen, archiefnummer 5416, inventarisnummer 202.
Marcus Wertheim, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 914.
Pieter Andre Kater, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 413.
Pieter Andre Kater; Edward Deiters, Pleintjesgasten en broodoproer, Personeelsblad politie, juni 2017.

Illustratie:
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank, Waterlooplein gezien naar de Mozes en Aäronkerk. Simons, Gebr. 1892 – 1898. 010005000538. Politiebureau enkele panden rechts naast de Mozes en Aaronkerk.
Koning Gorilla, Rijksmuseum – http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.321645, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=84185793.
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. Markt op het Waterlooplein. Op de achtergrond de huizen aan de noordzijde ter hoogte van nummer 11. Rombouts, Johannes Eliza (1843-1913). 1900. OSIM00013000002.
Stadsarchief Amsterdam, beeldbank. Razzia op joden op het Jonas Daniël Meijerplein. Afdruk van een reproductienegatief. 22 februari 1941. AANA04223000001.
Isaac Tobias Philips, Familiebericht. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 19-01-1872, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 31-08-2026, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873644:mpeg21:p004.

gepubliceerd:
5 september 2026

laatst bijgewerkt:
5 spetember 2026