Uiteindelijk vertrok Soesman Engelsman uit Amsterdam. Hij liet de jaren van sappelen achter zich, een situatie waar hij zich nooit bij had neergelegd. Hij bracht zijn gezin naar een nieuwe toekomst. Wat is het verhaal achter Soesman Engelsman, een persoon die in de mist van de geschiedenis verdween?
In het Stadsarchief van Amsterdam is een behoorlijk aantal vermeldingen te vinden in de archieven van de Burgerlijke Stand. Een ‘behoorlijk aantal’ duidt maar al te vaak op veelvuldig verhuizen. Dat werd doorgaans ingegeven door armoede; de huur niet kunnen opbrengen van de woning of gebruik makend van de aanbieding om de eerste maand of periode ergens geen huur te hoeven betalen.
Soesman werd geboren op 13 april 1879 in Amsterdam als zoon van diamantslijper Isaäc Engelsman (Amsterdam, 12 mei 1851 – Amsterdam, 18 december 1918) en Betje Polak (Amsterdam, 19 februari 1855 – Amsterdam, 14 oktober 1918). Soesman woonde in zijn jeugd onder andere op het Waterlooplein 23, Nieuwe Achtergracht 47, Mauritskade 10 en de Blasiusstraat 98-1. In het gezin van Betje en Isaäc waren er zeven kinderen.
Soesman trouwde op 29 september 1905 met Hanna Eijsman (Den Bosch, 17 februari 1882), dochter van Hartog Eijsman (Rotterdam, 18 maart 1839 – Osnabrück, 2 augustus 1889) en Ester Kloots (Amsterdam, 24 april 1849 – Amsterdam, 18 november 1926). Ze stichtten een gezin; op 8 april 1908 werd hun zoon Arthur geboren in Amsterdam, op 11 augustus 1909 hun dochter Elisabeth in Den Helder. Dochter Esther werd in 1920 geboren in New York en daarna volgde er nog een dochter Rhoda, eveneens geboren in de Verenigde Staten.
Soesman had een groot aantal beroepen. Op 29 september 1905 werd hij geregistreerd als winkelier in sigaren. In die periode woonde hij met Hanna op de Nieuwendijk 26hs. Op 30 maart 1906 werden Hanna en Soesman uitgeschreven naar Antwerpen. Binnen drie maanden woonden ze echter in Meppel. Soesman past zijn beroep aan en werd ingeschreven als kelner. In 1908 verhuizen ze naar Den Helder. Waarschijnlijk kwamen ze daarna terug naar Amsterdam om zich in 1911 weer in Den Helder te vestigen. In september 1912 maakt het gezin een grote sprong in het onbekende. Ze emigreren naar Zuid Afrika en in augustus 1913 wonen ze in Kaapstad. Zuid Afrika bracht niet wat ze gehoopt hadden, ze keerden terug naar Amsterdam waar ze tussen juli 1914 en mei 1916 op de Sint Antoniesbreestraat 26hs woonden. Soesman en Hanna hadden er een ‘volks-drogisterij’. In augustus 1916 werd het gezin geregistreerd in Chicago. Soesman veranderde zijn voornaam toen in Charles.
De sporen van het gezin vervagen op het Amerikaanse continent. Soesman overlijdt, stokoud, in Pinellas County in maart 1970 in Florida. De gegevens over het overlijden van Hanna ontbreken. Zoon Arthur overlijdt op 8 mei 2008 in Pinellas County, net zoals zijn vader. Gegevens over Elisabeth ontbreken, evenals die van Esther en Rhoda.
Dat er een foto van Soesman is, is te danken aan het feit dat hij ooit veroordeeld is geweest. Een jeugdzonde, hij is op 21-jarige leeftijd betrapt op een diefstal en begon op 25 februari 1901 zijn gevangenisstraf die tot 2 juni 1901 duurde. Een gevangenisstraf van vier maanden was in die tijd niet lang, dus het vergrijp zal zijn meegevallen. Hij zat gevangen in Amsterdam.
bron:
Soesman Engelsman, Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen, archiefnummer 5416, inventarisnummer 158.
Soesman Engelsman, Stadsarchief Amsterdam, Veroordeelden, archiefnummer 5225, inventarisnummer 839.
illustratie:
Soesman Engelsman, Stadsarchief Amsterdam, Veroordeelden, archiefnummer 5225, inventarisnummer 839.
gepubliceerd:
30 augustus 2025
laatst bijgewerkt:
30 augustus 2025