het geslacht citroen

Het geslacht Citroen was een Amsterdams Joods geslacht. De “stamvader” van het geslacht, Roelof (1782 – 1814), handelde in groente en fruit en koos, bij de invoering van de Burgerljke Stand in 1811, de naam Limoen(e)man.
De volgende generatie vond deze achternaam maar niets, en de naam Citroen werd beter gevonden.
De kleinzoon van Roelof, Levie, was diamanthandelaar in Amsterdam en leerde in Warschau Masza Amelie Kleinman kennen. Ze trouwden en verhuisden in 1873 naar Parijs.
André Citroen werd daar als 5e kind geboren op de Rue Lafitte 44.
Vader Levie pleegde zelfmoord na een mislukte financiële speculatie in 1884, André was toen 6 jaar oud.
De onderwijzer van André vond de naam Citroen moeilijk uit te spreken en maakte er Citroën van.

Eiffeltoren
De bouw van de Eiffeltoren inspireerde André om ingenieur te worden. Hij werd een geniaal uitvinder en in 1906 werd hij aangesteld als directeur van Automobiles Mors.
Na de 1e Wereldoorlog begon hij een eigen autofabriek onder de naam Automobiles André Citroën SA, oftewel Citroën, de eerste jaren draaide deze fabriek uitzonderlijk goed.

Crisis
In 1934 ging het mis, de crisis en de levensstijl van André leidden tot een faillissement. De grootste schuldeisers waren de gebroeders Michelin, die de leiding van het bedrijf overnamen.
André overleed in 1935 aan maagkanker.

Erfenis
André heeft een aantal zaken geïntroduceerd en nagelaten, zoals geruisloze versnellingsbakken, zelfdragende carrosserie, zwangerschapsverlof, bedrijfsgezondheidsdienst, autoverhuur, autolease, autoverzekeringen, garantie bij nieuwe auto’s en het hypen van producten.

Oom
De oudste broer van de vader van André was Roelof Barend Baruch Citroen (Amsterdam, 27 sep 1832 – Beverwijk, 15 dec 1896), vernoemd naar de stamvader en zijn opa Roelof. Hij was juwelier en had een zaak in Den Haag en op de Kalverstraat 1. Dit bedrijf werd later Schaap, Citroen en Van Gelder.

Achterneef

Een achterneef van André was de op 15 december 1896 In Berlijn geboren Roelof Paul Citroen. Zijn ouders waren naar Berlijn getrokken en hadden daar een bontzaak. Hij kreeg zijn opleiding bij “Studien-Ateliers für Malerei und Plastik”en bij Bauhaus in Weimar waar hij les kreeg van Johannes Itten.
Hij maakte schilderijen, portretten, foto’s en ontwerpen voor postzegels. Zo ontwierp hij in 1949 de zomerpostzegels.
In 1927 ging Paul naar Amsterdam, de stad waar zijn vader vandaan kwam. Tussen 1929 en 1935 hield hij zich bezig met fotografie. Van 1937 tot 1960 was Paul docent aan de Haagse kunstacademie. In de oorlog was hij ondergedoken.
Paul Citroen overleed in Wassenaar in 1983.

De stamboom van de nakomelingen van Roelof Limoenman – 5 generaties, kan hier gevonden worden.

 

bron:
wikipedia,
geneanet.org,
joodsmonument.nl,
artnet