Santpoort

De Joodse geschiedenis van Santpoort speelt zich vooral af rond het Provinciaal Ziekenhuis en Beth Dina.

17 december 1946 Robert van Furth, geboren in dit ziekenhuis tijdens de onderduik van zijn ouders, en 4 jaar oud, onthult in de hal van het ziekenhuis een plaquette uit dank namens alle ondergedoken Joden. Het ziekenhuis staat sinds 1995 leeg.
17 december 1946
Robert van Furth, geboren in dit ziekenhuis tijdens de onderduik van zijn ouders, en 4 jaar oud, onthult in de hal van het ziekenhuis een plaquette uit dank namens alle ondergedoken Joden. Het ziekenhuis staat sinds 1995 leeg.

Brederodelaan 54 – Provinciaal Ziekenhuis
Het Provinciaal Ziekenhuis in Santpoort is gevestigd aan de Brederodelaan 54. Dit ziekenhuis was in eerste instantie gebouwd als inrichting voor psychiatrische patiënten nadat in 1841 de Krankzinnigenwet was aangenomen en dergelijke instellingen gebouwd werden. Dit ziekenhuis, dat eerst Provinciaal Ziekenhuis Santpoort “Meerenberg” genoemd werd, werd in 1849 gebouwd. Het ziekenhuis richtte zich volledig op de psychiatrie en was in Europa toonaangevend met behandelingen, therapie en opleidingen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1942 en begin 1943, doken hier ca. 200 Joden onder. Ze mankeerden niets en de artsen weigerden ze aan te wijzen voor de bezetter.
Op 4 januari 1943 werden de gebouwen van dit ziekenhuis gevorderd door de Duitsers. Bijna alle 1334 patiënten en 404 personeelsleden werden geëvacueerd. De patiënten konden hun schamele bezittingen meenemen en daarbij kregen ze allemaal een potplantje mee. Dat plantje konden ze bij vertrek voor hun Jodenster houden, zodat deze niet zichtbaar was. Een deel van het personeel, belast met de administratieve taken en de tuindienst, bleef achter met enkele Joodse onderduikers. Op 2 februari 1943 werd een cordon om het complex gelegd en na lang zoeken werden 15 Joodse onderduikers gevonden.

Na de oorlog
Na de oorlog werd de helft van het ziekenhuis door het Rode Kruis gebruikt om zieke Nederlanders – waaronder Joden – op te vangen die uit de kampen waren teruggekomen. De meeste patiënten hadden TBC of pleuritis. Zo was een van de lezers van deze site patiënt in deze instelling van januari 1946 tot december 1947.

Meerenberg nu
Meerenberg heeft van ca. 1993 tot 2013 leeggestaan en raakte behoorlijk in verval. De Raad van State heeft bepaald dat de restauratieplannen door konden gaan. Na een uitgebreide asbestsanering zullen er ca. 45 woningen in dit grootste rijksmonument van Nederland gebouwd worden.

Van de “bewoners” van Santpoort werden de volgende mensen vermoord:

Rosette Bierman (Amsterdam, 2 september 1853 – Bloemendaal, 13 oktober 1941), woonde in Amsterdam op de Sint Anthoniesbreestraat 40 en later op de Berkelstraat 3-3.
Judic Lootje-Engelsman  (Amsterdam, 17 maart 1866 – Auschwitz, 19 februari 1943),
Esther Boeken-Nabarro (Amsterdam, 5 september 1870 – Auschwitz, 26 maart 1944), woonde in Amsterdam op de Linneauskade 27-1.
Rebecca Roosnek-Witteboon (Amsterdam, 2 augustus 1878 – Auschwitz, 26 maart 1944), groeide op op het Jonas Daniël Meijerplein 25,
Henri Maximiliaan Boas (Amsterdam, 25 januari 1879 – Sobibor, 23 april 1943), groeide op op de Prinsengracht 734,
Anna Polk-Kijzer (Amsterdam, 8 oktober 1881 – Auschwitz, 17 september 1943), groeide op op de Rapenburgerstraat 102,
Celina Dekker-Rueff (Sankt-Ludwig, 11 juli 1882 – Sobibor, 16 april 1943), woonde in 1922 op de Blasiusstraat 16,
Herman Melkman (Amsterdam, 3 december 1885 – Bloemendaal, 12 februari 1943), woonde op het Weesperplein 1,
Hartog van Adelsberg (Groningen, 29 juni 1889 – Sobibor, 23 april 1943), woonde in 1930 op de Blasiusstraat 14,
Charlotte Grünebaum  (Amsterdam, 14 december 1889 – Sobibor, 16 april 1943), groeide op op de Binnen Amstel 150,
Willem Duim (Amsterdam, 29 juni 1890 – Sobibor, 23 april 1943), groeide onder andere op op de Utrechtsestraat 50,
Sientje Helsloot-Mof (Amsterdam, 11 november 1896 – Auschwitz, 23 maart 1943), woonde op de Keizersgracht 238hs. Het lijkt op de archiefkaart dat Sientje na Santpoort ook nog terug geweest is in Amsterdam en toen op de Plantage Middenlaan 17hs in Rusthuis Halberstadt woonde.
Falk Bierman (Haarlem, 3 juli 1899 – Sobibor, 23 april 1943),
David Herbert Lodewijk Prins (Amsterdam, 20 december 1904 – Sobibor, 23 april 1943), groeide op op de Stadhouderskade 129boven,
Klara van Goor (Amsterdam, 31 mei 1905 – Sobibor, 23 april 1943),
Sara Lopes Diaz (Amsterdam, 23 december 1911 – Sobibor, 16 april 1943),
Schoontje de Jong (Schoten, 5 maart 1917 – Auschwitz, 31 augustus 1944).

Plaquette Provinciaal Ziekenhuis

Aanvulling januari 2018
De plaquette die op 17 december 1946 werd geplaatst is op dit moment verwijderd en staat opgeslagen in het depot van het Nationaal Museum van de Psychiatrie “t Dolhuys”.

Duinlustparkweg 96 – Huize Dina /Beth Dina
Op de Duinlustparkweg 60 (hernummerd naar 96) was een Joods tehuis waar meisjes uit een achterstandsmilieu een veilige en deugdzame opvoeding konden krijgen. Het tehuis was opgericht door de “Vereniging tot Bescherming van Joodsche meisjes” en werd in 1930 geopend. Het huis werd vernoemd naar Dina Sanson, de eerste vrouw die in Nederland bij de politie ging werken. De directrice van het huis was Harriët Martha Prins en was dat vanaf het begin en in de oorlogsjaren. Ze woonde in het tehuis met haar moeder en haar zoon Ralph.
In 1942 waren er 16 meisjes ingeschreven in dit tehuis, waarvan 14 de oorlog niet overleefden. Na de oorlog werden er in het tehuis Joodse kinderen en jongeren opgevangen die waren teruggekeerd uit de kampen of uit de onderduik. 
Het huidige pand op de Duinlustparkweg 96 is hetzelfde pand als toen.

bron:
http://www.joodsmonument.nl/page/358027,
www.1940-1945.bloemendaal.nl,
aanvulling “na de oorlog” dd 19 sep 2012 met dank aan Leo Cohen.
aanvulling “Meerenberg nu” dd 1 dec 2013 www.park-brederode.nl
aanvulling plaquette d.d. januari 2018 met dank aan Paul Kuiper
hernummering Duinlustparkweg met dank aan K van Giffen
Esther Boeken – Nabarro, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregisters geannexeerde gemeenten, archiefnummer 5008, inventarisnummer 220
Rosette Bierman, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1564 en Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 66,
Rebecca Witteboon, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1964
Henri Maximiliaan Boas, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2066
Anna Polk – Kijzer, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2086
Celina Rueff, Stadsarchief Amsterdam, Vreemdelingenregister, archiefnummer 5225, inventarisnummer 927
Herman Melkman, Stadsarchief Amsterdam, Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4375 en Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 545,
Hartog van Adelsberg, Stadsarchief Amsterdam, Overgenomen delen, archiefnummer 5416, inventarisnummer 137
Charlotte Grünebaum, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 1553
Willem Duim, Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1874-1893, archiefnummer 5000, inventarisnummer 2208
Sientje Helsloot – Mof, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 564
David Herbert Lodewijk Prins, Stadsarchief Amsterdam, Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4452

Illustratie:
foto plaquette met dank aan Paul Kuiper

laatst bijgewerkt:
31 maart 2020