opperrabbijn abraham samson onderwijzer

arokjoodshistorischAbraham Samson Onderwijzer werd op 27 juli 1862 geboren te Muiden als zoon van Samson Onderwijzer en Elisabeth van Gelder. Hij trouwde met Lea Wagenaar (Amsterdam, 3 jan 1870 – Apeldoorn, 13 aug 1932) en kreeg met haar 6 zoons en 3 dochters (Samson, Gesina, Josef, Maurits, Elias, Izak, Louis, Elisabeth en Penina).

Onderwijzer studeerde al op 11-jarige leeftijd aan het Amsterdams Rabbijnseminarie onder leiding van rabbijn Dünner en aan de universiteit van Amsterdam. Daar haalde hij in 1884 de bachelorgraad in de Klassieke Talen.
Eerder, in 1882, werd Onderwijzer godsdienstonderwijzer in Amsterdam en in september 1886 legde hij het moré-examen af. Op 5 juli 1888 werd hij rabbijn van de Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge te Amsterdam en was daar de opvolger van Abraham van Loen. Hij werd in 1917 benoemd tot opperrabbijn van het ressort Noord-Holland.
Naast zijn werk als rabbijn was Onderwijzer zeer maatschappelijk betrokken en was voorzitter van het Theologisch Genootschap Rieschiet Gochma, van Hougei Das, van Hachnosas Ourechiem én oprichter en erevoorzitter van de Joodse werkliedenvereniging Betsalel en erevoorzitter van Kennis en Godsvrucht en verder actief in nog een aantal organisaties. Onderwijzer vertaalde de Thora (van 1895 – 1901) en maakte een verklarende vertaling van de commentaren van Rasjie (rabbi Sjlomo ben Jitschak (1040 – 1105, een van de grootste commentatoren van de Tara en Talmoed).
Onderwijzer was belangrijk voor de ontwikkeling van de synagoges buiten het centrum van de stad. Hij gaf in 1921 de aanzet tot het oprichten van wijkverenigingen, dit daar hij zag dat de Joodse bevolking van Amsterdam groeide én zich in de wijken buiten het centrum ging vestigen.

Onderwijzer was een orthodoxe rabbijn en wilde zuiver in de leer zijn, maar was toch ook pragmatisch. Zo lag in 1927 het verbod van de Nederlandse opperrabbijnen op tafel waarbij het verboden werd aan gemengd gehuwden om functies binnen de kille (gemeente) te bekleden. De Amsterdamse kerkenraad wilde hier niet mee akkoord gaan, Onderwijzer liet dit conflict ook sussen waarbij het rabbinaal besluit genegeerd werd.
Abraham Onderwijzer was een tegenstander van het zionisme. Hij vond de doelstellingen een utopie en koren op de molen van antisemieten. Chaim Weizmann, de voorzitter van de World Zionist Organization, probeerde in 1921 om Onderwijzer in zijn kamp te krijgen maar dit lukte niet. Zo was Onderwijzer lid van Agoedas Jisroeil, de vereniging van anti-zionistische orthodoxe Joden en was hij fel gekant tegen de toetreding, in 1929, van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap tot de Jewish Agency van de World Zionist Organization.
Abraham Onderwijzer was een belangrijk rabbijn voor de Joodse orthodoxie, maar hij was dit in een tijd dat de ontkerkelijking in de maatschappij een vlucht nam, hij heeft hier niet veel tegen kunnen doen.
Rabbijn Onderwijzer werd in op 17 nov 1934 aangereden door een tram, waarbij hij om het leven kwam. Hij was de laatste jaren van zijn leven doof, wellicht ligt hier een oorzaak van dit ongeval.
Het pleintje achter het Joods Historisch Museum is als eerbetoon aan rabbijn Onderwijzer het A S Onderwijzerhof genoemd.

bron:
nrc 31 juli 1928,
JHM,
Jad Achat,
wikipedia,
maxvandam.info