Alfons Fink

Nationaal Archief, Fotocollectie Van de Poll, Alfons Fink met een opschrijfboekje, 3 januari 1953, Auteursrechthebbende Nationaal Archief, CC0, Nummer toegang 2.24.14.02
Bestanddeelnummer 252-1639.

Alfons Fink was een acteur uit Duitsland die vluchtte voor het nazi-regime. In Nederland werkte hij bij de Nelson-revue en overleefde de oorlog.

Alfons werd geboren op 15 januari 1888 in Pleschen (Oost-Pruisen; nu Pleszew, Polen) geboren. Hij trouwde met Paula Hedwig Bohmen (1883) op 23 juni 1919 in Breslau, een huwelijk dat op 7 mei 1943 in Berlijn werd ontbonden.
Alfons werd acteur in Duitsland en had in de periode van 1908 tot 1911 verschillende engagements in Hamburg. Hij werkte er bij het Volksschauspiele, het Neues Theater en de Besenbinderhof. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Alfons soldaat in het Duitse leger en hij kwam na 1917 terug op de Bühne. Als komisch talent was hij te zien in Frankfurt am Main en in Breslau en hij was tot 1933 een van de meest geliefde conferenciers bij de grote cabarets, onder andere bij het Kabarett der Komiker in Berlijn. Op 14 oktober 1933 nam hij deel aan het Künstlerhilfe van de Joodse Gemeente van Berlijn en tot en met 1936 bleef Alfons actief in Duitsland. Hij is een der oprichters van de Jüdische Kulturbund voor Rhein-Rhur. In Düsseldorf, Bannen en Elberfeld traden Joden voor Joden op.
Vanaf 1937 nam Alfons deel aan het Nelson-cabaret in Amsterdam, maar had nog steeds werk in Duitsland, zoals een solo-avond in Hamburg in juli 1938.
In 1938 besloot Alfons Duitsland te verlaten in verband met het groeiende antisemitisme. Op 6 januari 1939 werd Alfons in Amsterdam ingeschreven en woonde toen korte tijd op de Maasstraat 149-2 gevolgd door een periode op de Frans van Mierisstraat 98boven. Op 10 juni 1940 werd Alfons ingeschreven op de Reguliersgracht 17hs, waar hij tot februari 1943 bleef wonen. Alfons bleef optreden in Amsterdam en was te zien in de Hollandsche Schouwburg in de zomer van 1941.

Alfons ging werken voor het jeugdwerk bij de Joodsche Raad en kreeg daarom een sperre. Die sperre behoedde hem lang voor deportatie en op het moment dat het niet meer veilig bleek, ging Alfons in de onderduik en overleefde de oorlog.

Hij trouwde op 30 januari 1946 in Amsterdam met Käthe Georgine Wolf (Hamburg, 3 maart 1899). In 1947 trad Alfons in Amsterdam op tijdens een Poerim-avond voor de Joodsche Invalide in het Minerva-paviljoen op de Albert Hahnplantsoen 2-4. In de jaren na de oorlog treed Alfons nog wel eens op, maar toch raakt zijn carrière in het slop. Maar er kwamen nieuwe uitdagingen. Het Central British Fund stelt geld ter beschikking met de bedoeling om een Joods Cultureel en Sociaal Centrum te stichten. Beth-Am ontstaat. Alfons wordt er de leider en in het gebouw van Beth-Am aan de Johannes Vermeerstraat worden allerlei bijeenkomsten gehouden, zo’n 875 per jaar. Toch kan Beth-Am niet functioneren zonder financiële hulp en in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 14 oktober 1949 moet het Bestuur van de Stichting mededelen, dat het niet verder kan. In hetzelfde gebouw, waar Beth-Am gevestigd was, werd het Israëlisch consulaat ingericht. Alfons Fink behoeft niet te verhuizen, hij wordt er de conciërge.

Verlangde Fink nooit naar het toneel terug? Ja en nee. Hij zou niet de grote kunstenaar zijn, die hij was, als hij niet van tijd tot tijd terug verlangde. Als Fink nu en dan nog eens optreedt, is hij na afloop verdrietig. Niet omdat het niet meer gaat, maar omdat het nog zo goed gaat. In Duitsland wil hij niet meer optreden en ergens anders is geen emplooi. Fink had dagboeken en foto-albums en als hij deze doorbladerde, mompelde hij: „Es war doch schön!”

Plannen na de oorlog
Wat Alfons direct na de oorlog wilde gaan doen is ook bekend. Deze plannen heeft hij niet uitgevoerd, maar hij schreef er op 19 september 1945 vanaf het adres 1e Jan van der Heijdenstraat 81 aan Margot, zijn nicht. De vertaling:
‘Lieve Margot,
Vanmorgen vroeg kreeg ik een brief van Norbert. Je kunt je voorstellen hoe blij ik ben dat we nu weer contact hebben. Ik vond zijn adres in een brief aan Eva die ik ontving omdat Eva enige tijd bij ons verbleef. Zoals je waarschijnlijk wel gehoord zult hebben, is ze nu onderweg naar haar ouders. Ik heb ook nieuws van mijn broers en zussen, vanwege de post die al voor Eva is aangekomen denken ze dat ze elke dag er kan zijn.
Je zult wel van Norbert hebben gehoord dat we, mijn nieuwe vrouw Kitty en ik, waarschijnlijk de enigen zijn die, als door een wonder, ontsnapt zijn aan de hel en de dood. We hebben veel meegemaakt en hebben verschrikkelijk lijden gezien. Laten we er maar niet meer aan denken en een nieuw leven opbouwen. Onze geliefden in Eretz (mandaatgebied Palestina, Israël) en wij doen alles wat we kunnen om zo snel mogelijk naar Eretz te gaan. Maar de moeilijkheden zijn groot en ondertussen moeten we maar doormodderen. We zijn blij dat we nog leven en niet treuren over onze verloren spullen. Morike (Edwas, de man van Ulla) van de brigade heeft ons onze eerste voedselvoorraad gebracht dus we kunnen rustig onze krachten weer opbouwen. Norbert heeft ons ook bericht over een pakje dat misschien voor jou is, lieve Margot en je geliefde man, jullie zullen ons ook wel helpen. Als het niet teveel is vraag ik je voor je nieuwe tante een warme jurk (maat 42) en een paar schoenen met lage hakken (maar 38). Toen we weer “bovengronds” (uit de onderduik) kwamen woog zij nog maar 36 kg. Tot nu toe is het nog niet mogelijk om enige informatie te krijgen over al onze geliefden. Alleen in het geval van Dr. Siegfried Brandt en zijn dochter Inge kan ik met zekerheid zeggen dat ze tot mijn spijt dood zijn. Ik heb al jaren niets gehoord van mijn ex-vrouw (Hede).
Ik hoorde van Norbert dat je nu getrouwd ben en gelukkig. Laat, maar met veel warmte, feliciteren we je en we hopen je te zien in de nabije toekomst. In ieder geval hopen we snel van je te horen en sturen jou en je geliefde man onze warme groeten.

Je oom Alfons en tante Kitty’.

bron:
Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten Amsterdam 1964-1994, archiefnummer 30238, inventarisnummer 1423.
Barbara Müller-Wesemann, Theater als geistiger Widerstand: Der Jüdische Kulturbund in Hamburg 1934-1941, (Stuttgart 1996) 436, 437.
Arolsen Archives, kaart Joodse Raad https://collections.arolsen-archives.org/en/archive/12718718/?p=1&s=alfons%20fink&doc_id=12718718 (geraadpleegd 6 januari 2020).
“Advertentie”. “Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam”. Amsterdam, 1941/05/16 00:00:00, p. 15. Geraadpleegd op Delpher op 06-01-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010318155:mpeg21:p015
“Advertentie”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1947/02/21 00:00:00, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 06-01-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873400:mpeg21:p007
“Alfons Fink vijf en zestig jaar”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1953/01/09 00:00:00, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 06-01-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010873869:mpeg21:p007
Brief Alfons Fink met dank aan Diana Cook (ontvangen 6 januari 2020)

illustratie:
“Advertentie”. “Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam”. Amsterdam, 1941/05/16 00:00:00, p. 15. Geraadpleegd op Delpher op 06-01-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010318155:mpeg21:p015
Nationaal Archief, Fotocollectie Van de Poll, Alfons Fink met een opschrijfboekje, 3 januari 1953, Auteursrechthebbende Nationaal Archief, CC0, Nummer toegang 2.24.14.02
Bestanddeelnummer 252-1639.

laatst bijgewerkt:
6 januari 2020.